Mooie liedjes zonder make-up

The Isbells (Trouw)

Dankzij het dertigersdilemma maakte Gaëtan Vandewoude het folkalbum dat hij altijd al in zich had.

Is in Nederland de thuiszorg een opvangplek voor kunstenaars die niet zonder financieel vangnet kunnen, voor de Vlaamse muzikant Gaëtan Vandewoude bood Ikea de vastigheid waarnaar hij eigenlijk niet verlangde. In zijn studententijd belandde hij noodgedwongen bij de Zweedse magazijnwinkel. „Ik zag het als iets voorlopigs en zei tegen iedereen: ik ben met muziek bezig.”

En dat was hij ook, met een vriend maakte hij een honderdtal proefopnames en die demo’s kon hij eindeloos beluisteren. Verder speelde hij in de rockbands Soon en Ellroy, die het te goed deden om te stoppen maar te slecht om van te leven. Zodoende begon hij bij de klantendienst en zocht de schroefjes op die consumenten in hun bouwpakketten misten. „Er valt weinig over te vertellen, buiten dat ik het niet graag deed en dat elke dag dezelfde muziekcassette op stond.”

Zes jaar verstreken zo, totdat hij dertig werd. „Ik stond even stil, keek achteruit, toen vooruit, en nam een belangrijke beslissing.”

Die luidde dat hij een cd zou maken waar hij volledig achter kon staan. Bij zijn eerdere bands was hij voor tachtig procent betrokken geweest. Voor de overige twintig procent was het gemakzucht. Hoog tijd om die buitenspel te zetten.

Met succes, want de sobere cd die voortkwam uit dat ’dertigersdilemma’ was in België een groot succes. Morgen dingt Isbells, zoals zijn band nu heet, mee naar de Vlaamse muziekprijs (MIA) voor beste nieuwkomer. In recensies werd het geluid vergeleken met neo-folkgroepen als Bon Iver en Fleet Foxes. De samenzang van Vandewoude en zangeres Naïma Joris en de partijen van multi-instrumentalist Gianni Marzo, geven het album een eigen kleur.

Alle lof heeft hem overvallen, zegt Vandewoude. „Dat was wel schrikken. Een jaar geleden bestond deze cd niet, maar was ik dezelfde persoon. Die omslag in waardering voelde ongemakkelijk. Inmiddels kan ik er meer van genieten.”

Vandewoude groeide op tussen Leuven en Brussel, een aaneenschakeling van bebouwing die je geen platteland kunt noemen. Sinds vier jaar woont hij in Sint-Truiden. „Tussen twee dorpen in, omgeven door drie kilometer veld en fruitbomen.” In de stal achter zijn huis nam hij de cd op. „Dat is voor mij heel gewoon –zonder geld kun je geen dure studio huren– maar de buitenwereld doet alsof het een sprookje is.”

’Eerlijkheid, oprechtheid en sereniteit’ koos hij als spelregels. Hoe klinkt eerlijke muziek? „Persoonlijk. Je mag je niet verstoppen achter kunde, kennis en virtuositeit. Het gaat om de nummers, om tekst en structuur. Smeer het arrangement niet dicht met overbodige partijen. In die val ben ik vroeger wel getrapt. Ik weet nu: gooi alles overboord wat er bij kan maar niet moet.”

Een antieke ansichtkaart van een Turkse waterdrager siert het cd-hoesje. „Ik zocht een vintage beeld, want de muziek klinkt warm en bij warm denk ik aan vroeger.” Thuiskomen is een belangrijk thema op het album, bijvoorbeeld in ’I’m Coming Home’, een liefdesbrief aan zijn vriendin en 4-jarige dochter. De waterdrager past bij dat thema. „Hij heeft de uitstraling, blik en kledij van iemand die een verre reis gemaakt heeft. Hij geeft een passend gezicht aan de muziek. Ik was ook blij dat het mijn gezicht niet was, al lijk ik volgens sommigen op hem.”

Bescheidenheid is een deugd voor Vandewoude, die zijn eigen naam al ’te luid’ vindt om als artiestennaam te hanteren. „Weinig is moeilijker dan een groepsnaam verzinnen die je geloofwaardig kunt uitspreken. De eerste twee weken kom je met de idiootste dingen. Ach, U2 is ook een eigenaardige bandnaam. Iedereen went eraan, de oorspronkelijke betekenis verdwijnt en wat overblijft is de klank.” Vandewoude doorzocht ’lijsten met duizenden familienamen’ totdat er drie overbleven die zijn fantasie prikkelden. Waaronder Isbell. The Isbells deed hem denken aan huiselijkheid, aan muziek rond de haard. Op advies van zijn omgeving schrapte hij ’The’, krap een week voordat de cd werd gemaakt.

Dat hij op zijn vijftiende muziek ging maken was te danken aan de fantastische Red Hot Chili Peppers. „Ik werd drummer omdat ik Chad Smith fantastisch vond, heb bas geleerd omdat Flea een fantastisch bassist is en wilde toen gitaar spelen omdat John Frusciante zo’n fantastische gitarist is.” Anthony Kiedis is helaas niet zo’n goeie zanger, zegt hij. Vandewoude vroeg hun album ’Blood Sugar Sex Magic’ voor Kerst. Maar omdat zijn moeder de titel wat te heftig vond om aan oma te vragen, kreeg hij een cd van Tina Turner.

„De eerste akkoorden leerde ik van mijn broer. Mijn vader heeft op zijn zestiende een gitaar vastgehouden, maar deed verder niks met muziek. Hij werkte als bediende bij een veiligheidsfirma. Mijn moeder was minder streng dan hij, zij vond muziek als beroepskeuze een leuk idee.” Dankzij haar kon hij in Antwerpen naar een jazzschool toen hij de middelbare school niet afmaakte, zoals hij later voortijdig het conservatorium verliet.

Op school was hij ’nooit geïnteresseerd in niks’. „Het systeem waarbij een leerkracht kennis overdraagt op een groep, benauwt me. Ik wil muziek spelen, niet muziek studeren. Ik wil al spelend leren spelen. Dat ik nooit een virtuoos muzikant word omdat ik daar misschien te lui voor ben, neem ik voor lief.”

Gezien dat hobbelige voortraject moet het succes van Isbells wel een bevrijding zijn, en dat is ook zo.

Aan Vandewoude wordt vaak gevraagd of hij inspeelt op de folk revival die gaande is, maar hij zegt dat er altijd wel groepen zijn die op elkaar lijken. „Als je enkele ingrediënten bij elkaar voegt –ingetogen liedjes, akoestische gitaar, meerstemmigheid– kom je vanzelf uit op een soort genre. Ik noem zo tien groepen op die dan opeens verwant zijn.”

Van sommige artiesten heeft hij zich met opzet afzijdig gehouden om dit album te kunnen maken. „Bart Borremans die ook in de band speelt, luisterde naar de eerste demo’s en zette Nick Drake op, vanwege de overeenkomst. Ik zei hem: Bart, het is prachtig maar zet dat nu af, en laat het me pas horen als de cd klaar is! Ik word beïnvloed, dat sijpelt door, en dat wil ik voorkomen. Als ik Franz Ferdinand beluister, maak ik de week erna Franz Ferdinand-riffs. Natuurlijk besef ik wel dat ik in een traditie sta. Zoals ook een groep als Fleet Foxes alleen kan maken wat het maakt dankzij oudere generaties.”

„In een recensie schreven ze dat ik het warm water niet heb uitgevonden. Dat is ook zo. Het is niet hip, het is niet nieuw, het zijn gewoon mooie liedjes zonder make-up. En dat is precies wat het moest zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden