Mooie dingen in de mantelzorg

Elly Rijnbeek schreef een boek over de hectische anderhalf jaar dat ze met haar acht broers en zussen voor haar zieke ouders zorgde.

INTERVIEW | SYTSKE VAN AALSUM

Ruim één miljoen kinderen bekommeren zich in Nederland (bijna) dagelijks om hun oude, behoeftige ouders. Mantelzorgers heten ze officieel.

Journaliste Elly Rijnbeek (1956) uit Bilthoven vindt dat eigenlijk een 'te professioneel woord'. Je zorgt voor je ouders als die het niet meer in hun eentje redden. Punt uit. Zelf deed ze dat, samen met zes zussen en twee broers, voor haar snel aftakelende ouders, die beiden vorig jaar - moeder in januari, vader in november - overleden.

Van wat er allemaal komt kijken bij die intensieve zorg, doet Rijnbeek op ontroerende en soms humoristische wijze verslag in 'Dun ijs', dat vandaag verschijnt. Het is een herkenbaar boek voor iedereen die voor zijn oude ouders zorgt.

De titel verwijst naar de breekbaarheid van ouder wordende ouders, vertelt Rijnbeek. "Er hoeft maar één schakeltje uit te vallen, of het hele bouwwerk stort in. Maar het slaat ook op de verhoudingen tussen de zussen en broers." Dat we met zijn negenen zijn, had zo zijn voordelen in het verdelen van de taken, zegt Rijnbeek, maar het was soms ook lastig om knopen door te hakken.

Bij de besluitvorming bijvoorbeeld over het wel of niet laten reanimeren van moeder, gold uiteindelijk toch 'de meeste stemmen gelden'. En die beslisten dat haar moeder (87), die in een soort coma was weggegleden, bij een eventuele hartstilstand niet zou worden gereanimeerd.

Daar was vooraf niet over gesproken met haar moeder. En achteraf bezien had dat wel gemoeten, vindt Rijnbeek nu. "We werden als kinderen overrompeld door die vraag. Als je zulke dingen met je ouders kunt bespreken, dan is het goed om dat te overleggen. Voor de kinderen is dat ook beter."

Sowieso komt er veel af op de kinderen Rijnbeek in de hectische periode die anderhalf jaar duurde: de nieuwe relatie met hun broze en dementerende ouders; het circus van indicatie en zorg; de stoet verzorgers en huishoudelijke hulpen; de vraag wat ze beslissen mét en wat zónder hun ouders; de vastgeroeste, maar ook schuivende rollen binnen de familie; de taakverdeling en verschillen tussen de kinderen die in de buurt wonen en de 'afstandskinderen', de soms haperende communicatie; de gevoelens van onmacht, gêne, schuld en verdriet over de aftakeling van hun ouders; maar ook de hilarische gebeurtenissen die ze meemaken met elkaar, hun ouders, de verzorgsters en de dagopvang. Rijnbeek tekent het allemaal eerlijk op.

Soms gebeuren er ook mooie dingen in de mantelzorg. "Mijn oudste zus had een slechte band met haar moeder. Als kind werd ze altijd weggestuurd. Nu ontfermde zij zich het meest over haar ouders. Ineens werd ze onmisbaar. En dan zegt mijn moeder op haar 86ste tegen haar: 'Ik ben zo blij dat je er bent'. Dat raakte Tineke diep. Dat ze - eindelijk - iets voor haar moeder kon betekenen. Alsof oude wonden waren geheeld en de balans tussen Tineke en haar moeder was hersteld. Dat is ook het mooiste aan de mantelzorg. Je krijgt een heel andere band met je ouders. Ze takelen wel af, maar dat proces hoort ook bij het leven."

Ook de andere kinderen vonden hun nieuwe rol in het geheel. "Sommigen deden waar ze goed in waren. Een zus die bij de thuiszorg werkt, bleek een meesteres in de hygiëne en het huishouden. Zelf begeleidde ik mijn vader naar specialisten en artsen en communiceerde ik met de rest", vertelt Rijnbeek. De oudste zoon nam - 'niet gehinderd door enige kennis van zaken' - de financiën onder zijn hoede en waagde zich in het oerwoud van de instanties.

Toch was niet alles koek en ei. Maar dat bleek pas toen ook Rijnbeeks vader was overleden en de kinderen de spullen van hun ouders moesten verdelen. Eén van de zussen, Dora, voelde zich gepasseerd bij het verloten van de spullen en wilde niks meer met haar zussen en broers te maken hebben. Navraag leerde dat ze al langer het gevoel had dat ze overal buiten werd gehouden. Om haar vader te sparen had ze zich ingehouden, maar nu kwamen alle emoties eruit.

"Dit gebeurt veel", weet Rijnbeek. "Zolang je ouders nog leven, houd je je als kinderen in, want je wilt ze geen verdriet doen. Maar via het verdelen van de spullen komen alle opgekropte ergernissen naar buiten. Bovendien is er in elke familie een evenwicht in aandacht en erkenning. Als ouders wegvallen, verandert er iets in dat evenwicht. Daarom is er ook zo vaak ruzie bij het verdelen van de spullen. Via die spullen wil je erkenning krijgen."

Elly Rijnbeek: 'Dun ijs. De zorg van negen broers en zussen voor hun aftakelende ouders'. Uitg. Atlas, 16,95 euro. ISBN 978 90 450 6616 5

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden