Recensie

Mooi boek van Cremer, maar Hamel had toch meer verdiend

null Beeld Jan Cremer - Sirenen
Beeld Jan Cremer - Sirenen

‘Wegloper’ Jan Cremer blikt terug op zijn knipperlichtrelatie met ‘grote liefde’ actrice Loesje Hamel.

Jan Cremer
Sirenen
De Bezige Bij; 304 blz. € 19,99

Het stoplicht springt op rood, het stoplicht springt op groen, Jan Cremer heeft altijd wat te doen. Flauw misschien, deze parafrase op Finkers’ grap waarin hij het swingende Almelo beschrijft, maar toch. Na lezing van ‘Sirenen’, het tweede deel uit Cremers cyclus ‘Odyssee’, over zijn verhouding met mannequin Loesje Hamel, trof mij het beeld van een motorrijder voor een stoplicht. Niet in de laatste plaats door het beroemde omslag van ‘Ik Jan Cremer’ (1964) waarin de schrijver op zijn geleende Harley-Davidson is afgebeeld. Zo’n motorrijder dus, nu dan voor rood. Niet in staat om stil te staan hengst hij aan de gashendel. Hij laat de motor ronken en gieren, en stuift, zodra het groen is, naar het volgende stoplicht.

Om misverstanden te voorkomen: ‘Sirenen’ is niet saai. Daarvoor is dit verhaal van een fatale liefde te klassiek en te tragisch, en zijn de brieven van Loes te ontroerend. Bovendien blijf je, tot aan de laatste pagina, nieuwsgierig naar de afloop. Maar de recht-toe-recht-aanstijl waarin Cremer zijn knipperlichtrelatie samenvat ontbeert diepgang en nieuwsgierigheid. Cremer somt op, hij gaat van ‘aan’ naar ‘uit’ en weer naar ‘aan’ en ‘uit’. Eigenlijk kom je bitter weinig over zijn liefde voor Loes te weten. Ja, het is er, hij is verliefd, vanaf het eerste moment dat hij haar ziet in de Lucky Star aan de Amsterdamse Korte Leidsedwarsstraat, en zij is het ook, heel erg zelfs, en ze hebben het ‘fantastisch met elkaar’. Ze gaan naar Parijs of Antwerpen, hij koopt een appartement voor hen op de Prinsengracht en hij neemt haar mee naar beroemde bars in New York waar hij dan woont. En als ze ruzie hebben gaat het uit en dan bellen ze en schrijven. En ja: Loesje is mooi (allicht), haar lach is sprankelend en ze heeft lange benen en het is een ‘rare rotmeid’. Maar wie zij is en waarom hij uitgerekend bij haar het gevoel heeft thuis te komen, daarover schrijft hij niet.

Onbedoeld

Onbedoeld geeft Loes in een van haar brieven commentaar op Cremers stijl. Gortdroog geeft ze een opsomming van wat er zoal gebeurt: die is verhuisd, die gaat nu met die, dat feestje was leuk, die opening niet, maar het is volkomen onbelangrijk want het is uit met Jan en het moet ‘reg kom’. Loesje laat ons zien hoe het leven schuurt en de liefde kwelt. Cremer zégt het. Loes bezorgt je een brok in de keel als ze schrijft dat ze zo en zo laat door Dr. Cohen geopereerd is en ‘ons kindje is weggehaald’. Weliswaar heeft Cremer spijt dat hij er niet was om haar te steunen, maar het verloren kind is dan ook meteen weer hun ‘laatste reddingsboei’.

Opvallend genoeg schrijft Cremer niet over seks, behalve in de brieven van Loesje, heel subtiel. Ze spreekt van ‘liefdoen’. Dat klinkt schattig, tót je leest dat Jan buiten het bed zo lief niet is. Ah, denk je dan: dus zó ging dat. Cremer weet heel goed waarom hij niet oud met haar is geworden en dat zegt hij treffend: “Sinds ik kan lopen, loop ik weg.” Maar het lag ook aan haar want “hoewel ze steeds weer opnieuw moeite deed om zichzelf op een tweede plaats, zich achter mij neer te zetten, lonkte het podium waarop ze ronddartelde”. Dat spreekt zó voor zich dat hij daar (ook vijftig jaar na dato) geen woord aan vuil maakt. Zodra hij de kans krijgt, zijn ook de omstandigheden (een niet bezorgde, of zoekgeraakte brief) of de anderen debet aan het definitieve stranden van de relatie. Collega’s en vrienden van Loesje, acteurs, zangers en artiesten (Loes maakt deel uit van het florerende Shaffy Chantant): “Iedereen hield ons van elkaar vandaan.”

Clichématig

Wat Loesje bewoog om het toneel op te gaan, wat ze zocht bij Ramses, Liesbeth, Joop en Shireen - ontheemde, rusteloze zielen als Cremer zelf of zijn vader zoals beschreven in ‘Fernweh’ (het eerste deel van de cyclus) - interesseert hem niet. Clichématig wordt die wereld weggezet als een ‘schijnwereldje’ of ‘namaakwereldje’. Waar Loes zich in haar brieven ontwikkelt, blijft Cremer een kind dat naar zijn kapotte speelgoed kijkt. Hij vergeet en vergoelijkt dat hij haar op cruciale momenten heeft laten staan, tot praktisch bij het altaar. Koudwatervrees en, o ja, Jayne Mansfield riep: hij moest mee op safari!

De titel suggereert dat Cremer op het nippertje aan de lokroep van een fatale vrouw ontsnapt is. Natuurlijk weet hij dat zíj het is die maar net (of net niet) aan hém is ontsnapt. Een mooi boek, toch wel, dankzij Hamel. Maar ze had meer verdiend. Niet alleen toen - dat zal Cremer met me eens zijn - maar ook nu, in ‘Sirenen’.

Lees hier meer boekrecensies van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden