Monumentenzorg / Wachten op subsidie tussen de loslatende fresco’s

Veel rijksmonumenten in Nederland verkeren in slechte staat. Vooral in de provincie Limburg, waar miljoenen extra subsidie nodig zijn. „Het is nu of nooit: restaureren of instorten."

Aan de scheefgezakte geveltoren van het Mariapark in Sittard hangt een zwarte banier met het opschrift ’monument in gevaar’. Onder de toren staat een steiger die voorkomt dat de verzakte gevel verder instort. Het Mariapark is een pandhof, een vierkante tuin omringd door gangen en zalen. Het neogotische bouwwerk uit 1891 dient om pelgrims en andere bezoekers van de tegenover gelegen basiliek op te vangen. Twee jaar geleden kwam hier een einde aan, toen het Mariapark uit veiligheidsoverwegingen werd gesloten. Er zitten brede scheuren in de koepelvormige gewelven en de zandstenen balustrade brokkelt af. In de gangen liggen hoopjes gruis en stukken gevallen steen. De glas-in-lood-ramen zijn gevaarlijk kromgetrokken.

Zuster Jolanda stond hier dertig jaar lang voor de kerkbezoekers klaar. Sinds de sluiting van het Mariapark kan ze haar taak niet meer goed uitvoeren. „Mensen kwamen hier met vragen over moeilijkheden in hun leven of om hun verhaal te vertellen. De opdracht van het zustergenootschap is om de mensen te helpen en voor ze te bidden.” Daarnaast is sluiting van het Mariapark een schadepost voor de zusters. Ze verkopen er kaarsen, ansichten en versnaperingen. ’Vlaai: 1,50 euro’ staat op een pilaar.

Peter Wesche, beleidsmedewerker monumentenzorg van de gemeente Sittard-Geleen, vecht voor het behoud van het Mariapark: „De architectuur is uniek en bovendien heeft het een zeer bijzondere functie.” Voor de restauratie is meer dan een miljoen euro nodig. Het merendeel daarvan moet uit rijkssubsidie komen. Afgelopen jaar meldden zich investeerders die een restaurant in het monument wilden openen. Wesche ziet dat niet zitten: „We willen het Mariapark niet overleveren aan de horeca. Dan gaat het karakter verloren. Het moet niet te veel hoempapa worden.” Zuster Jolanda knikt.

De provincie Limburg heeft ruim 4500 monumenten en is daarmee derde monumentenprovincie van Nederland, na Noord- en Zuid-Holland. Limburg heeft relatief veel kerken, die in onderhoud en restauratie erg kostbaar zijn. Het zijn grote, oude gebouwen die veel onderhoud vergen. De monumenten in Noord- en Zuid-Holland zijn merendeels woonhuizen, die gemakkelijker in stand te houden zijn. Bovendien: woningbouwverenigingen en bewoners zorgen dat de huizen in goede staat blijven. Kerken zijn voor het veel duurdere onderhoud afhankelijk van fondsen, giften en subsidie. Vaak willen ze hun religieuze functie blijven vervullen. In dat opzicht verschillen ze van bijvoorbeeld kastelen en landhuizen, waar in de meeste gevallen hotels en restaurants zijn gevestigd.

In Houthem, gemeente Valkenburg aan de Geul, staat Chateau Sint Gerlach. In een voormalig kloostergebouw is een vijfsterrenhotel gevestigd, met een restaurant, sauna en zwembad. Uitbater Camille Oostwegel bezit diverse monumentale hotels in de omgeving. Hij vindt het onbegrijpelijk dat zoveel monumenten dreigen te verdwijnen: „Ieder dubbeltje dat je erin investeert levert een gulden op. Ik stoei al vijfentwintig jaar met subsidieregelingen, dat is een kwelling voor de eigenaar. Het is een gebed zonder eind.”

Bij het complex hoort ook de Sint Gerlachkerk. Het barokke kerkgebouw uit 1720 wordt gebruikt waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was: diensten, uitvaarten, huwelijken. De kerk is rijkelijk versierd met fresco’s – schilderingen die in nat pleisterwerk zijn gemaakt. Op de wanden en het plafond wordt het leven van Sint Gerlachus uitgebeeld in het grootste fresco van de Benelux. Het plafond wordt al anderhalf jaar aan het zicht onttrokken door een vangnet dat in de kerk hangt om de bezoekers te beschermen. De plafondschilderingen zouden wel eens kunnen loslaten. „Alle zegen komt van boven, maar hier is het toch wel oppassen”, grapt pastoor Burger.

De zwakke plekken kwamen twee jaar geleden aan het licht, toen een onderhoudsmedewerker met zijn been dwars door het plafond zakte. Een witte plek in de schilderingen is daar een stille getuige van. „Het verraderlijke is dat je van beneden niet ziet dat de plafondschilderingen los hangen”, weet Burger. De kosten voor restauratie worden op ruim een miljoen euro geschat. De pastoor en het kerkbestuur zijn hoopvol gestemd dat de restauratie door zal gaan. „We zijn niet voor niks een rijksmonument, maar het is een spannende tijd. Eind november weten we of het geld er komt.”

Wachten op subsidie is een dure aangelegenheid. Naar schatting lopen de kosten voor restauratie per jaar met vijftien procent op. Dat komt vooral doordat beschadigingen die niet gerepareerd worden, de schade steeds groter maken. Een lekkend dak leidt tot rottend houtwerk, dat op zijn beurt weer nieuwe problemen kan veroorzaken. Een verzakte muur beschadigt ook de rest van het gebouw.

In de Sint Lambertuskerk in Maastricht is dat proces al twintig jaar gaande. Er staan stalen dranghekken, om nieuwsgierigen op afstand te houden. Twintig jaar geleden raakte de kerk buiten gebruik omdat er stukken steen naar beneden vielen; tien jaar geleden liet de gemeente de kerk helemaal afsluiten wegens acuut instortingsgevaar.

Sinds kort is de kerk uit 1920 zelfs afgesloten voor duiven, omdat de uitwerpselen zwaar op de steunbalken drukken. Op sommige balken is in de loop der tijd ruim een meter poep terecht gekomen. Hier en daar ligt nog een karkas op de grond van een duif die de kerk niet tijdig wist te verlaten. De torens zijn gestut, de vloer is opgebroken na onderzoek naar de fundering. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat de fundering poreus is. De ’Sacre Coeur van Maastricht’ werd een tikkende tijdbom genoemd.

De kosten voor restauratie zijn inmiddels opgelopen tot zeven miljoen euro, waarvan anderhalf miljoen al in de gemeentekas ligt te wachten. De rest zal voornamelijk uit rijkssubsidie moeten komen. „Het is een rijksmonument en dus willen we boter bij de vis”, zegt Wim Hazeu, die als wethouder verantwoordelijk is voor de monumentenzorg.

Eerdere aanvragen voor subsidie werden afgewezen. Eén keer omdat het kerkgebouw vijftig meter buiten het beschermd stadsgezicht staat en één keer omdat er nog geen nieuwe bestemming was voor het gebouw. Die is er nu wel: woningstichting Servatius wil er kantoorruimte in maken. Dan heeft de kerkelijke bouwval na twintig jaar weer een functie. „Het is nu of nooit”, vertelt projectontwikkelaar Erik Wolters. „Als we nu geen subsidie krijgen, moeten we de kerk slopen of vanzelf laten instorten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden