Monumenten Boedapest van na de opstand zijn zeer de moeite waard.

De Hongaarse hoofdstad Boedapest is een stad van monumenten. Zo’n 1100 standbeelden, gedenkstenen en fonteinen herdenken iedere gebeurtenis van enig belang. Tot de val van het communisme in 1989 was de revolutie van 1956 daar niet bij, maar die schade is ruimschoots ingehaald. Een wandeling langs de 1956-monumenten is een wandeling langs de hoogtepunten van de opstand.

Het oudste 1956-monument stamt uit 1989. Het is een groep traditionele houten grafpalen, kopfaja, op plot 301 van de Új Köztemetö (Nieuwe Openbare Begraafplaats, Kozma utca, district X). Ze sieren de graven waar Imre Nagy en andere martelaren in 1989 werden herbegraven. De hervormingsgezinde communistische premier Nagy werd in 1957 in de tegenover het kerkhof liggende Kozma Gevangenis opgehangen vanwege zijn rol tijdens de opstand en in een naamloos graf gedumpt.

In 1992 verrees een tweede monument op het kerkhof, een abstract bouwwerk – door sommigen geprezen om zijn soberheid, door anderen om dezelfde reden verafschuwd. De bouw was het begin van een verwoede discussie over de aard van de monumenten. Veel oud-strijders geven de voorkeur aan realistische, liefst heroïsche standbeelden, terwijl kunstminnende adviescommissies voor modern en abstract kiezen.

Een logische plek om een monumententocht te beginnen is het Kossuthplein voor het parlement, dat een keur aan gedenktekens telt. Midden op het plein staat een zwart granieten beeld, een abstracte eeuwige vlam, als nationaal monument van de opstand.

Onder de zuilengalerij van het ministerie van landbouw, tegenover het parlement, zijn zwarte metalen bolletjes op de muur bevestigd, symbolische kogels die de schietpartij op 25 oktober 1956 herdenken, waarbij tussen de 60 en de 100 doden vielen.

Rechts van het ministerie staat een monument van een heel andere orde: een bruggetje vanwaaraf Imre Nagy, met hoed en bril, het plein overziet. Het bronzen beeld heeft, zoals de meeste beelden van beeldhouwer Imre Varga, een zekere humor die geheel ontbreekt bij het vierde 1956-monument, zuidelijk van het parlement, waar boerenleider Béla Kovács op een marmeren sokkel staat, compleet met zwierige cape, geheel in de stijl van 19de- eeuwse staatslieden.

De Bródy Sándor utca achter het Nationaal Museum, een kwartier lopen van het Kossuthplein, is een beladen plek. Het was hier, bij het gebouw van de Hongaarse radio, dat de vreedzame protesten in opstand omsloegen, nadat de geheime dienst probeerde in te grijpen. Mede daarom is het gebouw vanwege de recente politieke onrust in Hongarije al weken zwaar beveiligd. Tegenover de ingang herdenkt een steen de 18-jarige student János Vizi.

Het waren studenten die de opstand ontketenden, en het waren veelal ook jongeren, kinderen soms, die op de barricades tegen de Russische tanks vochten. Een kwartier van de radio vandaan, in de Corvin köz, herinnert het beeld van een gewapende 13-jarige jongen aan de jongeren die betrokken waren bij de verdediging van dit deel van de stad. De talloze gedenkstenen op de muur van de Corvinbioscoop getuigen van de intense strijd, niet in de laatste plaats omdat zich even verderop, op de hoek van de Ãœlloi ut en de Ferenc körut, een kazerne bevond.

Aan de overkant van de Donau, bij de Technische Universiteit, herdenkt sinds deze maand een nieuw monument de rol van de studenten. Het is een sociaal-realistisch, haast communistisch ogend beeld van een vrouw die oprijst uit een gezichtsloze massa. Het werd gebouwd als antwoord op het op 23 oktober ingewijde nationale monument bij de Dozsa György-straat. Veteranen vinden die abstracte constructie niets: vanwege zijn vorm, en omdat de huidige, socialistische regering de opdrachtgever is.

Opmerkelijk genoeg ontbreekt een monument op een van de meest gedenkwaardige plaatsen in de stad: het Bemplein aan de Donau, waar de eerste grote demonstratie plaatsvond. Het tien minuten verder liggende Szenaplein is daarentegen rijkelijk bedeeld. Hier bevond zich destijds een van de belangrijkste verzetshaarden in de stad, waar tussen 25 en 29 oktober heftig werd gevochten met Russische tanks. Wie in de omgeving van het plein rondkijkt, vindt nog steeds muren met de pokken van kogelinslagen.

De controverse tussen modern en traditioneel heeft op dit plein tot de bouw van twee monumenten geleid. Voor het Mammutwinkelcentrum staat een aantal met Hongaarse vlaggen versierde kopfaja zij aan zij met een gestileerde stalen vlag met een gat erin.

In de Lövoház ut tussen de twee delen van het Mammutwinkelcentrum is op no 15 een gedenksteen voor János Szabó, de legendarische leider van de Szenagroep die in 1957 als een van de eersten werd geëxecuteerd.

Alle monumenten bezichtigen is vrijwel ondoenlijk, want het zijn er tientallen, over de hele stad verspreid. Wie meer wil weten over de achtergronden van de opstand, kan terecht in het Huis van Terreur (Terrorháza) op de Andrassy ut 60, dat een imponerend visueel beeld van de repressie in die tijd geeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden