Monumentale 'Requiem' van György Ligeti doet het huidige publiek de adem stokken

AMSTERDAM - In het Concertgebouw heerste tijdens de zaterdag-matinee bijna de ambiance van een Eurovisie Kerstmatinee. Niet alleen door de volle zaal en de warme sfeer van het vele extra licht ten behoeve van de televisiecamera's, maar ook door de stemmige aanwezigheid van meer dan honderd zangers. In hun zwarte kledij bevolkten zij beide podia om het zelden geprogrammeerde Requiem van Ligeti uit te voeren.

Dit vierdelige werk vraagt behalve twee zangsolisten en een symfonie-orkest ook twee gemengde koren; voor de uitvoering bundelden het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor en het Koor Nieuwe Muziek hun krachten.

De Hongaarse componist György Ligeti schreef dit monumentale Requiem in de jaren 1963-1965. Hij verbleef toen al geruime tijd in het Westen. In 1956 zag hij zijn kans schoon en verliet zijn stalinistisch bestierde vaderland. Ondanks zijn nauwe contacten met de toenmalige avant-garde, weigerde hij ook hier in de pas te lopen met de West-Europese serialisten. Zijn keuze voor de oorspronkelijk Latijnse tekst van enkele Requiem-delen en de klassieke vormgeving met twee koren leggen hiervan getuigenis af. Toch waren er halverwege de jaren zestig maar weinig mensen die zijn in wezen lyrische stijl konden waarderen.

Opmerkelijk was daarom het langdurige applaus dat dirigent Péter Eötvös, de sopranen Patricia Green en Sarah Leonard, het orkest en de beide koren afgelopen zaterdag in ontvangst mochten nemen. Er is duidelijk iets veranderd in de waardering van deze muziek, die het grote concertpubliek tot voor niet zo heel lang geleden nogal eens placht te mijden.

Met een model-uitvoering als onder Eötvös kan eigenlijk niemand om de kracht van het Requiem heen. Het laag in het orkest was dreigend en grommend en riep de meest fantastische visioenen op. Het grote koor reageerde exact en wendbaar op ieder gebaar en deed een beroep op ons mededogen. En tussen deze beide polen door klonken de beide zangeressen met een helderheid en een natuurlijkheid die moeiteloos leek. Zelfs de inzet van het klankzwakke klavecimbel aan het eind van het werk kwam bij deze dirigent volledig tot zijn recht met groot dramatisch effect. Geen wonder dat het na het laatste dirigeer-gebaar geruime tijd stil bleef: zó uitgevoerd doet het Requiem van Ligeti de adem stokken.

In het voorafje tot deze gedenkwaardige uitvoering bleek de ex-Vara matinee verrassend actueel. Het percussie-concert van de Britse componist Jonathan Harvey uit 1997 ontpopte zich met Peter Prommel in de rol van virtuoos solist op ondermeer marimba als een boeiend stuk dat goed in de smaak viel bij het publiek.

Wat taaier en minder smeuïg bleek de 'Cantata profana' van Bartók. Deze sprookjes-cantate op Hongaarse tekst is niet het sterkste werk van deze componist. Het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest deden niettemin braaf hun best om de beide zangsolisten optimaal te begeleiden. De tenor van András Molnár bleek voor deze cantate wat aan de holle kant maar de sonore bas van de Sólyom-Nagy klonk fraai.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden