Monument voor schuilplaatsverleners in Kamp Amersfoort

We zijn een beetje aan het doorschieten in het beeld van de net niet helemaal goede en ook niet helemaal foute Nederlander in '40-'45. Dat stelde Ronald Leopold, directeur van de Anne Frank Stichting, gisteren bij de onthulling van het monument voor schuilplaatsverleners in Kamp Amersfoort. In het publieke debat is het imago ontstaan van een bangig, wegkijkend volk, aldus Leopold, van roekeloze verzetsmensen en van collaborateurs, die eigenlijk vooral voor hun eigen hachje gingen.

Maar er waren wel degelijk 'helden', laat het nieuwe monument zien - al noemden zij zichzelf niet zo. Leopold noemde in zijn toespraak Miep Gies, de helpster van Anne Frank - de beroemdste onderduiker ter wereld. Er waren anderen, van wie sommigen later zijn onderscheiden door het Israëlische Yad Vashem. Anderen worden nu geëerd met het herdenkingsteken in Kamp Amersfoort, dat bestaat uit schijnbaar roestige, gebogen platen. Daarin zijn, als je nog een keer goed kijkt, de figuren van schuilende mensen te ontwaren. Met dit werk van kunstenaar Eric Claus wil de Stichting Schuilplaatsverleners een vergeten groep in de herinnering roepen. Zo verborgen als de onderduiker zelf, bleef immers jarenlang zijn schuilplaatsverlener - de Nederlanders die in hun huis, op hun erf, schuur, zolder of kelder joden verborg voor de nazi's.

Of in hun habijt. Zo ontsnapten de ouders van Roel van Praag (67), voormalig bestuurslid van de Stichting Schuilplaatsverleners uit het gebombardeerde Oosterbeek, na operatie Market Garden. Van Praag is erbij tijdens de plechtigheid in Kamp Amersfoort, en hij vertelt graag het verhaal van zijn ouders. Bij de evacuatie uit Oosterbeek, toen de Van Praags geen idee hadden hoe zij aan de Duitsers konden ontsnappen, kwam een Arnhemse kloosterorde langs. "Mijn vader sprak de overste aan. Ze kregen allebei een habijt aan, en liepen mee met de orde." Uiteindelijk zouden ze met de broeders onderdak krijgen in de modelboerderij van Helene Kröller-Müller in de Harskamp. Van Praag heeft een pretlichtje in zijn ogen. "Als kleine jongen ging ik later mee naar de fraters, we zijn altijd vrienden gebleven."

Dit monument is vooral een hommage aan de vrouwen die hun huis openstelden voor de vervolgden, zegt Jan Slomp, zoon van verzetsleider Frits. Tenminste 320.000 mensen zijn zo ontsnapt aan deportatie naar de kampen. In de verhalen van deze middag, in de toespraken en bij de borrel, klinkt nog steeds de opluchting door die Joodse nabestaanden voelen: hun vader of moeder, oom of neef hebben het gered dankzij de schuilplaatsverlener. Trots weerklinkt in het relaas van Jan Slomp. "Maar mijn vader was niet trots op zichzelf. Hij heeft het mogen doen, zei hij altijd. Hij moest profeteren tegen de satanische ideologie van de Duitsers."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden