Monument of gruwelpretpark

Een vrijwilligster plant rozen op de graven in Terezin, waar in de oorlog het concentratiekamp Theresienstadt lag. (FOTO AP ) Beeld ASSOCIATED PRESS
Een vrijwilligster plant rozen op de graven in Terezin, waar in de oorlog het concentratiekamp Theresienstadt lag. (FOTO AP )Beeld ASSOCIATED PRESS

In zijn jongste roman spot Jáchym Topol met de herinnering aan de Holocaust. Maar achter zijn satire gaat diepe bezorgdheid schuil.

Antoine Verbij

In zijn roman noemt Jáchym Topol hen de ’britsenspeurders’: de jongeren die ’met een creditcard van hun ouders op zak’ in Midden- en Oost-Europa de kampen opzoeken waar in de oorlog misschien de brits heeft gestaan van hun door de nazi’s vermoorde familieleden, ’jongeren die in hun hoofd gekweld worden door de wolk van het afschuwelijke verleden’ en ’ernaar snakken hun kop uit de pijnlijke omklemming te bevrijden’.

De Tsjechische schrijver had zulke jongeren ontmoet in Terezín, het garnizoensstadje op zo’n zeventig kilometer van Praag. Vroeger heette het Theresienstadt en werd het gebruikt als concentratiekamp. Het vestingstadje is in verval geraakt sinds de meeste bewoners en ook het Tsjechische leger er zijn weggetrokken. De straten zijn leeg, de huizen brokkelen af, de vestingwallen raken overwoekerd met struikgewas.

Enkele jaren geleden maakte Topol reportages voor krant en televisie waarin hij pleitte voor het behoud van Terezín. De overheid steekt er geen vinger naar uit. Er waren privé-initiatieven. Iemand wilde er een schietbaan inrichten, maar dat vond men toch wat smakeloos op een plek waar zo veel mensen zijn vermoord. Een ander wilde er pornofilms draaien – ook dat stuitte op verzet.

Er komen nog wel toeristen naar Terezín. Ze kunnen er een gettomuseum bezoeken en nog wat andere objecten die aan het kamp Theresienstadt herinneren. En tot voor kort zat er dus een groepje ’britsenspeurders’, die actie voerden om het stadje voor de ondergang te behoeden. Maar die ’sekte’, zoals Topol ze in een interview noemde, heeft inmiddels de moed opgegeven en is verder getrokken, onder andere naar Wit-Rusland.

Toen Topol begin vorig jaar enkele maanden in Berlijn verbleef, besloot hij zijn teleurstellende ervaringen in Terezín te verwerken tot een roman. Het is een groteske vertelling geworden. Dat kon ook moeilijk anders bij een schrijver die al in eerdere romans (’Nachtwerk’, ’Spoelen met teerzeep’) de twintigste-eeuwse geschiedenis van Tsjechië had omgetoverd in een wonderlijke reeks absurditeiten.

De ik-figuur in ’De werkplaats van de duivel’ is in Theresienstadt geboren en beweegt zich naïef-verwonderd tussen de resterende bewoners. Dat zijn enkele oude vrouwtjes, een stel vegeterende dronkelappen en de groep ’britsenspeurders’. De jongelui proberen onder leiding van ene Kops, die als baby in een schoenendoos het kamp overleefde, met dans-en gesprekstherapie de knoop in hun ziel te ontwarren.

De ik-figuur hoedt een kudde geiten die het gras op de wallen kort houdt. Verder helpt hij Kops op de computer met het inzamelen van geld voor Theresienstadt. Daarvoor schrijft hij over de hele wereld overlevenden van het kamp aan. Ondertussen loopt hij enkele meisjes onder de ’britsenspeurders’ achterna, zoals Sára uit Zweden, ’Grote Lea’ uit Nederland en de mysterieuze Maruska uit Wit-Rusland, maar die wordt streng bewaakt door ene Alex.

Wanneer Kops en zijn jongelui hardhandig door de politie uit het stadje worden verdreven, laat de verteller zich door Alex overhalen om als ’expert in het revitaliseren van massagraven’ mee naar Wit-Rusland te gaan. Alex heeft het vooral gemunt op de usb-stick van de verteller, waarop de gegevens van de geldschieters staan. De verteller zelf gaat vooral mee om in de buurt van Maruska te kunnen blijven.

Tot dat moment kan het verhaal gelezen worden als een satire op wat ooit de ’Holocaustindustrie’ is genoemd. Topol drijft de strijd over de herinnering aan het concentratiekamp Theresienstadt tot in het absurde, een strijd waarin politieke en commerciële belangen merkwaardige mengvormen aangaan met de ervaringen van oud-kampbewoners en de psychische problemen van de jongste nabestaanden.

Wat de ik-figuur vervolgens met Alex en Maruska in Wit-Rusland beleeft, voert de satire compleet over the top. Nu is er weinig voor nodig om van die laatste dictatuur in Europa een karikatuur te maken – een simpele beschrijving zijn operette-achtige president, zijn verwarde nationalisten en zijn gecorrumpeerde oppositie volstaat. Topols absurde taferelen zijn realistischer dan ze lijken.

De handeling concentreert zich op de gedenkplaats Chatyn midden in de Wit-Russische taiga. Daar herinnert een indrukwekkend ensemble van monumenten aan de duizenden dorpen die door Hitlers ’tactiek van de verschroeide aarde’ met de grond gelijk zijn gemaakt. In Wit-Rusland is in de oorlog meer dan een kwart van de bevolking omgekomen. In Chatyn hadden de bezetters de bewoners in twee hooischuren bijeengedreven en levend verbrand.

Met die historische achtergronden speelt Topol een macaber spel. In Chatyn stuit de ik-figuur op een soortgelijke jongerensekte als in Theresienstadt, alleen heet de goeroe nu Kagan. Die wil met zijn ’partizanen’ Wit-Rusland aantrekkelijk maken voor toeristen door Chatyn om te bouwen tot een ’Jurassic Park van gruwelen’. „Thailand seks, Italië de zee en schilderijen, Holland klompen en kaas, nou, en Wit-Rusland een horrortrip, of niet dan?”

Het gruwelpretpark moet de ’Werkplaats van de Duivel’ gaan heten. De Wit-Russen hebben er de meest macabere attracties voor bedacht. Dat gaat de ik-figuur, tot dan toe meer een ironische toeschouwer dan een handelend persoon, te ver. Hij grijpt in. Op een van de vele verborgen massagraven in Wit-Rusland, komt hij, uitgerekend met een Duitse onderzoekster, tot inzicht in de absurditeit van het gebeurde.

Met ’De werkplaats van de duivel’ werpt Jáchym Topol (1962) wezenlijke vragen op over onze herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Wat weten we eigenlijk van de slachtoffers? En wat van de daders? Zijn we eigenlijk wel echt in hen geïnteresseerd? Zijn we bij het gedenken van de oorlog niet vooral met onszelf, onze politieke, morele en psychologische problemen bezig in plaats van met de gruwelen uit het verleden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden