Monument in de uitverkoop

Wat moet een restauranthouder met een ruïne? Zijn gasten in de regen laten eten?

Gezien de nieuwe bezuinigingen die ons allemaal zullen treffen, zoals we keer op keer te horen krijgen, ligt het misschien niet voor de hand je op te winden over het plan om 34 van de 1800 rijksmonumenten 'af te stoten'.

Monumenten ervaren immers geen pijn. Bovendien "hebben private partijen aangetoond dat ze net zo goed als een overheid monumenten kunnen beheren", zoals minister Jet Bussemaker in de Kamer verklaarde. Denk maar aan de vrouwengevangenis in Zwolle. Of aan De Librije.

Dat zijn slim gekozen voorbeelden, maar past u goed op. Want de monumenten waar het rijk nu van af wil, laten zich juist lastig hergebruiken. Op de lijst staan grafmonumenten en gedenknaalden, de massieve Onze Lieve Vrouwekerk van Veere, de vesting van Naarden, en maar liefst vier ruïnes, waaronder de ruïne van Brederode in Santpoort-Zuid.

Wat moet een restauranthouder met een ruïne? Zijn gasten in de regen laten dineren bij wijze van natuurervaring? En welke 'particuliere partij' zou de stookkosten voor de kolossale Onze Lieve Vrouwekerk in Veere op zich willen nemen? Geen enkele ben ik bang. Om zulke monumenten te redden, zouden de betreffende gemeenten moeten bijspringen. Maar die moeten juist bezuinigen.

Toch denkt de minister dat het wel goed komt, 'al zijn incidenten niet uit te sluiten'.

Misschien vraagt de bewindsvrouwe zich af hoe erg het überhaupt is dat er, laten we zeggen, nog wat ruïnes bij komen. Is ons enorme monumentenbestand niet een soort zolder waar je af en toe doorheen moet, omdat je nu eenmaal niet alles kunt bewaren, niet én dat oude wiegje én oma's naaimachine?

Het is een verleidelijke vergelijking. Maar het bijzondere aan monumenten is juist dat ze niet op zolder staan, maar in het volle daglicht. We komen er dagelijks langs, en daardoor maken ze deel uit van onszelf. We hechten eraan, of zouden dat moeten doen. Het zijn de enige zichtbare tekens dat we verder teruggaan dan een generatie, het monument is een dagelijkse herinnering dat we überhaupt voorouders hebben, en geschiedenis.

Maar om uit te leggen waarom monumenten belangrijk zijn moeten we misschien de hulp inroepen van de poëzie.

Als ik bij het fietsen door Amsterdam langs de Westerkerk kom, en even naar die hoge toren opkijk, denk ik vaak aan het gedicht 'Het carillon' van Ida Gerhardt, dat het jaar 1941 in herinnering roept. De bevolking is geslagen en uitgeblust, schrijft Gerhardt. Totdat over de grauwe gezichten opeens een 'vleug van licht' strijkt: "Want boven in de klokketoren/ na 't donker-bronzen urenslaan / ving, over heel de stad te horen,/ de beiaardier te spelen aan." Ook Anne Frank voelde zich door dat 'donkerbronzen urenslaan' getroost, weten we uit haar dagboek. Als bewijs dat niet alles was aangetast door plunderaars.

De Westerkerk wordt niet bedreigd. Maar de Onze Lieve Vrouwekerk van Veere wel. En die is nog veel ouder, die stamt uit 1342 en heeft ontelbare crises, oorlogen en plunderingen doorstaan. Het is een onhandige kolos, maar als baken van bestendigheid onvervangbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden