Monteverdi herdacht met mystieke lofzang

Uitzending: 3 dec. 20 uur, radio 4

Dat hij de componist al spoedig vergeten werd en zelfs zo'n tweehonderdvijftig jaar een stoffig bestaan leidde, louter vermeld in muziekgeschiedenissen, is de keerzijde van de medaille die roem heet. Maar de twintigste eeuw, vooral de tweede helft heeft de grootmeester van de barok weer tot klinken gebracht. Hem viel dit weekend zelfs de eer ten deel die alleen Mozart in het groots gevierde gedenkjaar 1991 overkwam: in een schakelprogramma met allerlei landen besteedden vele Europese radio-organisaties bijna twaalf uur continu aandacht aan Monteverdi's werk en dat van tijdgenoten. Ethersterren flonkerden rond zijn baar. Het kan verkeren, sprak Monteverdi's tijdgenoot Bredero in Amsterdam.

In het Amsterdams Concertgebouw was het de Vara-matinee die zaterdag uitpakte met de Koninklijke Muziekkapel van Catalonie, zoals de Catalaans-Spaanse gambist Jordi Savall tegenwoordig zijn oude-muziekensemble noemt. Het was het publiek voorgespiegeld dat hij Monteverdi zou presenteren in een zetting van Spaanse componisten. Zeer interessant, want de Venetiaanse invloed op het Spanje van de zeventiende eeuw was zeker in muzikale zin groot. Juan Cererols was de meest bevlogen Monteverdi-volgeling in het gezleschap van leerlingen.

Helaas bleek het Spaanse aandeel zonder opgaaf van redenen geschrapt; als pleister op de wonde speelde het gezelschap een villancico van Cererols, een genre dat een kunstlied inhoudt met een volkse inslag: een prachtig licht swingend nummer waarin gezongen werd over de zoete harmonieen die muziek weet op te roepen. Dit Spaanse werk vloeide Montserrat Figueras als honing uit de mond, met verve bijgevallen door het hele barokke ensemble van zangers, blazers, strijkers, tokkelaars en toetsenisten. Daar had ik meer van willen horen.

Tune

Alle eer ging dus naar Monteverdi. Niet onaardig begon Savall met de fanfare die de opera 'Orfeo' inleidt. Men hoort deze 'toccata' ook aan het begin van de Maria Vespers. Zij wordt wel omschreven als de tune van het hertogelijk huis van Mantua. Toen dat werk in december 1894 voor het eerst klonk in het Amsterdams Concertgebouw in het kader van 'historische concerten' wekte die muziek volgens een recensent 'een glimlach' op, vanwege de 'grote eenvoudigheid van harmonieen in de eerste plaats'; de schrijver prees zich gelukkig niet in de zestiende maar in de negentiende eeuw te leven!

De Monteverdi-liefhebber van nu leest dat ook met een glimlach. Want uit die zogenaamde eenvoud ontwikkelde zich een wereld van expressiviteit. De matinee toonde die in een aantal madrigalen uit het achtste boek, en enkele psalmen, het beroemde 'Ave maris stella' en een 'Magnificat'.

Savall bleek zich meer te bekommeren om de kleuren in Monteverdi's schilderingen dan om ritmische scherpte. De madrigalen klonken zelfs wat rommelig.

Echt een ensemble met een grote mate van eenheid in artistieke nuancering en ritmische precisie werd het pas in de serie geestelijke composities. Daarin was de opstelling beter, en Savall dirigeerde die stukken.

Werkelijk verrassend was het mystiek langzame tempo dat hij nam in het 'Ave maris stella'. Ik heb deze jubelzang op Maria als sterre der zee vaak horen zingen met de stoerheid van een marinierspeloton, stevig tempo en straf in de ritmiek. Bij Savall deinde deze lofzang als een zomerzee onder een sterrenhemel. En zo paste het ook rond Monteverdi's baar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden