Monografie Aldo van Eyck is bijna een ego-document

Eindelijk, de monografie over Aldo van Eyck is daar. Vlak na zijn dood, maar dat is toeval. Het boek was al in de maak en de meester heeft er zelf nog intensief aan meegewerkt. Zo intensief, dat hij zijn stempel heeft gedrukt op de teksten (en de keuze daarvan) en op de vormgeving. Door Van Eycks dood in maart van dit jaar krijgt het boek wel een extra lading. Dit is zijn erfenis, hiermee wil hij zelf voortleven in de architectuurgeschiedenis.

Robbert Roos

Op dé monografie van Aldo van Eyck is lang gewacht. De architect was een eigenwijze man, met wie niet makkelijk viel samen te werken. Voor veel auteurs zal de spiedende blik over de schouder te dwingend zijn geweest om tot een goed boek te komen. Ook bij dit project waren er weer de nodige conflicten. Zozeer zelfs, dat twee van de auteurs uit het boek zijn gebannen. Hun bijdrage verschijnt binnenkort in een aparte publicatie bij Uitgeverij 010 ('Aldo van Eyck, Humanist Rebel').

Tot nu toe moesten we het doen met de excellente biografie 'Relativiteit en verbeelding' van Francis Strauven, waarin de meeste projecten van Van Eyck ook aan bod komen, maar dat boek ontbeerde toch de specifieke kenmerken van een monografie: een aantal duidende essays vooraf en vervolgens een chronologische presentatie van alle projecten, die zowel in beeld als taal zijn gedocumenteerd. Het nieuwe boek voorziet daar in ruime mate in. Alle elementen in het werk komen in een breed geschakeerde waaier van teksten aan bod, waarbij de eigen taal van Van Eyck prominent aanwezig is. Hij schreef bijvoorbeeld zelf alle begeleidende teksten bij de gepresenteerde projecten.

Van Eyck was een echte modernist. Al zijn aandacht lag bij de plattegronden en de organisatie van het te ontwerpen gebouw. De vormgeving is of heel neutraal, zoals in het begin van zijn oeuvre, toen hij nog werkte in de beeldtaal van De Stijl, of ze is een direct gevolg van de gekozen ruimte-indeling. De wanden lijken dan louter opgetrokken om de plattegronden te omzomen. Met kleur gaf hij vervolgens expressie aan een verder informele en anonieme vormentaal. Alle gebouwen van Van Eyck zijn van binnenuit ontworpen. In het componeren en construeren van die binnenruimtes ligt zijn kracht en betekenis. Wanneer je de mythe-vorming (die er onmiskenbaar is en die er voor zorgt dat nogal eens door een roze bril naar Van Eycks werk wordt gekeken) vergeet, dan moet je constateren dat zijn bouwwerken aan de buitenkant weinig kijkgenot opleveren. Met het Hubertushuis aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam als markante uitzondering.

Een interessant hoofdstuk is de analyse van het oeuvre door samensteller Vincent Ligtelijn. Hij bespiegelt in vogelvlucht de werken van Van Eyck, vanaf het moment dat hij vlak na de oorlog tijdens zijn studie in Zürich de eerste interieurinrichtingen deed, tot aan de uitbreiding van het gebouw van de Algemene Rekenkamer in Den Haag van een paar jaar geleden. De teksten zijn regelmatig architectuur-theoretische kauwgom, maar Ligtelijn probeert wél per project de elementaire keuzes te duiden en te interpreteren. Erg kritisch is hij helaas niet. Misschien speelt de nadrukkelijke regie van Van Eyck bij de samenstelling van het boek hierbij een rol.

Het is verder jammer dat in het boek niet één scherp, vilein schotschrift van de meester staat. Bijvoorbeeld Van Eycks bijdrage in Archis van bijna twee jaar geleden (no.2, 1998) had hier mooi voor kunnen worden gebruikt. Die bijdrage illustreert namelijk een kant van de man waarmee velen (onprettig) kennis hebben gemaakt. Daarnaast geeft Van Eyck in het essay (een reactie op een bespreking van zijn uitbreiding van de Algemene Rekenkamer) zijn eigenzinnige visie op de huidige architectuurproductie, waaruit je ook weer zijn eigen ideeën kunt destilleren. Ideeën die hij veelvuldig heeft overgebracht in zijn architectuurlessen aan de TU in Delft en in de vele publicaties waaraan hij meewerkte en waarvan het tijdschrift Forum het meest roemrijk is. De gebouwen van Van Eyck zijn feitelijk de fysieke illustraties bij deze architectonische concepten en opvattingen. Dat theoretische bouwwerk zal op termijn Van Eycks belangrijkste bijdrage aan de geschiedenis van de Nederlandse bouwkunst blijken te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden