Monogamie als genetische noodzaak

Wat is toch dat kleine gekke dingetje genaamd liefde? Schrijvers, zangers en dichters hebben zich eeuwenlang met die vraag beziggehouden zonder veel verder te komen dan 'Liefde is een rookgordijn' (Shakespeare) of 'Liefde overwint alles' (Deep Purple). Ook filosofen mengen zich steeds vaker in het debat, zie bijvoorbeeld het essay van Jan Drost in de bijlage Letter & Geest van vorige week zaterdag. De kernvraag is of de liefde van de mens exclusief is - monogamie - of verdeeld kan worden over meerdere partners.

De wetenschap van liefde laat zien dat de mens van nature neigt naar monogamie. Een eerste aanwijzing komt uit het onderzoek naar jaloezie van onder anderen de Nederlandse evolutionair psycholoog Bram Buunk. De overgrote meerderheid van mannen en vrouwen heeft jaloerse gevoelens als hun partner flirt met een ander. Ook ik beken schuld. Seksuele en romantische jaloezie zijn de meest voorkomende vormen. Jaloezie is een signaal, voor jezelf en voor je partner, dat je graag je exclusieve relatie wilt behouden.

Ook geluksonderzoek is relevant. In een representatief onderzoek van de economen Blanchflower en Oswald uit 2004 werden 16.000 Amerikanen gevraagd naar hun seksleven. Verreweg de meeste mannen (89 procent) en vrouwen (96 procent) van boven de 40 gaven aan dat ze het afgelopen jaar slechts één seksuele partner hadden gehad. Onder de 40 lagen die percentages iets lager (bij mannen 70, bij vrouwen 84 procent) maar een monogame relatie was ook daar de norm. Verder bleek dat mensen in een exclusieve relatie meer seks hadden.

De centrale vraag van het onderzoek was hoeveel liefdespartners je nodig hebt om gelukkig te zijn. Wat bleek? Mensen die meer dan één liefdespartner hadden, waren gemiddeld ongelukkiger. De conclusie van de onderzoekers: het aantal liefdesrelaties dat je geluk maximaliseert is 1. Overigens rapporteren mannen altijd meer sekspartners dan vrouwen in deze onderzoeken, wat duidt op ofwel mannelijke arrogantie of sletvrees onder vrouwen.

Ook de evolutionaire biologie breekt een lans voor de exclusieve mensenliefde. Volgens biologen is de functie van liefde dat twee partners blijven investeren in hun relatie om de ouderlijke zorg te delen. Die ouderlijke zorg is nodig omdat mensenkinderen, vergeleken met het kroost van andere dieren, nogal hulpeloos geboren worden. Alle zeilen moeten worden bijgezet om van die poepende, huilende wezentjes nette, verantwoordelijke volwassenen te maken. De langdurige bijdrage van moeders én vaders is essentieel. Onderzoek van antropologen laat zien dat een afwezige vader riskant is voor de ontwikkeling van het kind. Datzelfde lijkt te gelden voor de inbreng van grootmoeders, die in sommige culturen essentieel is voor de overlevingskansen van het kind.

Een vergelijking tussen apensoorten laat ook zien dat de mens 'monogamig' is. Daartoe kijken biologen, niet geremd door enige schaamte, naar de teelbalgrootte. Grote ballen wijzen erop dat het mannetje van die soort veel concurrentie heeft in de strijd om sekspartners; hun spermalading moet groot en krachtig zijn. Bij de losbandige chimpansees hebben de mannetjes naar verhouding grotere teelballen dan de mens. Een andere aanwijzing is de ovulatie die, anders dan bij de meeste apenvrouwtjes, bij mensenvrouwen verborgen is. Terwijl apenvrouwen met hun opgezwollen geslachtsdelen hun vruchtbaarheid tonen, is het bij mensenvrouwen gissen wanneer ze in hun vruchtbare periode zijn.

Waarom? Volgens evolutionaire wetenschappers dient die verborgen ovulatie ertoe dat de man niet weet of de vrouw vruchtbaar is. Hij moet dus langere tijd met haar het bed delen wil hij zijn genetische toekomst veiligstellen. Ook dat bewijst het monogame verleden van onze soort.

Dit laat onverlet dat er in de omgang met liefde verschillen zijn tussen mensen. Sommige mannen en vrouwen zijn losbandiger dan anderen, en er zijn culturen waar polygamie bestaat (een man die met meer vrouwen tegelijk een liefdesrelatie heeft). Maar de stelling: 'anything goes in de mensenliefde' is wetenschappelijk onhoudbaar.

Mark van Vugt is hoogleraar evolutionaire psychologie en organisatiepsychologie aan de Vrije Universiteit en verbonden aan de Universiteit van Oxford. Hij schreef met Ronald Giphart 'Mismatch', ofwel: hoe de mens wordt misleid door zijn oerbrein. Van Vugt schrijft op deze plaats, om de week, een column over opvallende aspecten van menselijk gedrag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden