Review

Monochrome 'Norma' van Nationale Reisopera

MAASTRICHT - De druïdepriesteres Norma, een icoon van de vroeg-romantische Italiaanse opera, mag tegenwoordig nog slechts concertant opdraven. Ze hoeft geen maretak meer op het altaar van de maangodin te leggen, ze hoeft geen dolk meer boven haar slapende kinderen te zwaaien en ze hoeft niet meer drie keer op de gong te rammen om haar Galliërs tot oorlog tegen de Romeinen op te ruien. Norma hoeft vandaag de dag alleen nog maar mooi te zingen, staand in prachtig avondtoilet achter een muzieklessenaar. Zo ook in Maastricht, waar de Nationale Reisopera donderdagavond aan een serie van zes concertante 'Norma's' begon.

'Norma' (1831) van Vincenzo Bellini is uit de mode. Serieuze operagezelschappen, tegenwoordig gerund door regisseurs, mijden het zogenaamde belcanto-repertoire, omdat daar geen vernieuwend muziektheater mee te maken zou zijn. De liefhebber blijft zodoende verstoken van veel schoons. Het vele werk dat zangeressen als Maria Callas, Montserrat Caballé voor deze opera's hebben verzet, was als het gooien van paarlen voor de zwijnen -er is door hedendaagse opera-intendanten niets mee gedaan.

Het is al wat dat de Reisopera in Bellini's jubileumjaar (hij werd in 1801 op Sicilië geboren) zijn belangrijkste opera in ieder geval concertant brengt, al moet daar direct achter aan gezegd worden dat de uitvoering niet meeviel. De Pools/Belgische sopraan Elzbieta Szmytka debuteerde in de zware titelrol en verder had de Reisopera louter Nederlandse zangers op de rol.

Een lovenswaardig initiatief, maar het klinkende resultaat was aan de povere kant. Begrijpelijk dat Szmytka graag een keer de rol van Norma wilde zingen. Ik heb een zwak voor deze innemende zangeres, maar ondanks het feit dat Szmytka's kwikzilveren, lichte sopraan donkerder kleuren heeft gekregen, rijper is geworden, was ze daarmee nog geen Norma. Het klinkt misschien paradoxaal, maar de rol ging Szmytka veel te gemakkelijk af. Ondanks een goede gezichtsmimiek kwamen de gevoelens van liefde, haat en wraak niet uit haar hele lichaam, maar louter uit het strottenhoofd. Aan het slot leek Szmytka fysiek nog heel monter en daarmee logenstrafte zij uitspraken van befaamde dramatische sopranen die verklaarden veel beter Wagners 'Walküre' aan te kunnen dan Bellini's 'Norma'.

Szmytka zong ondanks haar goede wil en inzet veel te monochroom: de cabaletta na 'Casta diva' klonk niet verinnerlijkt, de finale van de eerste akte ('Mijn woede zal je overal achtervolgen') kwam voorbij als peanuts, 'In mia man' ontbeerde overwinningsroes en Norma's schuldbekentenis ('Son io') miste magie. Szmytka kreeg weinig steun van een slordig spelend Orkest van het Oosten onder een ongeïnspireerde Patrick Davin. Annelies Lamm kwam als Adalgisa een heel eind, maar zij heeft niet het goede stemtype voor de rol; in de hoogte moest zij haar stem overspannen. Zij klonk nu veel ouder dan Norma en dat moet juist omgekeerd zijn. Jaco Huijpen (Orovese) en Harrie van der Plas (Pollione) verwarden belcanto met hard zingen. Dit was een uiterst curieuze 'Norma'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden