Monique Velzeboer Sport was niet belangrijk meer

Monique Velzeboer won in 1988 als shorttracker een gouden, zilveren en bronzen medaille op de winterspelen van Calgary. Na een dramatisch ongeval tijdens een training belandde ze in een rolstoel. Velzeboer moest op zoek naar een nieuw levensdoel. Ze vond dat in het fotograferen van kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden.

In de woonkamer van Monique Velzeboer liggen felgekleurde ballonnen op de grond voor het verjaardagsfeest van zoon Quincy, die de volgende dag vijf jaar zal worden. Hij krijgt een nieuwe fiets. Nee, naar schaatsen taalt hij nog niet, hij wil ze niet eens aan. Al vroeg hij toen ze naar de televisiebeelden van de Olympische Spelen in Vancouver zaten te kijken, wel voor het eerst of hij haar medailles een keer mocht zien. „Die liggen al jaren in een la en die heb ik maar weer eens tevoorschijn gehaald.” Een gouden, zilveren en bronzen medaille won ze in 1988 op de winterspelen van Calgary, toen shorttrack nog een demonstratiesport was.

Aan één van de muren hangt een grote foto van schaatser Gianni Romme, die in 1998 twee gouden Olympische medailles en vier jaar later een zilveren medaille won. Velzeboer maakte de foto zelf in 2000 in opdracht van de Fotoacademie in Amsterdam. De prachtig gespierde Gianni Romme is naakt in goud gebodypaint en draagt alleen goudkleurige schaatsen. In alles straalt hij uit: hier staat een Olympisch kampioen.

Wat een prachtige foto.

Velzeboer: „In mijn fotografie probeer ik de geportretteerden altijd op een krachtige en zo mooi mogelijke manier uit te beelden.”

De foto is de enige zichtbare verwijzing in de woonkamer naar het schaatsverleden van Velzeboer. Als we de rolstoel niet meetellen, natuurlijk. Die markeert het dramatische einde van haar schaatscarrière. Vlak voor de Kerst in 1993, toen ze voorbestemd was om als shorttrackster goud te winnen op de Winterspelen van Lillehammer in 1994, kwam ze tijdens een training hard ten val. Ze liep een dwarslaesie op en sindsdien beweegt ze zich voort in een rolstoel. Ze heeft nog geluk gehad, zegt ze. Haar zevende nekwervel was verbrijzeld. Eén wervel hoger en ze had ook haar armen niet meer kunnen gebruiken.

Ze rijdt naar de keuken om theewater op te zetten. Haar moeder, die schuin tegenover haar woont aan de boulevard van Noordwijk, brengt Quincy naar school en zal hem straks ook weer ophalen. Ze is destijds naar Noordwijk verhuisd om haar dochter, die haar zoon alleen opvoedt (de relatie met haar vriend liep stuk) te kunnen bijstaan. Haar vader is op de boerderij in Oud-Ade blijven wonen, waar ze opgroeide met haar oudere zus Simone en jongere broers Marc en Alex, ook alle drie getalenteerde schaatsers op de korte baan. Ze installeert zich aan de eettafel, presenteert bonbons en zegt dat ze liever niet met ’u’ wordt aangesproken.

Wat doet het met je om naar de Olympische spelen te kijken en dan met name naar de shorttrackwedstrijden?

„Ik heb daar weinig naar gekeken vanwege het tijdsverschil. Zo fanatiek ben ik nou ook weer niet dat ik daarvoor ’s nachts mijn bed uit kom. Wat ook meespeelt is dat mijn generatie niet meer meedoet. Sommige schaatsers ken ik nog wel persoonlijk, maar het gaat in de topsport net zoals je na de middelbare school naar de universiteit gaat. De vrienden en vriendinnen met wie je zo intensief optrok, verdwijnen langzaam uit beeld. Contacten verwateren, op een enkele uitzondering na.”

Het maakt verder geen emoties bij je los.

„Nee, niet in de zin dat ik het als een gemis ervaar dat ik misschien nog een gouden medaille had kunnen winnen. Ik heb twee Olympische spelen mogen meemaken, in 1988 in Calgary met drie medailles en die van 1992 in Albertville, toen ik met een vierde plaats net naast een medaille greep. Een dwarslaesie is ook zo ingrijpend, dat sport vanaf dat moment niet meer belangrijk is. Je bent veel meer bezig met alle andere dingen die je ook niet meer kunt.”

Wat herinner je je van het ongeluk?

„Met mijn broers en toenmalige vriend hadden we eind 1992 op eigen initiatief een trainingskamp belegd in het dorp Font Romeu in de Pyreneeën. Het was er uitgestorven, toen ik tijdens de training hard viel op een deel van de baan, waar de boarding ontbrak die de klap had kunnen breken. Toen ik op de grond lag, wist ik meteen dat het mis was, dat ik nooit meer zou kunnen lopen. Ik had geen pijn, maar miste elk gevoel in mijn benen. En ik had het ijskoud. Gelukkig kwam er toevallig een buitenlandse arts langs die iets was vergeten. Hij heeft geregeld dat er een helikopter kwam en heeft me een injectie gegeven waardoor ik rustig bleef. In Toulouse heb ik een dag of tien aan de beademing gelegen. Daarna ben ik naar het AMC in Amsterdam overgebracht. Vandaar ging ik naar het revalidatiecentrum Overtoom, midden in de stad en niet naar een afgelegen oord in de bossen. Ik wilde midden in het leven blijven staan.”

In het revalidatiecentrum volgde ze op televisie de Olympische winterspelen, waar ze volgens de voorspellingen had moeten gloriëren.

Dat wilde je?

„Ja, ik wilde mijn toenmalige vriend en ploeggenoten zien schaatsen. Bovendien is shorttrack een prachtige sport. Na het ongeluk heb ik het natuurlijk moeilijk gehad. Maar de negatieve dingen waar ik me vroeger zo druk om maakte, waren niet meer zo belangrijk. Je richt je op de dingen die er werkelijk toe doen. Ik kon geen Olympisch kampioen meer worden. Dat betekende dat ik op zoek moest naar een nieuw levensdoel. En wat heel belangrijk was dat ik onafhankelijk wilde blijven.”

Wat was de impact van het ongeluk op het gezin Velzeboer?

„Mijn vader heeft één keer na mijn ongeluk gesuggereerd dat we misschien maar moesten stoppen met schaatsen, maar daar wilde de rest niets van weten. Het was ook geen serieus voorstel van mijn vader, denk ik. Ik ben zover ik weet de enige shorttracker ter wereld die tijdens het sporten een dwarslaesie heeft opgelopen. Je kunt ook gehandicapt raken door een auto-ongeluk. Als Quincy later wil gaan shorttracken, zal ik hem ook niet tegenhouden. Mijn ouders hebben ons altijd gesteund in onze sport, ook al hebben ze heel wat te verwerken gekregen. Mijn zus heeft tijdens de Olympische Spelen van 1988 haar rug gebroken. Ik was erbij en zag dat het ernstig was omdat mijn zus op het ijs bleef liggen. Maar desondanks moest ik mij concentreren op mijn eigen race. Gelukkig is ze helemaal hersteld. Mijn broer Alex kreeg een paar jaar later een schaats in zijn been. Door die zware blessure heeft hij zijn schaatscarrière moeten beëindigen. We waren als gezin altijd erg close en dat is door alle tegenslagen alleen maar versterkt. We hebben een hele hechte band. Alex gaat bijvoorbeeld altijd met me mee als ik ga fotograferen in het buitenland voor het Liliane Fonds. Elk jaar neemt hij daarvoor een paar weken vrij. Hij regelt van alles voor me en als het moet draagt hij me.”

Na het ongeluk pakte ze in eerste instantie haar studie psychologie in Leiden weer op. Ze was derdejaars en had net besloten zich te specialiseren in persoonlijkheidspsychologie. „Ik dacht aan een baan als mentale trainer in de sportwereld. Wat me boeide was het functioneren van een groep sporters. Wat maakt een team tot een echt team? Welke rol kan de trainer daarin spelen? Welke processen bepalen dat een coach voor de ene atleet geweldig is en voor de andere niet? Waarom wil de ene atleet wel horen dat hij het goed doet en werkt dat bij de andere averechts? Na drie maanden besloot ik met mijn studie te stoppen. De studie was een overwogen aanvulling op mijn leven als topsporter. Toen de sport wegviel realiseerde ik mij dat psychologie de sport niet kon vervangen. Ik besloot iets te gaan doen wat ik echt leuk vond: fotograferen. Ik was thuis altijd al degene die de foto’s maakte. Ik ging naar een particuliere fotoacademie in Amsterdam, waar ik me op de portretfotografie richtte. Tijdens mijn opleiding kreeg ik mijn eerste opdracht van de Schaatsbond. Een twaalftal portretten van schaatsers die later in een kalender zijn opgenomen. De foto-opleiding heb ik niet afgemaakt, maar ik wist dat het me zou lukken om een bestaan op te bouwen als freelance fotograaf. In 2002 heb ik me gevestigd als freelancer en geleidelijk aan kreeg ik steeds meer opdrachten. Middels de schaatskalender ben ik in contact gekomen met het Liliane Fonds. De opbrengst van de schaatskalender ging naar dit fonds. Dat was precies wat ik wilde; fotograferen voor een goed doel, me inzetten voor kinderen met een handicap. Het Liliane Fonds ondersteunt kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Elk jaar reis ik naar verschillende revalidatiecentra om foto’s te maken van de kinderen die daar komen om te revalideren.”

Ze rijdt naar haar werkkamer om foto’s te laten zien van kinderen met klompvoeten en andere handicaps die dank zij het Liliane Fonds geopereerd kunnen worden en revalideren. Enthousiast vertelt ze over de twee Ethiopische jongetjes Nasrdin en Eyasu, die ze afgelopen januari heeft ontmoet. Ze zijn vijf en werden allebei met klompvoeten geboren. „Ze zijn zo ondeugend. Op een dag hadden ze strompelend op hun krukken en gipsbeen op het parkeerterrein alle nummerplaten van de auto’s losgeschroefd en verwisseld.” Ook de 12-jarige Lili kan ze niet vergeten. Het meisje wilde wel gefotografeerd worden, maar was doodsbang voor mannen. „Ze wilde niets zeggen, maar je vraagt je af wat ze allemaal al heeft meegemaakt.” Ze laat een foto van het meisje zien. „Kijk eens naar haar ogen.”

Maakt het verschil dat je zelf ook een handicap hebt?

„Niet eens zozeer voor de kinderen, maar vooral voor hun ouders. Ik was bij de Masai in Kenia en daar zien ze een gehandicapt kind als een vloek. Er was daar een moeder die zo opgelucht was dat handicaps ook in de westerse wereld voorkomen. Hoe ik in die rolstoel ben beland, wordt me eigenlijk nooit gevraagd. Ik denk dat de meesten veronderstellen dat ik zo geboren ben en dat laat ik maar zo. In Bangladesh sprak ik een vader die dank zij mijn aanwezigheid toch nog een toekomst zag voor zijn gehandicapte dochter.”

Gaan er dankzij je handicap meer deuren voor je open?

„De combinatie ex-topsporter en fotograaf met handicap genereert publiciteit. Maar daar gaat het mij niet om. Ik probeer voornamelijk de dingen te doen waar ik mij goed bij voel. Die beslissing heb ik genomen toen ik stopte met mijn studie. Ik probeer mij zo min mogelijk te laten beïnvloeden door wat anderen daarvan vinden of zeggen. Ik portretteer de Liliane Fondskinderen op een positieve manier. Ze zijn ook niet zielig. De meesten zijn vrolijk en hebben een goede tijd in het revalidatiecentrum. Ze komen er bijna allemaal sterker uit en met veel meer kansen dat toen ze er werden binnen gebracht.”

„Deze kinderen doen me ook denken aan de elf maanden dat ik zelf in een revalidatiecentrum verbleef. Het was een moeilijke tijd, want revalideren is erg zwaar. Maar er werkten zulke leuke mensen, de sfeer was er goed en de locatie zo prettig, dat de negatieve herinneringen overvleugeld worden. Het was, hoe gek het misschien ook klinkt, ook een leuke periode in mijn leven, waarin ik sterker en wijzer ben geworden.”

Zakken vol kaarten kreeg ze in die tijd van vrienden, maar ook van wildvreemde mensen, uit binnen- en buitenland. Ze kan zich nog herinneren dat bokser Arnold Vanderleyde een van de eersten was die haar een kaart stuurde. Van prins Willem-Alexander kreeg ze meteen een brief.

Ze kijkt nog eens peinzend naar het portret van Lili. „Ik denk dat ze al heel veel heeft meegemaakt in het leven. Maar ze is ook sterk en zelfbewust geworden in het revalidatiecentrum. Zo vertelde ze aan Wieke Biesheuvel, die voor de Velzeboer Foundation de teksten schrijft, dat ze later politieagent wil worden.”

Binnenkort hangt het fotoportret van Lili in de Amsterdamse galerie Rademakers, op een expositie van foto’s van Monique Velzeboer. Na de tentoonstelling krijgt het portret van Lili een prominente plek in haar woonkamer. Schaatser Gianni Romme zal het veld moeten ruimen, heeft Velzeboer al besloten. De Olympische kampioen heeft nu wel lang genoeg de muur gesierd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden