Mondriaan van de dans, meester in de eenvoud

Choreograaf Hans van Manen wordt morgen 75 en wordt geëerd met een festival. „Als je niet van dans houdt, hou je wel Van Manen en als je wel van dans houdt, ben je verliefd op zijn werk.”

’Hans van Manen is de basis van de Nederlandse danskunst”, vindt oud-ballerina Alexandra Radius. „Maar ondanks het feit dat zijn werk zo typisch Nederlands is – de nuchterheid, de puurheid, die enorme helderheid – wordt hij ook in het buitenland op handen gedragen.” Dat klopt, zegt Ted Brandsen, artistiek directeur van Het Nationale Ballet. „Wat weinigen in Nederland zich realiseren is dat Van Manens werk echt overal ter wereld, en in steeds toenemende mate, wordt gedanst: van de Verenigde Staten tot Rusland, van Australië tot Finland. De gerenommeerde dansjournalist John Percival noemde Hans onlangs ‘probably the best maker of classical ballets working today’. Dat kun je alleen maar onderschrijven.”

Dat komt door Van Manens toegankelijkheid en no-nonsense attitude, denkt Han Ebbelaar, die samen met Radius een gouden balletkoppel vormde. „Als je niet van dans houdt, hou je wel van Hans van Manen en als je wel van dans houdt, ben je totaal verliefd op zijn werk.”

Hans van Manen wordt morgen 75 en dat vormt de aanleiding voor een dansfestival (zie kader).

Van Manen (Nieuwer Amstel, 1932) komt op veertienjarige als kappershulpje in dienst van de Amsterdamse Stadsschouwburg en raakt daar in de ban van de danskunst. Hij sluit zich aan bij Sonia Gaskells Ballet Recital waar hij verder als danser wordt opgeleid. Hij danst onder meer bij het Ballet van de Nederlandse Opera en beproeft daarop zijn geluk bij Ballets de Paris van choreograaf Roland Petit. Van Manen bewondert de neoklassieke schoonheid van George Balanchine, terwijl hij bij Roland Petit leert dat dans ook alledaags en realistisch kan zijn.

„Toen hij in 1959 bij het Nederlands Dans Theater (NDT) binnenstapte, was dat een happening”, vertelt Radius. „Samen met de danser Gérard Lemaître vers uit Parijs, met een mooie broek, witte sokken en een camelkleurig jasje. Chique dat ze waren! Wij zaten daar in ons ouwe kloffie.” Er kwam een nieuwe wereld binnenwandelen, zegt Ebbelaar. „Iets wat we absoluut niet kenden. Er volgde bij NDT een succesvolle periode waarin Hans met verschillende muziekstijlen en dansvormen speelde. En toch zie je ook in die meer experimentele werken zijn latere hang naar abstractie en puurheid terug.”

Radius: „Hans, zelf een groot fan van tapdanser Fred Astaire, was beïnvloed door een Broadway-choreograaf als Jerome Robbins. Het ballet ‘Klaar Af’ uit 1960 zette hij op muziek van Duke Ellington en ‘Voet bij stuk’ uit 1962 op Dave Brubeck.” Het werden kaskrakers, zegt Ebbelaar. „Ook tijdens internationale tournees werd de zaal afgebroken. Hij had jazzdansachtige choreografieën voor de televisieshows van Teddy en Henk Scholten gemaakt en nam ook bij NDT elke gelegenheid te baat om zijn balletten op televisie te krijgen. Hierdoor kreeg NDT, maar ook de danskunst in algemeen, in dat totaal niet-dansante Holland plots een enorme bekendheid.”

Ine Rietstap, ex-danseres en voormalig danscriticus van NRC Handelsblad, danste bij het Scapino Ballet toen ze Van Manen voor het eerst ontmoette. „Dat was in 1963, tijdens een studiedag over het gebruik van muziek in de dans. Drie verschillende dansgroepen was gevraagd iets op dezelfde muziek te creëren. Hans was toen net twee jaar artistiek leider van het NDT en de groep presenteerde een fragment op Stravinsky dat later zijn ‘Symphony in Three Movements’ zou worden. We hadden een klein, niet al te chique achterafzaaltje tot onze beschikking en Sonia Gaskell, leidster van Het Nationale Ballet (HNB), zei heel nuffig: ‘Nee, mijn meisjes kunnen hier níet op spitzen dansen, dat is veel te koud voor ze.’ Maar Hans zei: ‘Nou, wij dansen mooi wel!’ Zo is Hans: niet zeuren, gewoon doen. Ik vond zijn bravoure destijds fantastisch, maar ik was nog wel het meeste onder de indruk van wat hij toen als presentatie liet zien. Dat was zó klaar en zó af. Onontkoombaar. Ik dacht: op deze muziek kun je alleen dít doen. Zo moet het. Hans is nooit een veelbelovend choreograaf geweest, hij wás het meteen.”

De Mondriaan van de dans, is Hans van Manen genoemd. Vanwege een helder lijnenspel in zijn balletten, ontdaan van alle onnodige tierelantijnen. Meester in de eenvoud, noemde choreograaf Jirí Kylián hem. Rietstap: „Als je kunt spreken van een ontwikkeling in zijn werk, dan is het zijn groeiende behoefte dingen weg te laten.” Han Ebbelaar: „Geen ‘smutsieputsies’ zoals hij dat zelf zo mooi kan zeggen. Nee, zijn werk is altijd glashelder.” Ted Brandsen: „Zijn bewegingstaal kristalliseerde steeds verder uit: toen hij in 1973 bij HNB aansloot, daarna weer een periode bij NDT en nu weer sinds 2005 bij ons: het is altijd een puurheid van klassieke lijnen die hij heel ‘aards’, op de manier van de moderne danspionier Martha Graham weet te gebruiken. Uniek is dat Hans altijd heel onbevangen met de techniek is omgegaan.”

Van Manen probeerde veel uit. „In ‘Squares’ uit 1969 bijvoorbeeld beperkte hij zich in ruimte”, zegt Rietstap. „In ‘Grosse Fuge’ uit ’71 integreerde hij kostuums in de beweging. Maar hoe anders het ook was: het viel nooit echt op. Zijn aanpak was altijd zo vanzelfsprekend, nooit zo van: laat ik nou eens iets heel vernieuwends doen. In zijn samenwerking met vaste ontwerpers als Jean-Paul Vroom en Keso Dekker gold: er moet raffinement in zitten. Nét dat ene kleurtje, nét dat heel inventieve gebruik van het materiaal. Dat is bepalend geweest voor hoe we tegenwoordig naar een toneelbeeld kijken.”

Ted Brandsen: „Hans heeft nooit een avondvullend ballet gemaakt, nooit verhalend willen werken, maar binnen die beperking begeeft hij zich in een breed spectrum. En wat zo knap is: het blijft herkenbaar, het is en blijft altijd heel duidelijk Hans van Manen. Hans is een kunstenaar die zichzelf limieten stelt. Binnen de beperking kijkt hij wat hij kan doen. Dat onderzoek heeft geleid tot vragen als: hoe zou het zijn als ik twee mannen met elkaar een duet laat dansen zonder dat je daar een homoseksuele relatie bij suggereert.” Dat leidde in 1965 tot ‘Metaforen’. „Dat was een puur vormstatement, nooit eerder vertoond en daarmee heel vernieuwend.”

Van Manen is erin geslaagd, zegt Ebbelaar, de mannelijke danser definitief een plek te geven. De man is bij Van Manen even belangrijk als de vrouw.

Ted Brandsen danste in 1982 in Van Manens Stravinsky-ballet ‘Five Short Stories’ voor HNB. „Mijn danspartner kreeg het muzikaal maar niet op een rijtje. Ze begon te sjoemelen en zich eruit te praten. Dat moet je vooral niet doen bij Hans, hij kreeg daar ontzettend de pest over in. Maar als je er helemaal voor gaat, heb je het als danser heerlijk bij hem.”

Alexandra Radius en Han Ebbelaar dansten in totaal twaalf speciaal voor hen gecreëerde Van Manen-duetten. Radius: „Van gemaniëreerde dansers moet Hans niets hebben. Je moet heel basic durven zijn, je niet willen verliezen in virtuositeit.” Maar dat neemt niet weg, vertelt Ebbelaar, dat je zijn werk slechts kunt dansen als je een uitstekende academische opleiding hebt genoten. „Zijn bewegingstaal lijkt zo eenvoudig, maar dat is heel bedrieglijk. Alleen als het door topdansers wordt gedanst, is het werk volledig zichtbaar.”

Dat is zo typisch Hollands aan Van Manen, vindt Rietstap: „Zijn werk is nooit over-dramatisch. Je kunt een Van Manen-ballet ontzettend verpesten. Als je het uitvoert met het idee: ik laat effe zien wat ik kan, dan zit je er helemaal naast. Ik heb een aantal van zijn werken bij gezelschappen in het buitenland gezien en dan dacht ik vaak: nee, dit is het niet. Jullie pakken niet wat eráchter zit.”

Een van de algemeen beschouwde hoogtepunten uit Van Manens oeuvre is ‘Adagio Hammerklavier’, een modern neoklassiek werk dat Van Manen in 1973 creëerde bij HNB. Op de muziek van Beethoven dansten Radius en Ebbelaar een legendarisch adagioduet. Radius: „Alles kwam bij elkaar: Hans’ enorme muzikaliteit, de chemie tussen dansers en choreograaf. Het was alsof we door één mond ademden.”

Ine Rietstap: „’Adagio Hammerklavier’ was destijds – en is nog steeds – een belevenis. De uiterst beheerste emoties bieden ruimte aan het hoofd, maar weten het hart evenzeer te raken.” Door die ene subtiele wending wending van het hoofd, de danser die op precies de juiste noot zijn hoofd optilt: er lag een hele wereld in besloten. Ebbelaar: „Dat is sublimatie.”

Ook zonder kennis van partituren weet Van Manen de muziek zichtbaar te maken, of het nu gaat om Beethoven, de tangocomponist Piazzolla, Stravinksy of Satie. „Tegenwoordig lijkt iedereen de muziek te gebruiken als onderlegger, of het nou Mozart is of elektronische bliepbliep – het is om het even”, zegt Ebbelaar. „Hans legt de structuur van de muziek bloot, door hem leer je de muziek kennen. Hij leest geen noot, maar zijn interpretatie is kraakhelder.”

Van Manen heeft niet voor niets de muziekprijs van de stad Duisburg gekregen, zegt Brandsen. „Zonder de muziek slaafs te volgen, pakt hij toch de muzikale essentie. Nooit is het versiering, zo van: op elke noot een pasje. Het swingt altijd.”

Volgens Ine Rietstap ligt de essentie van Van Manens kunst in de wijze waarop hij zijn dansers opvoert. „Hoe abstract zijn balletten soms ook zijn: er is altijd iets tussen de dansers gaande. Het lijkt allemaal zo simpel, maar het gaat erom wat je met die simpele dingen doet. Hij laat bijvoorbeeld zijn dansers gewoon lopen, dat is op toneel zo’n beetje het moeilijkste wat je kunt doen. Daar moet dus wel iets spannends gebeuren. Dat bereikt Hans met simpele middelen: een blikrichting, de positie van het hoofd.”

Radius: „Bij Hans ontstaat er een vonk op toneel; zijn werk heeft altijd iets erotisch. Maar de erotiek is koel, gecontroleerd, afstandelijk bijna. Het is nooit vulgair.” Van Manen gebruikt erotiek als iets vanzelfsprekends, zegt Rietstap. „Zijn dansers hebben een lichamelijkheid die niet seksueel is getint, maar die net zo normaal is als eten en slapen. Zoals hij erotiek benadert, is beslist opvoedend geweest. Terwijl dat nooit zijn bedoeling zal zijn, hoor. Het is meer hoe hij zelf het leven lijkt te ervaren.”

Je zult in Van Manens balletten nooit ‘slachtoffers’ zien, stelt Ted Brandsen. Het zijn altijd sterke persoonlijkheden. „Niks geen meisjes die moeten worden gered, iedereen is altijd even zelfbewust. De dansers stáán er, met hun opwaarts gerichte torso, de armen krachtig in de zij. Dat is iets waar Van Manen in zijn persoonlijke leven ook altijd naar heeft gestreefd. Ik ken weinig mensen met wie je zo kunt lachen. Hans zal nooit gaan zitten kniezen.”

Rietstap: “Al zijn balletten bevatten humor, iets relativerends. Dat heeft ook met kracht te maken, ze zeggen wel eens dat alleen écht sterke mensen humor hebben. Van Manen kan iets sterk opbouwen om het vervolgens weer af te breken. Als toeschouwer word je dus gedwongen om steeds op andere manieren te kijken.”

Ondanks het internationale succes, is Hans van Manen zijn roots in Nederland altijd trouw gebleven. „Hij heeft grote aanbiedingen afgeslagen”, zegt Ebbelaar, „maar tegen een relatief klein gezelschap in Düsseldorf zei hij volmondig ja. Omdat daar in zijn ogen zulke mooie dansers werkzaam waren. Dat is Hans ten voeten uit: hij wil met plezier werken.”

Van Manen had volgens Brandsen een heel andere carrière kunnen hebben. „Maar om als een internationaal freelancende choreograaf steeds in een hotelkamer te moeten bivakkeren en met wildvreemde mensen te moeten werken, is natuurlijk helemaal niet leuk.”

Hoe tiptop hij er altijd zelf ook uitziet, zegt Ebbelaar, carrièregerichte ijdelheid is hem vreemd.

Kunst beweegt in golven, maar het zijn de écht grote kunstenaars die trend en hype doorstaan. Ine Rietstap: „Wat Van Manen met dans en video heeft gedaan, is fenomenaal. In ‘Live’ uit 1979 liet hij dans en film zo prachtig samensmelten, dat is na hem nooit meer iemand gelukt. Ondanks dat succes, focuste hij zich daarna weer op andere dingen. Hans is nooit een slaaf geweest van zijn eigen succes.” Han Ebbelaar: “Hans heeft alles al gedaan, zonder daar prat op te gaan. De danskunst zou meer historisch besef moeten hebben. Daarom is het van groot belang dat nu dit festival wordt georganiseerd. De gepresenteerde stukken bestrijken veertig jaar dansgeschiedenis. Dan zie je: Hans is de schakel.” Rietstap: “Het experiment is gemeengoed geworden, niemand kijkt meer van iets op. Maar bij Hans is het nooit ‘het nieuwe om het nieuwe’. Die behoefte heeft hij helemaal niet. Hans is geen zapper, hij blijft zichzelf trouw. Wat dat betreft is hij in deze tijd dus juist heel vernieuwend.” Daarom is Van Manens werk tijdloos, zegt Brandsen. „Je zult van zijn werk nooit zeggen: dit is zo ouderwets, het kan eigenlijk niet meer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden