Momenten die je besterren

Bij de kleine, fijne uitgeverij Koppernik verscheen onlangs 'Gedicht aan de duur' van Peter Handke, een lang, verhalend gedicht met een filosofische inslag, dat Handke in 1986 publiceerde en dat nu voor eerst - door Huub Beurskens - fraai is vertaald.

De naam van Peter Handke viel pas nog in het essay dat Willem Jan Otten in Letter & Geest schreef over de film 'Der Himmel über Berlin', die in 1987 in première ging, een jaar dus na het Gedicht aan de duur.

Handke was scenarioschrijver voor die beroemde Wim Wenders-film over de melancholieke engelen, een loflied op de mildheid; je zou kunnen zeggen dat Handkes gedicht 'Lied vom Kindsein' er de rode draad van was.

Als das Kind Kind war.

Peter Handke, de Oostenrijkse schrijver en dichter, was erin op zijn zachtmoedigst, zowel in het filmgedicht als in het duurgedicht, en het viel me op dat Otten in zijn essay, misschien onbewust, een verband legde tussen de twee, zonder dat laatste gedicht te noemen. Wat is dat, die duur van Handke?

Was hij een tijdsspanne?

Iets meetbaars? Een zekerheid?

Nee, de duur was een gevoel.

het vluchtigste van alle gevoelens

Zo schreef de dichter, om vervolgens uit te weiden over alles wat de duur níet was. Een kleine vijftig pagina's lang tastte hij naar het wezen ervan, sloot het steeds nauwer in, tot het nauwelijks meer ontsnappen kon en het toch weer ontsnapte, zo ijl was het, maar ook zo alledaags ('Wie nooit de duur ervoer heeft niet geleefd'), dat het om zijn gewoonheid soms de tranen in mijn ogen joeg.

Toen ik de bundel had aangeschaft en terugkeerde naar mijn lege huis, begon ik het gedicht hardop te lezen, in zijn geheel. Ik ijsbeerde daarbij door de woonkamer, nam de regels via mijn ogen en oren in mij op en die dubbele inname werkte goed.

In zijn filmessay schreef Otten de volgende observatie neer:

'De film gaat niet over mortale depressies, veeleer over 's morgens vroeg na een nacht vol slepende, drukkende dromen de kauwtjes in de iepen onder de flat horen bakkeleien en denken aan het schoolplein van je jeugd in Laren waar je naast woonde, en waar de kauwtjes bakkeleiden.'

Mij ging het in dit citaat om de kauwtjes. Ik was er bijna zeker van dat die kauwtjes tot die duurervaringen behoren waarop Handke doelde.

die ene lepel die al mijn verhuizin-

gen heeft meegemaakt

de rilling van de duur

telkens bij het bijkomstige

bij het behoedzaam dichtdoen van

een deur, bij het zorgvuldig schillen

van een appel

Daar was ineens de duur, de ruk van de duur, zoals er ook de duur kon zijn met je kind, de duur die je kan overweldigen 'als je hem stiekem nakijkt op zijn dagelijkse weg'.

Voor zulke momenten van de duur

veroorlooft het gedicht zich een bij-

zonder werkwoord:

ze besterren je.

En toen moest ik weer aan die engelen denken uit 'Der Himmel', die zacht hun hoofd tegen het onze leggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden