Molukkers en drenkelingen van de Titanic vertellen hun verhaal op Zeeuws nazomerfestival.

Waar moesten de gedemobiliseerde Molukkers uit Ambon naar toe, die in 1951 ’tijdelijk’ in Nederland werden ondergebracht? Eerst naar Vught, daarna overgeplaatst naar woonoorden in heel Nederland. Ook naar het Zeeuwse Westkapelle, besloot de regering, rechtstreeks naar een barakkenkamp.

Op verzoek van het Zeeland Nazomerfestival schreef Paul Pourveur er het toneelstuk ’De vrouwen van Kamp Westkapelle’ over.

Pourveur zet zijn hoofdpersonage Nel tegenover De Verteller en een koor. De Verteller komt snel ter zake: ,,Neem enkele barakken. Plaats ze in hoefijzervorm. Met daar rondom een omheining, prikkeldraad, en we hebben een kamp.”

Hoofdpersonage Nel werd in het kamp geboren. Onder lamplicht van 45 watt. Daarom gebruikt ze nadien alleen nog gloeilampen van 100 watt, wat haar man noodzaakt om binnenshuis een zonnebril te dragen.

Kampbewoonster Nel is niet van plan zich te beklagen, maar wil haarscherp vertellen hoe het er in het Kamp van Westkapelle aan toen ging, voor zover haar geheugen dat toelaat.

,,Prikkeldraad. En de schijnwerpers - dat was indrukwekkend. Als ik het licht van de schijnwerpers over de grond zag glijden, deed me dat altijd denken aan een grote bezem die het hele kamp opkuiste. Alles werd op een hoopje samengeveegd, het vuilnis en de mensen.”

Hoewel de kampbewoners niets misdaan hebben (de mannen vochten zij aan zij met het Nederlandse leger) worden ze gaandeweg steeds meer als misdadigers beschouwd. Eerst mochten de mannen niet buiten het kamp werken, later wel en alleen als ze zestig procent van hun loon aan de overheid zouden afstaan.

De vrouwen mochten niet zelf inheemse gerechten koken. Een centrale keuken verschafte aardappelen, worst, boontjes en melk. Maar in zulke karige porties dat de kampbewoners in vuilnisbelten naar meer eten gingen zoeken.

Totdat de centrale keuken wegens ’zelfverzorging’ werd afgeschaft. Hoofdpersonage Nel: ,,Voor mijn tata was het eten dat hij kreeg uit de centrale keuken ’militair eten’ en zolang er aardappelen, worst, boontjes en melk op het menu stonden, voelde vader zich nog steeds deel van het leger. En een leger moet voor zijn soldaten zorgen. Het opheffen van de centrale keuken was voor hem de genadeslag. Eerst werd zijn uniform afgenomen, nu werd ook het eten geschrapt. Hij had het gevoel dat hij zijn militaire status volledig kwijt was.”

Noodgedwongen winkelden de kampbewoners zonder geld in het dorp, want ’de koningin betaalde immers’. Er volgen schietpartijen, mannelijke kampbewoners worden gevangengezet, vrouwen vallen melkboeren aan en stelen bloemkolen bij de boeren, kinderen sterven van koorts. Het kamp wordt onder bewaking gesteld en krijgt een avondklok.

,,Is dit dan het einde”, besluit Nel haar monoloog, ,,van een droom, van een volk?”

Een volkomen andersoortig einde beschrijft Hans Magnus Enzensberger in zijn theaterstuk ’De ondergang van de Titanic’. Het Zeeland Nazomerfestival situeert dit toneelstuk aan boord van de ’Hydrograaf’, een stoomschip uit 1910. Het woord ’water’ valt maar drie of vier keer in Enzensbergers stuk, maar is desalniettemin alom tegenwoordig.

,,Dat het druppelt, sproeit, stroomt en bruist, niet het een na het ander, maar blindelings en door elkaar heen, dat het de beschuit doorweekt, de vilthoed, de onderbroeken, dat het klam als zweet en ondiep de wielen van de rolstoel beroert, dat het in de urinoirs staat, brakkig, en in de braadovens, borrelt; dan ligt het daar alleen maar, nat, zwart, bedaard, onbewogen, en stijgt het eenvoudig, langzaam, langzaam, tilt het kleine dingen op, speelgoed, dingen van waarde.”

Enzensberger beschrijft de passagiers en onderlinge afgunst uit de eerste, tweede en derde klasse, dronken officieren, Chinese verstekelingen in de reddingsboten, de 1217 of 1500 verdronkenen en bevrorenen.

,,Versregels haal ik uit de golven, uit de donkere, warme golven van de Caraïbische Zee, waarin het wemelt van de haaien, gebarsten versregels, reddingboeien, wervelende souvenirs.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden