Molen uit 1948 is het kloppende hart van de pindakaasfabriek

Reportage Unilever heeft nauwelijks omkijken naar jubilerend merk dat van ouder op kind op de boterham gaat

Als fabrieken harten hebben, dan is de pindamolen het hart van Calvé's pindakaasfabriek in Rotterdam. Het is een klein hartje. Het is maar goed dat er 'Pindamolen' op staat, anders loop je er voorbij.

De molen valt in het niet bij de lopende band met rinkelende potten, en bij de snel draaiende carrousel waar die potten met pindakaas worden gevuld. De tweede carrousel, waar de potten hun deksel krijgen en de machine waar ze hun etiket ontmoeten, springen nog meer in het oog. Datzelfde geldt voor de verpakkingsmachine en voor de robot die pakketten van twaalf potten pindakaas op een band richting opslagplaats zet.

Maar vraag productiemanager Marcel Clasener (46) naar zijn fabriek, en hij begint over de pindamolen. De molen maalt de pinda's en mengt ze met olie en een snufje zout. Lengte? Ruim twee meter. Maximale breedte? Bijna anderhalve meter. Hoogte? Ook zoiets. Het is dat er een flinke motor onder staat, anders zou je hem nietig noemen - of een machientje.

Alle Calvé-pindakaas ontstaat in deze molen. Hij mengt: 85 procent pinda's, 15 procent plantaardige olie en dat beetje zout. Als hij pindakaas-met-stukjes-noot maakt, maalt hij wat grover. Voor pindakaas creamy maalt ie fijner. Er zitten 600 pinda's in een pot van 600 gram. De machine dateert van 1948, het debuutjaar van Calvé-pindakaas. Wie hem heeft ontworpen en gemaakt, weet Clasener niet. Hij doet het vrijwel altijd. Zonder deze molen is er geen pindakaas en zou Unilever (in marketingtaal) 'een van zijn meest consistente producten' moeten missen.

De molen is klein, de fabriek ook. Exclusief opslagplaats en wat ruimte voor logistiek is er een kwart voetbalveld nodig voor de productie. Elke week maken Clasener en zijn collega's - vijftien mensen verdeeld over drie ploegen plus drie man voor het onderhoud - van maandag 06.00 uur tot vrijdag 24.00 uur 400.000 potten pindakaas. Dat is gemiddeld een pot per seconde. Af en toe draait de fabriek een stuk sneller, maar hij ligt geregeld stil. Als er potjes van 350 gram moeten worden gevuld, krijgen de carrousels andere mallen. Als de pindakaas-met-noot of de creamy op het programma staat, moet de molen iets aangepast worden. Soms wordt er geen pindakaas, maar satésaus gemaakt.

Het beslag dat de pindakaasproductie op de aardbol doet, is groter dan dat kwart voetbalveld. De pinda's komen uit Argentinië en gaan per schip naar Breda waar ze in een fabriek worden ontdaan van steentjes, aarde- en plantresten. Schoongemaakt reizen ze in zakken van 1000 tot 1200 kilo over de weg naar Rotterdam. De zakken worden leeggeschud boven een trechter en de pinda's worden op een tien meter breed rooster gebrand - met hete lucht. Zo worden ze gaar en krijgen ze kleur. Na een grove maling koersen ze richting pindamolen.

De oliën, smaakloos gemaakt en vooral bestaand uit onverzadigde vetten, komen per schip. Dezelfde oliën worden voor margarine gebruikt. De potten komen uit Maastricht, de deksels uit Duitsland. Een Rotterdamse drukker zorgt voor de etiketten, de stickers met het woord 'garantie' komen van elders, de lijm ook. De machines zijn van overal: sommige uit Nederland, de eerste carrousel uit Californië.

Calvé-pindakaas? Unilever hoeft er nauwelijks naar om te kijken. Productvernieuwing? "Als consumenten iets extra's willen, doen ze dat er zelf wel op", zegt Clasener. "Hagelslag. Of sambal." Verreweg de meeste pindakaas blijft in Nederland. De potten voor het buitenland gaan grotendeels naar Nederlanders of ex-Nederlanders, denkt Clasener. De omzet groeit licht, vertelt hij. Het marktaandeel in Nederland is geheim, maar enorm. Concurrentie is er alleen van huismerken van supermarkten. "Die maken wij niet", verzekert Clasener.

Vanwege die sterke positie in Nederland doorstond Calvé, net als Unox, de merkenslag die Unilever tien jaar geleden doorvoerde: wereldwijd bracht de multinational het aantal merken terug van 1600 naar 400. Het enige wat Calvé-pindakaas aan extra's behoeft, is af en toe een goeie reclamecampagne. Die waren er de afgelopen decennia: niet veel, wel beklijvend met leuke blonde jongetjes, voetbalcoach Dick Advocaat en zwemmer Pieter van den Hoogenband.

En dat andere geheim? Waarom eten Nederlanders Calvé-pindakaas, terwijl de rest van de wereld óf Amerikaanse óf geen pindakaas eet? Clasener weet het niet zo goed. Dat Nederland een boterhamland is, heeft er misschien mee te maken. Dat Nederlanders wat apart zijn misschien ook - welk volk eet er hagelslag. Dat pindakaas haast automatisch overgaat van ouders op kind? "Het was een goed idee om in 1948 met pindakaas te beginnen", vat Clasener samen.

Geen zuivel, dus het mocht geen pindaboter heten
De wortels van Calvé gaan terug tot 1883 als de Nederlandse Oliefabriek wordt opgericht. De NOF maakt slaolie. In 1898 bundelt de NOF de krachten met het oliebedrijf van de Franse gebroeders Calvé. Dat fusiebedrijf wordt in 1928 gekocht door margarinefabrikant Van den Bergh en Jurgens, die op zijn beurt twee jaar later samengaat met de Britse zeepfabrikant Lever Brothers: Unilever.

In 1948 produceert Calvé voor het eerst pindakaas. Pindakaas komt uit de VS, waar het peanut butter heet. Amerikaanse pindakaas is van Amerikaanse pinda's gemaakt en wordt gezoet. Calvé gebruikt Argentijnse pinda's en een deel van de vliesjes van de pinda's. Omdat pindakaas geen zuivelproduct is, mag het in Nederland geen pindaboter heten. Voor 'pindakaas' is gekozen omdat de substantie iets doet denken aan leverkaas. Het recept is sinds 1948 nauwelijks veranderd. Sinds 1971 is er de variant met stukjes noot; van latere datum zijn de varianten light en creamy. Zestig jaar lang kwam de pindakaas uit Delft. In 2008 verplaatste Unilever de productie naar Rotterdam, waar ook margarine wordt gemaakt. Op de deksel van de potten pindakaas staat nog altijd NOF, een verwijzing naar de Nederlandse Oliefabriek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden