MOLDOVA HEEFT DE AARDBEVING OVERLEEFD

Toen Moldavië zich in 1991 losmaakte van Moskou, leek het dat voornamelijk te doen om zich zo snel mogelijk bij Roemenië aan te sluiten. Zes jaar later bestaat Moldova echter nog steeds als onafhankelijke republiek. Het heeft bij IMF en Wereldbank inmiddels zelfs een reputatie van een van de beste leerlingen in de ex-Sovjet-klas. Maar het blijft wennen in de nieuwe wereld.

NICOLE LUCAS

Verder is het centrum van de stad niet onvriendelijk. Door de brede hoofdstraat zoeft een trolleybus. In modern Amerikaanse outfit gestoken agenten (inclusief iets wat op een sheriffs badge lijkt) regelen, driftig zwaaiend met een zwart-wit gestreept stokje, het verkeer. Hun in dezelfde kleuren geschilderde Lada's blijken echter geen partij voor een geblindeerde Audi 100 die twee stoplichten negeert. Op steenworp afstand van een kopie van de Arc de Triomph doet een pleintje zijn best op Montmartre te lijken. Het aanbod doet vermoeden dat Discovery Channel populair is. Maar het kan natuurlijk ook dat Bob Ross de techniek voor zijn waterrijke landschappen hier heeft afgekeken. Wat verderop doet een rijtje voornamelijk oudere vrouwen pogingen wat prozaïscher waar te verkopen. Zwijgend staan ze daar, met twee vesten, tien BH's, een drietal Barbies, een bundeltje plastic zakken van Sainsbury. De boerinnen die, tegenover het elegante Orgelhuis, prachtige roze rozen en bossen anjers proberen te slijten, zijn heel wat luidruchtiger. De beste zaken doen, ondanks de snijdende kou, de ijsverkopers. Pakweg om de honderd meter staat er wel een grote vrieskist op straat. Dik ingepakte, alweer meestal, vrouwen, waken over Magnums en de bevroren varianten van Snickers, Bounty en Mars. Een beetje verborgen ligt de kleurloze, maar zeker niet onsmakelijke lokale soort.

De jongeren van Chisinau geven echter de voorkeur aan een milkshake van McDonald's. McDonald's? Nee, toch niet. Een handige ondernemer blijkt het logo van de Amerikaanse hamburgergigant op ingenieuze wijze te hebben aangepast. Hij heeft de gele M omgedraaid en verkoopt geen hamburgers, maar Wamburgers. Elegante meisjes, in korte zwarte rokjes, en stoere jongens doen zich te goed aan cheeseburgers en chicken wings. Ze zitten er uren. Dan slenteren ze naar het park. Stefan Cel Mare bewaakt, met fier getrokken zwaard, een kruis hoogopgeheven, de ingang; de middeleeuwse held naar wie ook in Roemenië in elke stad wel een strada of bulevardul is genoemd. “Want Moldaviërs zijn natuurlijk gewoon Roemenen”, zegt de historicus, “alleen mocht dat vijftig jaar lang niet worden gezegd.”

Tja, de geschiedenis _ ook hier bestaan daarvan diverse, elkaar uitsluitende versies. Op straffe van verbanning naar Siberië heette het jarenlang dat het gebied tussen Proet en Dnjestr, het zogeheten Bessarabië, door de Russen aan het begin van de negentiende eeuw van het Ottomaanse juk was bevrijd. Dat het regionale parlement aan het eind van de Eerste Wereldoorlog koos voor aansluiting bij Roemenië, werd betiteld als een illegale daad, die in 1940 door Stalin werd gecorrigeerd. “Moldaviërs werd voorgehouden dat er geen enkele verwantschap met de westerburen bestond. Er werd gezegd dat we Slaven waren, net als de Russen. De taal die we spraken, mocht geen Roemeens heten, maar werd Moldavisch genoemd, en hij moest in het cyrillisch worden geschreven.”

Ion Shishcanu, docent aan de universiteit van Chisinau, heeft het zijn studenten jarenlang ook zo verteld. “Ik was geen held”, zegt hij verontschuldigend, “als je afweek van de teksten die werden voorgeschreven, kon je je carrière wel vergeten. Bovendien: heel veel wisten we ook niet.” Wat in Roemenië gepubliceerd werd over de geschiedenis van de regio, mocht niet worden gelezen. Op een paar boeken na, die in een streng bewaakt archief zaten en die vaak ook nog eerst van het latijn in het cyrillische schrift werden 'vertaald'. “Gek genoeg”, zegt de wetenschapper, die werkt als nooit te voren om te ontdekken wat niet mocht worden gezegd, “was er in bibliotheken in Moskou en Odessa veel meer beschikbaar.” Mede daardoor raakte hij aan het twijfelen. Zeker toen Moskou in 1989 eindelijk officieel het bestaan van het Molotov-Ribbentrop-pact erkende, waarmee, onder meer, Bessarabië aan de USSR werd verkocht.

Anderen wisten het al lang. Met als gevolg dat eind jaren tachtig, net als elders in de Sovjet-Unie, het verzet tegen Moskou begon als een gevecht voor een andere versie van de geschiedenis. Met dit opmerkelijke verschil dat de Moldaviërs daarmee juist geen erkenning vroegen voor eigen taal en natie, maar wensten te worden aangemerkt als bloedverwant van een naburig volk.

Het gevolg: toen Moldavië zich, onder de Roemeense naam Moldova, in augustus 1991 onafhankelijk verklaarde, werd het Roemeense volkslied ook de nationale hymne van de nieuwe republiek. Het Roemeens werd de officiële taal, latijns het schrift. En zowel in Moldova als in Roemenië werd openlijk over de mogelijkheid van unire (eenwording) gesproken.

Het is er nog altijd niet van gekomen. Sterker nog: je hoort er weinig meer van. De redenen liggen in diezelfde geschiedenis besloten. “Natuurlijk ben ik Roemeense”, zegt Anna, “maar we leven niet meer in 1940. De invloed van Moskou is te groot geweest.” Drie generaties van de familie Ivanescu zitten in de keuken. Ze wonen in een van de vele betonburchten die willekeurig rondom de stad lijken gestrooid. De lift doet het al tijden niet meer, in het donkere trappenhuis stinkt het naar urine. Het grootste deel van de flats is inmiddels privé-bezit, maar zoiets als een vereniging van eigenaren is een nog vrijwel onbekend instituut.

Russisch is de voertaal in de keuken, de taal waarin kleindochter Natasha grotendeels werd opgevoed. “Ik heb wel Moldavisch gehad op school, maar je kreeg altijd hoge punten, of je hard studeerde of niet. Dus ik heb niet zo mijn best gedaan.” Haar vader, telg van een van de vele Russische families die na 1940 naar Moldova werden gedirigeerd, heeft de taal van het land al helemaal nooit geleerd. “Er was geen reden voor”, peinst Anna, die haar leven lang voor de klas heeft gestaan, en daarvoor nu wordt beloond met een maandelijks pensioen van 20 gulden dat zo eens per kwartaal komt. “Bij ons op school werkten alleen Moldaviërs en twee Russen. Maar in de lerarenkamer was Russisch verplicht. Wilde je iets bereiken, dan kon je niet zonder die taal.”

Dochter Julia, een intelligente vrouw van halverwege de veertig, jarenlang tolk bij het ministerie van landbouw, nu in zaken, herinnert zich de frictie die er destijds, toen de taalkwestie zo'n hot issue was, in haar huis ontstond. Haar man ontstak in woede toen er een wet werd aangenomen dat alle mensen in bestuurlijke functies het Moldavisch/Roemeens moesten beheersen. Alleen Russisch was niet langer genoeg. “Hij riep: ze maken het hele land analfabeet. Maar ik dacht, en het was iets wat me verbaasde: nu wordt er ook iets van jullie gevraagd.”

Analfabeet is niemand geworden, zo moet Julia, die zelf beide talen en het Engels vlekkeloos beheerst, constateren. Niet alleen de Russen, maar ook veel Moldaviërs (ruim zestig procent van de bevolking) zijn Russisch blijven spreken, opschriften op straat zijn consequent tweetalig. Natasha, 20, knap, verwend en 'economie en marketing' studerend aan de universiteit van Chisinau, ziet in ieder geval geen reden zich alsnog haar landstaal eigen te maken. “Ik leer liever iets dat ik in het westen kan gebruiken.” Julia kan haar, ietwat spijtig, niet helemaal ongelijk geven. In de stilte die volgt, staat de zakenvrouw op om de oven aan te steken. Niet voor het diner, maar om de kou enigszins te verdrijven. Het energiebedrijf heeft al op 1 maart wat met recht de 'centrale' verwarming kan worden genoemd, afgesloten. En in de temperatuur in huis ligt misschien wel de belangrijkste reden besloten dat er over unire niet zoveel meer wordt gesproken: de afhankelijkheid van Russisch gas.

De minister van landbouw gaat er eens goed voor zitten. Hij zetelt in een gebouw dat zelfs uittorent boven het naastgelegen presidentieel paleis. Heel letterlijk is daarmee wel het belang van 'zijn' sector aangegeven. Of zoals Georghe Lungu het ietwat plechtstatig zegt: “De importantie van de landbouw en de voedselverwerkende industrie hier kan niet makkelijk worden overschat.”

Zelfs dat lijkt nog een understatement. Moldova was zo'n beetje de groenteboer van de voormalige Sovjet-Unie. Op haar beperkte territoir (na Armenië was het de kleinste staat) groeiden kolossale hoeveelheden druiven, tabak, aardappelen, suikerbieten en granen. Het overgrote deel werd automatisch afgevoerd naar het oosten. De brandstof om alles draaiende te houden, kwam vrijwel voor niks uit Rusland. Al die automatismen hielden in 1991 op. “Toen beseften we pas hoe sterk we in de Sovjet-economie waren geïntegreerd.”

“Al die nieuwe landen”, constateert de minister een beetje treurig, “hebben hun eigen maatregelen genomen.” Vooral in het heffen van invoerrechten zijn ze sterk. “Het is het meest geliefde middel om de begroting nog enigszins in evenwicht te houden.” Voor een open economie als de Moldavische is het een regelrechte ramp. Temeer daar voor de noodzakelijke importen ineens de gewone wereldmarktprijs moet worden betaald. Bij het Russische Gazprom staat Chisinau nu voor honderden miljoenen in het krijt. Wat heeft geleid tot de eerste, onofficiële privatisering van het Moldavische energiebedrijf. In ruil voor kwijtschelding van een deel van de schuld hebben de Russen aandelen in 'Moldenergo' gekregen. De westerse markt biedt amper een alternatief. “Het zit allemaal potdicht. Als het ons al lukt iets af te zetten, dan tegen lage prijzen.” Moldova heeft dringend buitenlandse investeringen nodig. “Dit land is ideaal”, speelt de voormalige kolchoz-directeur de pr-man. “Goedkope, goedopgeleide mensen, een goed klimaat. Maar onze markt is klein en er is bijna niemand die ons kent.”

Dat nu klopt niet helemaal. Want ook deze Newly Independent State heeft inmiddels zijn plaats gevonden op de agenda van het peloton vlotte heren en een enkele dame dat de principes van de nieuwe tijd onderwijst. Iedere ochtend maakt Radio Moldova braaf melding van de komst van weer een nieuwe delegatie, van weer een ander internationaal seminar. En de deskundigen zijn niet ontevreden. In IMF/Wereldbank-kringen heet Moldova zelfs een van de betere leerlingen van de klas. De inflatie, die als een komeet omhoog schoot vlak na de onafhankelijkheid, is op zijn retour, de munt stabiel. In Chisinau wemelt het van de wisselkantoortjes, waar zonder enig omhaal harde valuta in lei worden omgezet. “Moldova heeft de aardbeving die dit deel van de wereld in 1991 overkwam, overleefd”, vat een vertegenwoordiger de situatie samen. “De economie heeft zich gestabiliseerd, het wettelijk kader voor een markteconomie is geformuleerd.”

Boerderij Bulaesthi (voorheen 'Kirov', een beeld van Stalins rechterhand staat nog bij de ingang) mag inderdaad geen staatsbedrijf meer heten. Alle 650 'leden' hebben een paar jaar geleden aandelen gekregen, die recht geven op een stuk van de grond en wat nog meer deel uitmaakt van de boerderij. Vrijwel niemand heeft dat recht daadwerkelijk opgeëist. “Onze voorzitter zegt dat dat niet verstandig is”, luidt steevast de verklaring, “We hebben geen geld, we kennen de markten niet.”

Dus wordt er daar, in dat glooiende landschap, zo'n zestig kilometer van Chisinau, gedaan alsof het vandaag nog gisteren is. Vera, sinds 1957 hier werkzaam, haalt wat onkruid weg in een broeierige kas. Voor de deur staat een onttakelde tractor. Er zijn er nog maar zes die het doen, van de twintig die nodig zijn om het hele areaal van 1 500 hectare te bewerken. Ze heeft, zegt ze, al een jaar geen salaris gehad. Op de vraag waarom ze nog hier is, volgt een afwerend schouderophalen. Haar 24-jarige collega Petar maakt hetzelfde gebaar. Het is ook de reactie op de vraag hoe iemand zonder geld kan leven. “We hebben allemaal een tuintje bij ons huis.” En, na enige aarzeling: “af en toe nemen we wat mee.” Stelen willen ze het niet noemen. Je moet toch iets. En als de voorzitter de producten per vrachtwagen laat afvoeren, waarom mogen zij dan niet een enkele zak?

Het is precies de reden waarom de staatsboerderij in het dorpje Braviceni, iets dichter bij de hoofdstad, 'echt niet meer bestaat'. Of zoals burgemeester Adelina Gratii, een energieke vrouw van 42, het zegt: “De mensen die hard werkten, droegen de last voor de rest.” Een tientallen 'dapperen' vertrok al drie jaren geleden, vorig jaar volgde de rest. Tot groot ongenoegen van de voorzitter van de kolchoz. “Hij schrijft nu nog brieven naar de president om zich over mij te beklagen”, gniffelt Gratii, groot stimulator van het proces. Dat het allemaal niet van een leien dakje gaat, wil de voormalige lerares Russisch, die vorig jaar door de 2 400 inwoners van het dorp tot eerste burger werd gekozen, overigens niet verhelen. “Alles moest verdeeld worden. Met grond is dat nog wel te doen, maar hoe verdeel je een tractor, een stal? Dat vereist nieuwe vormen van organisatie. En dat kost tijd.”

Bovendien: alles wat eerst centraal geregeld werd, moeten de boeren nu zelf doen. De aankoop van zaden en mest, het onderhoud van machines, de verkoop van producten. Vladimir, die 27 jaar op een tractor zat, legt het zo uit: “Ik moet nu inkoper, boekhouder, agronoom, econoom en verkoper tegelijk zijn.” Ruim anderhalve hectare grond heeft ieder gekregen. Plus een paar rijen in de boomgaard en een deel van de wijnranken. De meeste nieuwbakken boeren hebben zich aaneengesloten in associaties. Sommigen bewerken inmiddels meer grond dan waarmee ze zijn begonnen; ze hebben de aandelen gehuurd van mensen die een eigen bedrijf echt niet zagen zitten. Kopen is voorlopig nog verboden.

Tamara, een elegante vrouw van middelbare leeftijd, praat bijna lyrisch over de 'nieuwe historische fase'. “Nu wordt iedereen tenminste beloond al naar hij werkt”, constateert ze. Ze krijgt voorzichtige bijval in het kantoortje van de burgemeester, waar met een staalkabel een verwarming is geïmproviseerd. “Het was vroeger wel een stuk makkelijker”, constateert Alla, die vroeger op het kantoor van de kolchoz werkte, nuchter. “Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als nu.” Als bewijs laat de jonge vrouw haar verweerde handen zien.

Het is wél goed, constateert het gezelschap, dat nu 'iedereen is geprivatiseerd'. Toen er nog maar een paar die stap hadden genomen, was er veel haat en nijd. Nu zit iedereen weer in hetzelfde schuitje en dat heeft voor nieuwe solidariteit gezorgd. De crèche, bijvoorbeeld, gaat dankzij gezamenlijke inspanning komende maand voor het eerst sinds drie jaar weer open. “Maar je moet weten dat het in elk dorp weer anders gaat.”

De avond valt in Chisinau. De lantaarns werken op halve kracht, lichtreclame is er amper. Desondanks is de zaal van het hoofdstedelijke theater stampvol ter gelegenheid van Martisor, een jaarlijks weerkerend folkloristisch dansfestival. Dit jaar geldt als jubileum, maar de stemming wil niet echt komen. “We hebben maar één keer kunnen oefenen”, verontschuldigt de dirigent zich. Artiesten staan niet langer op de loonlijst van de staat en moeten hun geld nu anders verdienen. Zijn echtgenote zingt liederen van lang geleden, er wordt gevolksdanst. Na elke dans rennen kleine kinderen het toneel op om een van de artiesten een paar kunstig verpakte bloemen te overhandigen. “Dat is de gewoonte hier”, zegt Julia, die melancholiek constateert dat het festival jaren geleden veel beter was. De gemiddelde leeftijd van het publiek was toen ook een stuk lager. Natasha is er in ieder geval met geen stok heen te krijgen. Die gaat liever naar de disco, waarvan Chisinau er inmiddels een aantal heeft zien verschijnen. De vrouw die zich zo moeiteloos lijkt te hebben aangepast aan de eisen van de veranderende tijd, zucht ineens diep. “Het blijft wennen”, klinkt het vermoeid, “die nieuwe wereld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden