Mohamad gaat nog liever terug

De wanhoop groeit onder Syrische mannen in de opvang. Ze weten: vrouw en kinderen via gezinshereniging in veiligheid brengen kan nog héél lang duren. Ze dus ook maar op een bootje laten komen? Mohamad Hassan in Zaandam wil er niet aan denken.

"Elke dag bel ik mijn vrouw", zegt de Syrische Mohamad Hassan (31). "Elke dag is ze boos."

In de noodopvang van Zaandam houden hij en de vijfhonderd andere, voornamelijk mannelijke, bewoners nauw contact met hun families, die soms nog in Syrië verblijven. Hoe langer het wachten op de IND duurt, hoe groter hun gevoelens van onmacht en frustratie.

Die gisten overal in de opvang in Nederland. Maandenlang de tijd te moeten doden in afwachting van een verblijfsvergunning, zonder dat je weet hoe lang het nog duurt, is al slopend. Te moeten wachten terwijl je vrouw en kinderen nog wonen in een land waar oorlog heerst - dát vreet aan je. "Dagelijks staan er aan onze balies wanhopige mannen met foto's van hun gezin te zwaaien", zegt Annemieke Bots van VluchtelingenWerk.

Sommigen willen of kunnen niet langer wachten. Ze gaan zelfs terug - volgens Bots hebben al enkele Syriërs de thuisreis aanvaard om hun gezin op te halen - of ze besluiten hun gezin op eigen houtje dezelfde route te laten afleggen als die ze zelf gingen. Over zee.

Mohamad hoopt dat het bij hem niet zo ver komt. Hij dobberde zes uur lang rond op een boot waarvan de motor kapot was, in het pikkedonker van de nacht. Zijn vrouw en zoontje wil hij dat besparen. "Ik kan me niet voorstellen dat zij dezelfde weg gaan, dezelfde gevaren moeten doorstaan. Nee, dat sta ik niet toe. Ik ga nog liever terug."

Toen hij zich begin september in een busje naar Turkije liet smokkelen, hoopte hij dat hij zijn 28-jarige vrouw en zoontje, net twee weken oud, nog datzelfde jaar naar Europa kon brengen. Hij liet ze achter in Latakia. Ze waren er een half jaar eerder naartoe gevlucht vanuit Idlib, hun thuisstad. Al-Nusra nam die stad eind maart in.

Mohamad, die wist dat de mannen van Al-Nusra hem zochten, vluchtte halsoverkop. "Ik kon niemand meenemen. Ze kwamen nog dezelfde dag dat ze de stad innamen naar mijn huis. De volgende dag gingen ze naar het huis van mijn schoonmoeder. Ze namen haar gevangen, omdat ze sjiitisch is. Mijn vrouw was ook in dat huis, ze vluchtte door de achterdeur."

Vijftien dagen hield ze zich schuil in het huis van Mohamads moeder, totdat die een valse ID-kaart ritselde. Daarmee durfde ze naar Latakia te vluchten. Mohamad huurde voor hen een chalet aan zee, drie maanden later trokken ze in een huis in de oude stad, waar zijn moeder bij hen kwam wonen. Mohamad: "Ik zei: we kunnen hier niet blijven, het is te gevaarlijk. Maar mijn vrouw wilde niet vertrekken."

Heda was zwanger en wilde haar moeder niet verlaten, die nog in de gevangenis zat. Haar broer was in 2011 al omgekomen, haar vader stierf toen ze klein was. "'Mijn moeder heeft alleen mij nog', zei ze. 'Ik blijf hier tot ze weer vrijkomt'."

Mohamad, eigenaar van vier kledingwinkels, had niets van zijn bezittingen mee kunnen nemen uit Idlib. Ze leefden van het goud dat hij, naar goed Syrisch gebruik, bij hun huwelijk aan zijn vrouw had gegeven. Ringen, armbanden, oorbellen. Alles bij elkaar zo'n 15.000 dollar. Om de paar maanden verkochten ze wat van die sieraden.

Twee weken nadat hun zoon, Salim Wael, was geboren, vertrok Mohamad. "Ik wilde naar Nederland. Ik had gegoogeld en las dat je daar na twee of drie maanden al je verblijfsvergunning krijgt. Het snelste van alle Europese landen."

Dat valt tegen. Na vier maanden is zijn procedure nog niet begonnen. Hij verwacht nog zeker een jaar te moeten wachten voor hij Heda en Salim Wael kan laten komen.

Zijn schoonmoeder werd twee weken geleden vrijgelaten, in ruil voor twee Al-Nusra-strijders die het regeringsleger gevangen hield. Ze woont nu bij zijn vrouw in Latakia. Grote zorgen om hun veiligheid maakt hij zich niet: in Latakia wordt niet gevochten. Al vielen er vorige week wel opeens drie raketten op de stad. "Hoe lang het veilig blijft, weet ik niet. Het is oorlog, je kunt niets voorspellen."

Heda's goud is op, ze leven nu van de sieraden van zijn schoonmoeder, zegt Mohamad. Daar kunnen ze het nog twee à drie maanden mee uitzingen. Hoe het daarna moet, weet hij niet. Iets geven kan hij niet. Bij aankomst in Nederland, eind oktober, had hij nog 600 euro over van het geld dat hij had meebracht. Dat is inmiddels op. Hij kan niets doen, behalve zijn vrouw elke dag bellen. Ook al is ze elke dag weer boos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden