Mogen scrupules de Europese wapenexport hinderen?

Een Eurofighter op de luchtvaartbeurs van Dubai in 2013. De door vier Europese landen ontwikkelde straaljager is populair bij luchtmachten in het Midden-Oosten. Beeld EPA

Europese landen willen graag samen wapens ontwikkelen. Maar aan wie mag je die vervolgens verkopen? Die eeuwige discussie staat nu op scherp door een ruzie tussen grootmachten Frankrijk en Duitsland.

Twee grote spelers in de Europese wapenindustrie zijn het niet eens. Duitsland wil geen export naar notoire mensenrechtenschenders. Frankrijk wil zich niet laten insnoeren. Het conflict spitst zich nu toe op Saudi-Arabië, maar er speelt meer. Wat zijn de gevolgen voor de Europese samenwerking?

Het probleem Saudi-Arabië

De discussie over Europese wapenexport staat op scherp door Saudi-Arabië. Dat land vecht in Jemen op nietsontziende wijze tegen de Hou-thi-opstandelingen. Met enige regelmaat vallen er bommen op burgerdoelen en de door Saudi-Arabië geleide coalitie blokkeert de voedseltoevoer naar gebieden waar opstandelingen actief zijn. Tienduizenden kinderen zijn aan ondervoeding gestorven en honderdduizenden mensen hebben cholera opgelopen.

Tegelijkertijd is Saudi-Arabië de grootste wapenimporteur ter wereld. Het land heeft na de Verenigde Staten en China de hoogste defensiebegroting, terwijl het zelf nauwelijks in staat is geavanceerde wapens te produceren. De oliestaat importeert bijna alles van westerse bedrijven.

Na de moord op journalist Jamal Khashoggi in oktober 2018 was de maat vol voor de Duitse regering. Er kwam een wapenembargo. Op het eerste gezicht leken de gevolgen daarvan vrij beperkt. De enige grote Duitse deal die in gevaar komt, is de levering van patrouille-schepen voor de Saudische kustwacht. Dat is vooral een Duits probleem, want de scheepsbouwer is een belangrijke werkgever in het stadje Wolgast in het arme oosten van het land.

Maar sinds een maand is het duidelijk dat ook andere landen hinder ondervinden van het Duitse embargo. Groot-Brittannië tekende vorig jaar een deal van tien miljard pond met Saudi-Arabië voor 48 Eurofighter-straaljagers. Het toestel is samen met Duitsland, Spanje en Italië ontwikkeld en de Britse productielijn gebruikt onderdelen uit alle vier landen. Door de Duitse boycot dreigt Londen de vliegtuigen niet te kunnen leveren, zo waarschuwde de Britse minister van buitenlandse zaken Jeremy Hunt vorige maand.

Ook in Spanje zijn de alarmbellen afgegaan. De lokale tak van het Europese consortium Airbus zoekt alternatieve leveranciers voor Duitse onderdelen van het transportvliegtuig C295. Dat toestel is populair bij luchtmachten in Zuid-Amerika, Azië en Afrika door zijn veelzijdigheid en relatief lage prijs. Het kan op onverharde banen landen en met een paar aanpassingen is het geschikt als vliegende commandocentrale of drager van kannonen. Veel landen die zo’n betaalbare alleskunner zoeken, strijden regelmatig tegen binnenlandse opstandelingen. C295-gebruikers als Indonesië, Egypte en de Filippijnen hebben ook geen smetteloze reputatie op het gebied van mensenrechten.

De Duitse regering staat voor een dilemma. Houdt zij vast aan principes of brengt ze de Europese samenwerking op defensiegebied in gevaar. Minister van buitenlandse zaken Heiko Maas heeft de beslissing voor zich uit geschoven. Vorige week verlengde hij het wapenembargo tegen Saudi-Arabië met drie weken.

Beeld Sander Soewargana

Europese samenwerking

De Duitse boycot ligt gevoelig omdat de Europese Unie juist meer militaire samenwerking tussen de lidstaten wil. Frankrijk en Duitsland zijn hier allebei groot voorstander van. Ze hebben na de brexit ook verreweg de grootste defensiebegrotingen van de Europese Unie. Om de defensiepoot van de EU tot een succes te maken, moeten Parijs en Berlijn het dus op hoofdlijnen met elkaar eens zijn.

Bij buitenlandse missies gaat dat al erg moeilijk. Frankrijk is bereid risico’s te nemen bij de jacht op jihadisten in Afrika en werkt daarbij liever informeel samen met het gelijkgestemde Groot-Brittannië. Desnoods gaat dat buiten de EU om. Duitsland is juist heel terughoudend om militairen aan gevaren bloot te stellen, en hecht veel waarde aan een mandaat van de Verenigde Naties voor buitenlandse operaties.

Als alternatieve samenwerkingsvorm stelde de Europese Commissie in 2016 voor om gezamenlijke wapenontwikkeling te subsidiëren. Vanaf 2021 wil zij hier miljarden euro’s voor uittrekken. Omdat deelname van bedrijven buiten de EU aan strenge regels is onderworpen, komen projecten met Groot-Brittannië waarschijnlijk niet in aanmerking.

Het succes van het Europese wapenfonds staat of valt dan ook met samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland. De afgelopen twee jaar hebben kanselier Angela Merkel en president Emmanuel Macron ambitieuze verklaringen ondertekend. In januari beloofden ze met het verdrag van Aachen nogmaals de onderlinge militaire samenwerking een impuls te geven.

De ambitieuze teksten zijn pas wat waard als er concrete projecten uit voortkomen. Er zijn plannen voor de gezamenlijke ontwikkeling van een nieuwe tank en een nieuwe straaljager. Beiden moeten rond 2035 gevechtsklaar zijn. Spanje wil inmiddels ook meedoen met de bouw van het vliegtuig.

Voordat de Franse regering dit jaar daadwerkelijk geld uittrekt voor onderzoek en ontwikkeling, wil zij wel eerst duidelijkheid van Berlijn. Heldere afspraken moeten garanderen dat Frankrijk de nieuwe wapens ook kan exporteren en daarbij niet stuit op Duitse gewetensbezwaren.

Merkel maakte vorige maand op de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München de geesten in eigen land alvast rijp voor concessies. Als Duitsland graag meer EU-defensie wil, zei ze, moet het land ook accepteren dat niet alles volgens de eigen ideeën geschiedt. Duitsland zal volgens haar in de toekomst akkoord moeten gaan met exportdeals die het liever niet heeft, terwijl Frankrijk er rekening mee moet houden dat het soms een keer geen wapens kan leveren.

Volgens een uitgelekt conceptakkoord krijgt Frankrijk grotendeels zijn zin. Beide landen mogen zelf beslissen een gezamenlijk ontwikkeld wapen te exporteren. Duitsland krijgt alleen een vetorecht als het een Franse deal beschouwt als gevaar voor zijn eigen veiligheid. Een wapenleverantie met een beroep op de mensenrechten in de wielen rijden, zoals Duitsland nu bij Britse Eurofighters voor Saudi-Arabië dreigt te doen, zou dan niet mogen.

webgraphic wapenexport Beeld Sander Soewargana

Botsende wereldbeelden

Toch lijkt het twijfelachtig of de discussie hiermee beslecht is. In het debat over wapenexport botsen twee visies op de wereld. In Duitsland leeft sterk de gedachte dat de levering van militair materieel in veel gevallen een dubieuze kwestie is, omdat je er onderdrukkende regimes mee steunt en oorlogen mogelijk maakt. De sociaal-democratische parlementariër Florian Post zei begin maart bijvoorbeeld dat Duitsland ‘vanuit moreel oogpunt betere argumenten’ heeft dan landen die wel naar Saudi-Arabië willen exporteren.

Vanuit Frans perspectief ziet de wereld er heel anders uit. Dat wapenexport jaarlijks miljarden euro’s oplevert, is maar een deel van de afweging. Frankrijk ziet zichzelf nog steeds als een grootmacht met wereldwijde invloed. Het heeft, in tegenstelling tot Duitsland, een permanente zetel in de VN-veiligheidsraad en eigen kernwapens. Dat landen wereldwijd Franse wapens gebruiken is een teken van deze grandeur en geeft Parijs bovendien invloed. Een straaljager is een technisch complex product dat tientallen jaren meegaat. Gedurende deze hele periode zijn klanten afhankelijk van ondersteuning door Franse bedrijven.

De levensvatbaarheid van de defensieindustrie speelt ook een rol. Westerse landen kopen relatief kleine aantallen wapens. Export is dus nodig om de productie economisch rendabel te houden en alle onderzoekskosten terug te verdienen. Tot 2015 leek de Franse straaljager Rafale bijvoorbeeld te eindigen in een kostbaar debacle. De Franse strijdkrachten hebben er ongeveer tweehonderd nodig, waardoor de productielijn voortijdig dicht zou moeten. Maar in 2015 plaatste Egypte een bestelling en al spoedig volgden India en Qatar. Daarmee kan de straaljagerbouw in Frankrijk weer jaren vooruit.

Wat er gebeurt als je geen exportklanten kunt of wilt vinden, is nu zichtbaar in Duitsland. De Duitse tak van Airbus waarschuwt dat als de eigen luchtmacht geen extra Eurofighters bestelt, de productielijn voor straaljagers dicht moet. Dan gaat kennis over vliegtuigbouw verloren die nodig is om over vijftien jaar de Frans-Duitse vervanger van de Eurofighter en de Rafale te produceren.

Alles wijst erop dat de Duitse regering gevoelig is voor het argument van Airbus. Commandant van de luchtmacht Karl Müllner, die vorig jaar liet blijken er anders over te denken, werd de laan uitgestuurd. Hij wilde net als bijvoorbeeld Nederland, Groot-Brittannië en Italië exemplaren van de Amerikaanse JSF kopen. Het Duitse ministerie van defensie heeft de JSF nu uitgesloten van een voor de komende jaren geplande aankoop van straaljagers.

Vanuit Frans en Brits perspectief lijkt dit een bevestiging dat er voordelen kleven aan wapenhandel met dubieuze landen. Het alternatief is dat de eigen krijgsmacht niet de wapens koopt die het nodig heeft, maar bestellingen plaatst om de binnenlandse industrie overeind te houden.

Wat doet Nederland?

Nederland neemt in de discussie over wapenexport een middenpositie in. Opeenvolgende ministers van buitenlandse zaken hebben zich verzet tegen een algehele wapenboycot van Saudi-Arabië, maar beloven dat zij eventuele aanvragen voor exportvergunningen zeer kritisch bekijken. In de praktijk exporteert Nederland nauwelijks naar het land.

Aan andere landen met een dubieuze reputatie op het gebied van mensenrechten levert Nederland wel. Zo gingen er de afgelopen jaren radarsystemen naar de Egyptische marine. Het argument hierbij is dat de binnenlandse repressie van het Egyptische regime op het vasteland plaatsvindt en schepen daar geen rol in spelen. Dat de Egyptische marine deelneemt aan de Saudische blokkade van Jemen is ook geen bezwaar. Het ministerie van buitenlandse zaken schreef aan de Kamer dat Saudi-Arabië vooral op land verhindert dat voedsel de burgerbevolking bereikt.

Dit onderscheid tussen zee en land helpt de Nederlandse defensie-industrie. Het ene grote wapenbedrijf is scheepsbouwer Damen, en het andere Thales. Dat is gespecialiseerd in scheepsapparatuur zoals radars en sonars.

Lees ook:

Iedereen wil wat anders van een Europees leger

Eind vorig jaar klonk opnieuw de roep om een eigen krijgsmacht voor de Europese Unie. Maar zolang landen die term gebruiken voor totaal verschillende ideeën, zal er in de praktijk weinig van terecht komen.

Kritische blik op export naar Turkije

Nederland ziet sinds de mislukte staatsgreep veel scherper toe op export van mogelijk militaire goederen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden