Mogen ingenieurs nooit eens gek doen?

'Een kast met inhoud', t/m 31 december, Techniek Museum, Ezelsveldlaan 61, Delft, di t/m za 10 tot 17 uur, zo 12 tot 17 uur. Catalogus ¿19,50. 'Nederlands Industrieel Ontwerp 1995', Uitgeverij BIS, ¿69.

Mooie ronde getallen zijn altijd al handige momenten geweest om terug te blikken en in het Techniekmuseum in Delft wordt dit ook weer naar hartelust gedaan, maar de blik wordt er ook op de toekomst gericht. En aangezien we in het marketing-tijdperk van de jaren negentig leven, krijgt het bedrijfsleven op de jubileumtentoonstelling Een kast met inhoud uitgebreid de kans om te laten zien hoe verantwoord en verzorgd hun produkten tegenwoordig zijn vormgeven.

Dé grote sterren van de vakgroep Industrieel Ontwerpen van de TU Delft zijn Bruno Ninaber van Eijben, Wolfram Peters en Peter Krouwel, tezamen het bureau ninaber/peters/krouwel. Ze zijn op de tentoonstelling alom aanwezig. Hun tandartstoel (nu al bijna een klassieker) heeft een ereplaats in de sectie 'afgestudeerden' gekregen, ze schitteren op de sub-expositie waarin vijfenzeventig ontwerpbureaus hun meest recente werk laten zien en in de stand van KPN wordt gepronkt met hun kleine felrode enkelvoudige brievenbus voor de PTT. Als toetje kan de museumbezoeker aan de entree een door hen ontworpen bidon kopen voor twee tientjes.

STRAK, KLINISCH

De ontwerpen van Ninaber, Peters en Krouwel zijn geheel conform de functionalistische Nederlandse traditie strak, klinisch en zonder opsmuk. Ieder voorwerp is doorgedesigned tot op de meest elementaire vorm. Het bureau is hiermee archetypisch voor veel van de aan de tentoonstelling deelnemende industriële vormgevers. Het scherpe oog voor functionaliteit, ergonomie en strakke esthetiek overheerst. Al kijkende ontstaat zo een duidelijk herkenbaar beeld van een 'Delftse School', waarin geen plaats lijkt voor frivoliteiten.

Waar zijn de rare fratsen? De exuberante versierselen, het excentrieke materiaalgebruik, de humoristische knipogen, de verluchtende details? Of mogen ingenieurs nooit eens gek doen? Geen wonder dat het decoratieve Groninger Museum van de Italiaan Alessandro Mendini in Nederland de status heeft van een wezensvreemde eend in de bijt. We lijken als Hollanders veroordeeld tot het functionalistische dogma van De Stijl, Total Design en ninaber/peters/krouwel. Kwalitatief staat het Nederlandse industriële ontwerp op een zeer hoog niveau, maar een beetje verbeeldingskracht zou niet weg zijn.

Desondanks valt er veel te genieten op de tentoonstelling. Want de schoonheid van introverte gratie mag natuurlijk óók gezien worden (als het maar niet het enige is). De roestvrijstalen schotelwarmer van Brabantia bijvoorbeeld (van hun afdeling produktontwikkeling). Elegant, simpel en doelmatig. De geperforeerde plaat 'leunt' op twee vlakke, schuinstaande zijvlakken met handgrepen. En natuurlijk de skislede voor gehandicapten. Een sterk ergonomisch staaltje, waarmee de verende zit van een skiër zo optimaal mogelijk wordt nagebootst.

FIETSBEL

Aardig is de fietsbel voor jongeren van Van Dijk/Eger/Associaties. Rondom een metalen dop zijn allemaal kleine gekleurde balletjes gemonteerd, die als je eraan draait het metaal laten klinken. Een wonder van technisch vernuft is de oogpincet ontworpen door DSI. Vanuit de kunststof handgreep wordt de eigenlijke pincet bediend, die bestaat uit twee minuscule bekjes.

De catalogus van 'Een kast met inhoud' is los verkrijgbaar, maar ook meegebonden met het boek Nederlands Industrieel Ontwerp 1995 van de branche-organisatie KIO. Daarin wordt het complete spectrum getoond aan industrieel ontwerpers in Nederland. In het boek hangt dezelfde 'no nonsense'-achtige sfeer als in de tentoonstelling. Een nutteloos ornament zal je bij de produkten niet snel aantreffen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden