Mogen de Amerikanen en hun bondgenoten Syrië aanvallen?

Rechtsgeleerde Terry Gill (Universiteit van Amsterdam) licht de voors en tegens toe.

Nee: een aanval is onwettig
Er zijn slechts twee redenen waarom een land een ander land mag aanvallen, en daarmee inbreuk mag maken op het geweldsverbod dat internationaal geldt tussen staten: ten eerste uit zelfverdediging, ten tweede met een mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Zo niet, dan is de aanval onrechtmatig volgens het internationaal recht.

Daarmee is er weinig twijfel dat een militair ingrijpen in Syrië juridisch gezien onrechtmatig zal zijn. Van een VN-mandaat is geen sprake omdat de Russen en Chinezen dat tegenhouden in de Veiligheidsraad. Twee jaar geleden stemden deze twee landen nog wel in met een interventie in Libië, om de Libische bevolking te beschermen tegen het regime van Moammar Kadafi - dat was de laatste keer dat de Veiligheidsraad geweld toestond.

Ook het recht op zelfverdediging is nu niet aan de orde. De Britse minister van buitenlandse zaken William Hague probeerde gisteren weliswaar te suggereren dat de Britse veiligheid in het geding is door de chemische wapens van Syrië, maar dat is een kulredenering, meent jurist Terry Gill. "Van zelfverdediging is alleen sprake als je aangevallen wordt of als je duidelijk bewijs hebt dat je in de directe toekomst aangevallen zal worden. Als dat niet het geval is en je je toch beroept op zelfverdediging, dan ruk je dat begrip volledig uit z'n verband. Daarmee hol je het internationaal recht uit."

Ja: een aanval is gerechtvaardigd
Een militaire aanval op Syrië kan politiek acceptabel zijn, zegt Terry Gill - en in die zin gerechtvaardigd. Zo kunnen de VS verwijzen naar de doctrine van de 'verantwoordelijkheid tot bescherming' (in de hippe Engels afkorting 'R2P'), de politieke vertaling van de passages in het VN-Handvest waarin staat dat de internationale gemeenschap mag ingrijpen als de mensenrechten in het geding zijn.

Sommigen pleiten ervoor R2P als derde uitzondering op het internationale geweldsverbod toe te staan. Zover is het nog niet - er is nog altijd een mandaat van de Veiligheidsraad nodig - maar toch zijn er redenen te bedenken waarom dat geen belemmering hoeft te zijn. "Er staan in het geval van Syrië verschillende rechtsprincipes tegenover elkaar", zegt Gill. "Het geweldsverbod aan de ene kant, het verbod op mensenrechtenschendingen en het verbod op het gebruik van massavernietigingswapens aan de andere." De redenering: als die twee laatste zaken zo in het geding zijn als nu in Syrië, dan mag de wereldgemeenschap niet stil zitten - ondanks het geweldsverbod.

Wettig is ingrijpen daarmee nog niet, maar gerechtvaardigd wel. Vergelijk het met iets als euthanasie bij ondraaglijk lijden 25 jaar geleden, zegt Gill. Dat was destijds verboden voor de wet, maar leidde voor de rechter niet altijd tot straf. "Als je menselijk lijden wil voorkomen met een bepaalde wijze van handelen, dan kan een onwettige actie toch acceptabel zijn."

Alles valt of staat wel met het politiek draagvlak. In het geval van Syrië is het daarom belangrijk dat er voldoende bewijs is dat er chemische wapens zijn ingezet, en wel door het regime. Gill: "Het zou verstandig zijn het onderzoek van de VN-inspecteurs in Syrië af te wachten. Zolang Assad niet dreigt met een nieuwe chemische aanval, kan dat. Hoe sneller en hoe gehaaster je optreedt, hoe minder draagvlak je zal krijgen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden