Mogelijke oorlogsmisdaad nog steeds in doofpot

Vroeg in de morgen van 9 december 1947 - de zgn. eerste politionele actie was 5 maanden oud - omsingelden Nederlandse troepen het dorp Rawagede op West-Java (thans Balongsari geheten). Zij dreven de mannen bijeen en eisten dat zij de verblijfplaats zouden noemen van Lukas Kustariyo. Hij was kapitein van een eenheid van het Indonesische guerrillaleger en bijzonder gevreesd door de Nederlandse militairen. Er was een prijs van 10 000 gulden uitgeloofd om hem te pakken te krijgen. Toen de samengedreven burgers geen aanwijzingen over de verblijfplaats van Kustariyo konden of wilden geven, werden zij neergeschoten. Op die dag vielen naar Indonesische berichten 431 slachtoffers. Het drama van Rawagede kreeg vooral aandacht rondom het bezoek van koningin Beatrix aan Indonesië in augustus 1995, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Republiek Indonesië. Een televisieteam van RTL 5 trok naar de plek des onheils en maakte een reportage. De uitzending op de onafhankelijkheidsdag van Indonesië, 15 augustus, vlak voor het koninklijk bezoek, had een schokeffect. De roep om het aanbieden van excuses door Nederland over de jaren 1945-1950, ter gelegenheid van dat bezoek, werd er immers alleen maar door onderstreept.

Hoewel er door verschillende Kamerleden op een nader onderzoek werd aangedrongen, is er tot nu toe niets van terechtgekomen.

In de Excessennota, uitgebracht naar aanleiding van de geruchtmakende onthullingen van dr. Hueting in 1969, wordt Rawagede ook al vermeld. Hier wordt een aantal slachtoffers genoemd van 150. De nota vermeldt, dat een waarnemingsteam van de commissie van goede diensten, toen door de Verenigde Naties ingesteld, op een klacht van republikeinse zijde naar het betrokken gebied was gereisd. Het rapport van dit team noemde de actie deliberate and ruthless (opzettelijk en meedogenloos). Verder werd gesteld, dat 'van Nederlandse zijde werd toegegeven - na een aanvankelijke ontkenning - dat enkele gevangenen na ondervraging zonder vorm van proces waren doodgeschoten, hoewel tijdens en na de actie, die volgens Nederlandse opgave in totaal 150 Indonesiërs het leven kostte, geen wapens in de kampong waren aangetroffen en aan Nederlandse zijde geen doden of gewonden waren gevallen'.

De Excessennota meldt verder, dat de majoor die de leiding had en verantwoordelijk was voor de executie zonder vorm van proces van ongeveer twintig gevangenen, niet vervolgd is. De zaak werd geseponeerd door de procureur-generaal uit 'overwegingen van opportuniteit', zoals de nota letterlijk zegt. Wat die opportuniteit precies inhield wordt niet duidelijk. Dit is des te merkwaardiger, omdat wel vervolging heeft plaatsgevonden na het zogeheten Bondowoso-incident. Dit vond op 23 november 1947 plaats. Daarbij kwamen 46 gevangenen om van in totaal honderd man, samengeperst in drie gesloten goederenwagons. Daarvoor werden een jaar later drie officieren en drie soldaten veroordeeld tot gevangenisstraffen van drie tot acht maanden.

Het Indonesische weekblad Gatra wijdde in de week van het koninklijk bezoek zijn coverstory aan het drama Rawagede. Niet minder dan veertien pagina's werden gevuld met achtergrondinformatie, waaronder interviews met ooggetuigen. Ook prof. C. Fasseur, de man die destijds de leiding had bij de samenstelling van de Excessennota, werd geïnterviewd. Desgevraagd verklaarde hij dat hier zeker sprake was van een oorlogsmisdaad. De daders zouden veroordeeld moeten worden. In ieder geval zou de verantwoordelijke officier voor het gerecht moeten worden gebracht.

Volgens hetzelfde Gatra verklaarde Jan Dirk Blaauw, VVD-Tweede-Kamerlid en lid van de commissie buitenland, dat hij met spoed er bij de regering op zou aandringen een nieuw onderzoek in te stellen naar de gebeurtenissen. Want, aldus Blaauw, als wij andere landen onder kritiek stellen vanwege de mensenrechten, moeten wij onszelf eerst zuiveren. We mogen anderen niet wreed noemen als we zelf nog wreder zijn geweest.

Van dat nader onderzoek is tot nu toe niets vernomen. Het wordt nu tijd dit opnieuw aan de orde te stellen. Dat nader onderzoek zou tenminste aan het licht moeten brengen wie verantwoordelijk is geweest voor het aanrichten van het bloedbad. Dat is van Nederlandse zijde tot nu toe zorgvuldig verzwegen. Volgens Gatra ging het om het derde bataljon van het negende Regiment Infanterie. Het moet dus gemakkelijk na te gaan zijn wie de commandant daarvan was.

Kamerleden verklaarden in 1995 dat er sprake zou zijn van verjaring. Dit kan echter met stelligheid ontkend worden. Fasseur heeft gelijk dat oorlogsmisdaden niet voor verjaring vatbaar zijn. Een daartoe strekkend verdrag van de VN werd in 1968 aangenomen. Ook de Raad van Europa kent een dergelijk verdrag. De zaak-Papon in Frankrijk bewijst dat verdachten van oorlogsmisdaden nog wel degelijk voor de rechter gebracht kunnen worden.

De zaak is des te meer van gewicht omdat bij sommige leidinggevende oud-militairen nog steeds weinig of geen besef is van gepleegde wandaden. Zo verklaarde luitenant-kolonel b.d. Schüssler nog maar kortgeleden, in NRC Handelsblad van 4 augustus 1997, dat hij destijds had meegedaan aan het liquideren van gevangenen tijdens acties in Indonesië en dat dit nu eenmaal bij het oorlogvoeren hoort. Schüssler kreeg indertijd voor zijn 'stoutmoedig en doortastend optreden' de Militaire Willemsorde.

Het zou de Tweede Kamer en het kabinet sieren, als zij het eerder gevraagde nader onderzoek naar de omvang van de massamoord nu eindelijk ter hand nemen. Daarbij mag de vraag naar de verantwoordelijke commandant niet ontlopen worden. Openlijk zou moeten worden erkend dat het hier om een oorlogsmisdaad ging die niet voor verjaring vatbaar is. Het Indonesische volk heeft recht op een duidelijke erkenning van schuld, en de nabestaanden van de slachtoffers hebben recht op smartengeld. Recht van spreken inzake mensenrechten kan pas verdiend worden, als eigen falen wordt erkend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden