Moeti'a en Halavi geloven niet in de oorlog en niet in de vrede 'WE ZULLEN DE REST VAN ONS LEVEN MOETEN LEREN LEVEN MET DIE KATJOESJA'S VANUIT LIBANON'

KIRJAT SJMONA - “De laatste keer dat hier Katjoesja-raketten neerkwamen, drie maanden geleden, stond ik op het punt te bevallen”, zegt de 25-jarige Jael. Zij woont in de belegerde Israelische stad Kirjat Sjmona, die sinds zondag vanuit Libanon onder vuur wordt genomen door strijdkrachten van de Hezbollah. “Haar meest directe probleem op dit moment is dat de winkels al dicht zijn en de Nutrilon voor de baby op is.”

Kirjat Sjmona is veranderd in een spookstad. De straten zijn verlaten, de luiken voor de winkels neergelaten, de apotheken tot nadere aankondiging gesloten. Iedereen zit of in de schuilkelder of heeft simpelweg de stad verlaten op zoek naar veiliger oorden, bij familie of vrienden. En maar weinigen zijn in de stemming om te filosoferen of te speculeren over de toekomst. Wat de mensen bezighoudt, is hoe de dag door te komen, de kinderen bezig te houden en iedereen te voeden.

De lokale kruidenier is iedere morgen een paar uur open, tot de belangrijkste dingen zijn uitverkocht. De banken zijn dicht, dus als je zonder geld zit, heb je pech gehad. “Er is brood en melk”, zegt de moeder van een pasgeboren baby en een kind van vier, die zich heeft geinstalleerd in een van de grote openbare schuilkelders in de stad. Aan meubilair staan er een stuk of twintig stapelbedden, een kleine tv en er is een grote voorraad van het ontsmettingsmiddel Lysol, dat een doordringende geur verspreidt.

Schuilkelder

Het verblijf in de schuilkelder is warm en werkt op de zenuwen, en niemand die weet hoe lang het zal duren. Laat staan dat ook maar iemand kan voorspellen of deze Israelische operatie veel zal veranderen. In tegenstelling tot 1982, toen Menachem Begin, na de grootscheepse Israelische invasie, voorspelde dat “het land de komende 40 jaar rust en vrede zal kennen”, heeft premier Jitschak Rabin zijn volk deze keer geen snelle of permanente oplossing beloofd.

Die boodschap lijkt te zijn aangekomen. Er is begrip voor het feit dat het leger heeft gereageerd en men begrijpt waarom het gewone leven zo verstoord wordt, maar er is weinig enthousiasme voor de operatie of geloof in een goede afloop.

“We zullen de rest van ons leven moeten leren leven met die Katjoesja's”, zegt een inwoner van de schuilkelder schouderophalend, alsof iedereen dat weet en aanvaardt. “Wat wij willen, is een regering die zich bezighoudt met zaken waarop ze wel invloed kan uitoefenen: het verbeteren van de economie, het aanpakken van het drugprobleem, Kirjat Sjmona veranderen in een plaats waar je graag wil wonen. En in een die de moeite waard is om risico's voor te nemen.”

Deze geluiden zijn ook te horen in de buurt van Kirjat Sjmona. Het cafe van Meir Halevi, dat gelegen is aan een van de grote pleinen van de stad, is geopend, terwijl er geen kip te bekennen is. Hij is moe van het opgesloten zitten en daarom blij dat hij eindelijk met iemand een diepgaand gesprek kan voeren. “Als we grondtroepen sturen, zal de hele actie vervallen in een herhaling van 1982”, verzucht hij.

Een oorlog die voor Israel herinneringen oproept, die vergelijkbaar zijn met de Vietnam-oorlog voor de VS. Halevi draait de volumeknop van de radio open om het ritmische gedreun van de Israelische artillerie in de omgeving te overstemmen. “Ik ken geen enkele macht in de geschiedenis die terrorisme wist te beteugelen met behulp van wapens”, voegt hij eraan toe. “De oplossing voor ons hier is vrede, geen bommen.

De echte uitdaging voor deze stad ligt op sociaal gebied, niet op militair.''

In Metoellah, Israels meest noordoostelijk gelegen buitenpost en een zeer welvarend plaatsje met 5 000 inwoners, ziet Jossi Goldberg de voornaamste problemen op economisch gebied. De voorzitter van de plaatselijke raad vindt dat NoordGalilea het Zwitserland van het Midden-Oosten moet worden. “We hebben hotels, we hebben sneeuw”, zegt hij ondertussen met zijn hoofd richting de berg Hermon op de Golan-hoogvlakte in het oosten wijzend. “We hebben water, uitzicht, zelfs schaatsen op ijs behoort tot de mogelijkheden. We moeten meer investeren in de toeristenindustrie. We hebben rust nodig, totdat de vrede zich aandient.”

Goldberg ontwijkt de hele tijd de vraag of hij de militaire actie ondersteunt, die ertoe heeft geleid dat de toeristen wegvluchten. Het is een merkwaardige positie voor een politicus van de Likoed-partij, maar het geeft tegelijkertijd scherp het dilemma weer van de keuze tussen veiligheid en economie.

Muzikanten

Meer naar het zuiden toe maakt de kibboets Kfar Bloem zich op voor de opening op zaterdagnacht van het voorgenomen jaarlijkse Kamermuziek-festival, dat een week duurt. Alle muzikanten, van wie sommigen uit het buitenland komen, zijn aangekomen en van plan te blijven. De vraag is of het publiek, dat kamers in de omgeving heeft geboekt, zal komen.

Een van de organisatoren weet nog niet hoe het zal lopen. “Er zijn enkele afzeggingen geweest bij andere kibboetsen. Maar wat ons betreft, gaan we gewoon door, niet alleen vanwege economische redenen maar ook omdat het een boodschap is voor over de grens: we laten ons niet koeioneren.”

Dit is een van de duidelijkste verklaringen van het hardnekkige soort die je tegenwoordig nog weinig tegenkomt. Veel sterker is het gevoel van berusting, van deja vu en wellicht vermoeidheid als gevolg van het voortdurende drama. Mensen zijn te moe om zelfs boos te zijn. Jossi Goldberg omschrijft het gevoel het beste als hij bekent: “Het enige wat we willen, is een rustige plek, een normaal leven opbouwen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden