column

Moeten we voortaan maar afzijdig blijven als er twee kijven?

Ger GrootBeeld Trouw

Twee mensen hebben ruzie en een derde die ertussen komt, krijgt de klappen. Zo erg is het met de Nederlandse interventies in buitenlandse conflicten nog niet gesteld, zelfs als je de gedode militairen in Afghanistan meerekent. Maar helemaal zonder kleerscheuren, al zijn het met name morele, zijn we er niet vanaf gekomen: noch in Bosnië, noch in Syrië, zoals deze week uit  speurwerk van Trouw en 'Nieuwsuur' bleek.

Met de beste bedoelingen werden in Syrië ‘gematigde’ oppositiegroepen tegen het bewind van Assad voorzien van humanitaire hulpgoederen. Maar de grens tussen vreedzaam en agressief gebruik van hulpmiddelen is even ongewis als tussen matiging en extremisme. De trucks, dekens en ander materiaal dat Nederland leverde, kon ook in de hete strijd goede diensten bewijzen, en partijen die zich de ene dag humanistisch betoonden, konden even later de mensenrechten grof schenden.

Zodra een oorlog reëel wordt, begint het onderscheid tussen goed en kwaad te vervagen. In Syrië wisten de westerse landen op een bepaald moment niet eens meer wie zij moesten steunen. De Arabische Lente beloofde verlossing van het wrede regime van de machthebber, tot de opstandelingen in een flink aantal gevallen niet beter en soms zelfs slechter bewezen te zijn.

Kil realisme

Moeten we daarom, wanneer er twee kijven, voortaan afzijdig blijven tot de ruzie vanzelf ophoudt – al dan niet met vernietiging van één van beiden? Het ethisch humanisme botst met het kille realisme dat zijn lesje heeft geleerd. "Als er grof onrecht plaatsvindt, kan toch niet iedereen zijn ogen dicht doen?" zegt Ben Bot, voormalig minister van buitenlandse zaken, in de Volkskrant. "Ik hoop niet dat deze kwestie leidt tot neoneutralisme. Nederland moet betrokken blijven bij de wereld."

Zijn we er tenslotte ook zelf – zo zou je daaraan kunnen toevoegen – de VS niet nog steeds dankbaar voor de wapens op te hebben genomen tegen de asmogendheden, toen vrijwel heel Europa, inclusief Nederland, door nazi-Duitsland was bezet? Tot op de dag van vandaag geldt die strijd als een rechtvaardige oorlog, al ontkwamen ook de geallieerden niet aan dubieuze krijgshandelingen.

Geheel belangeloos was deelname van de VS aan de oorlog bovendien niet. Zelfs zonder de Japanse aanval op Pearl Harbor waren de asmogendheden vroeg of laat een bedreiging geworden. Sindsdien is de oorlogspolitiek van de VS een mengsel van idealisme (verspreiding van democratie en mensenrechten!) en eigenbelang. Het eerste klinkt goed, maar wordt de facto ingesnoerd door de vraag: wat levert het ons op?

Die laatste vraag vinden wij in Nederland enigszins obsceen. Oorlog voeren wij uit humanitaire, niet uit machtspolitieke overwegingen, liefst met schone handen. In hetzelfde Volkskrant-artikel wijst Arend Jan Boekestijn erop dat die ethische wending pas doorzette toen het land in de 19de eeuw steeds minder een wereldmacht werd. "Juist daardoor zou een klein, neutraal en ethisch bevlogen land een ideale scheidsrechter zijn in de vuige machtspolitiek van de grote mogendheden."

Laat de Amerikanen maar schieten

Zo kon ethiek de schaamlap worden van een natie die zich niet langer een mogendheid, maar wel een gidsland kon wanen. En daarom moest ze wel met zichzelf in de knoop raken, toen ze alsnog van interventiewoorden op oorlogsdaden overging – al moesten er uit naam van de geboden ‘hulp’ liefst zo weinig mogelijk Nederlandse schoten worden gelost. Dat moesten de Amerikanen maar voor ons doen.

Nu die laatsten zich uit hun beschermende rol in Europa lijken terug te trekken, ontkomt Nederland niet aan een ethische heroriëntatie van zijn buitenland- en oorlogspolitiek. Ironisch genoeg zal die voor ons pacifistische gevoel waarschijnlijk veeleer ónethisch uitpakken. Machtspolitiek en denken in (eigen) belangen kunnen niet langer worden uitbesteed, als de Amerikaanse paraplu die het land beschutte tegen de gure wind van mondiale powerplay verdwenen is. Binnen Europees defensieverband (want op zijn eentje krijgt Nederland niets klaar) wacht voor het ethisch idealisme dan een opvoeding met harde, en onvermijdelijk een vuile hand. 

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril.

In ons dossier Nederlandse steun aan Syrische rebellen leest u alle artikelen die zijn verschenen over en naar aanleiding van de onthullingen van Trouw en 'Nieuwsuur'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden