Moet, wil of kan Arjen Robben nog doorgaan?

Arjen Robben had al niet mogen beginnen in wat zijn laatste wedstrijd voor Bayern München in de Bundesliga zou zijn. Het warmlopen als reserve, na rust, duurde hem te lang. Opdat iedereen dat toch maar zou zien en weten, trapte hij venijnig tegen een doelpaal.

Hij mocht halverwege de tweede helft invallen. Dat was een door de trainer fideel en verstandig gekozen moment voor een chronisch kwetsbare, nu toch echt bijna versleten voetballer die maandenlang niet had kunnen spelen. Toen Robben het signaal kreeg dat hij erin mocht, sprintte hij naar de dug-out.

Dat was het kind nog in de oude sporter, hoorde en las je. Het was vertederend bedoeld. Dat zeg ik er maar even bij, want je zou die trap tegen de doelpaal toch ook anders kunnen zien: een 35-jarige sporter die als een, inderdaad, klein kind liep te dreinen en het materiaal van de tien jaar lang voor hem zo hoffelijke en royale werkgever stond te beschadigen.

Euforisch – hij had nog kunnen scoren – zei Robben over de sprint naar de dug-out ook zelf dat het kind in hem opstond.

Pathos

Het kind in de sporter – je hoort en leest het vaak. Dat hij het kind in zich altijd moet vasthouden, dat hij het misschien wel altijd moet blijven. Ik heb het er gauw moeilijk mee, vind het pathos er even gauw nogal dik bovenop liggen.

De voormalige BBC-analist Alan Hansen zei ooit dat je met kinderen niets wint. Ook, of zelfs, Frenkie de Jong zal ervaren – en waarachtig, dat heeft hij soms al gedaan – dat voetballen niet alleen maar lachen kan zijn. Hij en anderen zijn er bij Ajax uit gepikt, maar het lijkt me verstandiger en realistischer het succes toe te schrijven aan iets collectiefs, de evenwichtiger leeftijds­opbouw bovenal – waarbij trouwens het in leeftijd grootste kind van Ajax, Matthijs de Ligt, er nooit ook maar iets van weg had.

Van Persie

Van alle afscheidsverhalen met Robin van Persie bleven bij mij een paar regels in de Volkskrant hangen. Van Persie vertelde hoe hij, ouder wordend, ging inzien wat het is ‘om tien ballen te verliezen in één wedstrijd’, hoe hij ging beseffen dat je dan ‘geen absolute topper’ bent.

Hoe mooi, mooier en uiteraard dieper dan die van het kind-zijn, is niet de levensfase van de ouder wordende sporter, de sporter die het wezen van zijn sport gaat herkennen, die daarnaar gaat handelen en spreken?

Hoe mooi was het niet dat de international Arjen Robben in 2014 geen kind meer was, en ook geen enkele behoefte had om het kind in zich te tonen? Wie het horen wilde, liet hij klip en klaar merken hoe hij vond dat Oranje ervoor stond: een magere ploeg die wel een verdedigender systeem móest gaan spelen – hij, de aanvaller, was er de grootste voorvechter van. Na het WK met Louis van Gaal kon je zijn chagrijn zien en uit subtiele woordjes opmaken over Guus Hiddink, die ermee dacht te kunnen breken.

Voetbalvreemde oorden

Moet, wil of kan Robben nog doorgaan? Hij is geen man voor verre, voetbalvreemde oorden. PSV wordt genoemd, de club waar hij al speelde. Ik zou dezelfde bedenkingen hebben als die ik vóór dit laatste seizoen bij Van Persie bij Feyenoord had: wat is er voor hem nog te winnen, hoe leuk kan het werkelijk nog worden? Of nee, ik zou ze in nog heviger mate hebben: Robben is groter in onze voetbalhistorie, bedenk hoe het zou zijn als hij zo weinig zou kunnen spelen als in dit voorbije seizoen – en hoe reëel de kans daarop is, steeds groter dan de kans dat hij méér kan spelen.

Ik kan en wil Arjen Robben maar één advies geven: beslis als de midden-dertiger die je bent, niet als het kind dat ze in je denken te kunnen en mogen zien.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. U leest alle columns in zijn dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden