De opvoedvraag

Moet vader meelachen met grove jongerentaal?

Beeld Trouw

Tieners kunnen nogal rare woorden bezigen. Taal die in de klas misschien past, maar thuis?

Pubers hebben zo hun eigen humor, weet een vader. "Woorden die wij volwassenen verschrikkelijk vinden, zijn bij hen juist populair", schrijft hij. "Misschien wel omdat wij ze zo verschrikkelijk vinden." Hij heeft een goede relatie met zijn zoon van 15. "Ik moet gniffelen als hij me 'hoer' noemt, een half jaar geleden een topic in zijn klas. Deze week was het modewoord 'kringspier', dat vooral op mijn láchspieren werkte. Maar af en toe denk ik dat ik me als ouder niet moet laten meevoeren en corrigerend moet optreden. Of moet ik 'm juist laten genieten van deze tweede plas-en-poep-periode?"

Roué Verveer, cabaretier en comedian, schreef een boek over opvoeden op z'n Surinaams. 'Waarom? Daarom!', heet het. Op de achterflap staat dat hij zich zorgen maakt over slappe ouders die geen grens trekken en kinderen die de regie overnemen in huis. Binnenin blijkt hij de opvoeding te zien als een groot voorrecht. 'Kinderen zijn geweldig, neem de tijd voor elkaar. Doe je best en heb vooral plezier!'

Het spreekt vanzelf dat hij groot voorstander is van humor. Zijn zoons zijn 17 en 10. Zijn vrouw zegt nog wel eens: "Lach niet mee, dan denken ze dat het echt leuk is.' Maar vaak vindt hij hun grappen zelf ook grappig. Poep- en plashumor gebruikt hij ook in zijn voorstellingen. "Al kan er in ons gezin wel meer. Ik zou niet alles wat ik thuis zeg op het podium gebruiken." Misschien is platte humor een mannending, suggereert Verveer. "Er is ook niks grappiger dan een scheet. Ik weet niet hoe dat werkt, maar het geluid op zich is al funny."

Vrijbrief

In zijn boek refereert Verveer aan de puberteit, maar volgens hem komt die hele fase in Suriname niet voor. Laat je als ouder nooit gek maken door psychologen, schrijft hij. 'Puberteit lijkt een vrijbrief voor onacceptabel gedrag. Als je vroeger alles hebt gepikt, dan gaat je kind nu lekker over je heen lopen/wandelen/joggen.'

Met zijn tieners heeft hij geen last van opstandig gedrag of woordgebruik. "Vanaf nul weten ze wat wel en niet kan. Ik ben niet streng, maar wel duidelijk. Dus gaan ze ook niet over mijn grenzen heen. Ze kunnen met ons alles bespreken, maar zijn niet onbeleefd." Verveer maakt heus woordgrappen met ze, maar gaat bijvoorbeeld niet mee in fout taalgebruik. "Ik reageer ook op facebookposts die niet kloppen: Het is mijn of m'n, schrijf ik dan, niet me."

Het gebruik van 'hoer', vindt hij lastig. "Ik snap niet helemaal hoe de zoon dat bedoelt. Heeft hij echt kwaad in de zin, dan is er al eerder iets mis gegaan in de opvoeding. Als vader vindt dat hij te ver gaat, dan moet hij niet stressen of boos worden, maar gewoon uitleggen dat het bij zijn vrienden misschien leuk is, maar niet bij hem. En vinden ze het onderling grappig, dan is dat ook prima toch? Dan moeten ze er samen maar om lachen." Bij Verveer thuis zou 'hoer' wel een grens overschrijden. "Mijn kinderen zouden dat niet als grap maken."

Cultuur bepaalt

Dat geeft precies aan hoe taal werkt, zegt Leonie Cornips, hoogleraar taalcultuur en onderzoeker aan het Meertens Instituut. Wat wel en niet past, wat wel en niet leuk is, dat bepaalt de cultuur. "Terminologie kan binnen een groep geaccepteerd zijn, zoals kankerjoden in een voetbalconcert, terwijl het daarbuiten aanstoot geeft. De grens wordt ook niet getrokken door de gebruiker, maar door degene die zich aangesproken voelt."

Het verbaast haar dat de jongen woorden die in zijn klas gewoon zijn, ook thuis gebruikt. "Daar kan vader zich gevleid door voelen, hij hoort er kennelijk bij."

Hoer is grof, beaamt ze. "Maar wordt een woord vaak gebezigd, dan zwakt de betekenis vanzelf af." Kringspier kende ze nog niet. Ze zou het eerder bij een jongere leeftijd plaatsen. "Dat geeft maar weer aan dat taal een levend iets is. Je kunt niet voorspellen wat leuk wordt gevonden."

Corrigeren heeft weinig zin, denkt Cornips. "Experimenteren met taal hoort bij jongeren. Je herkent hele generaties aan hun taalgebruik. In mijn tijd was alles super, later werd het keigaaf, of wreed en masterlijk ranzig. Jongeren halen woorden uit een andere taal, geven er een heel andere betekenis aan of spreken ze anders uit."

Vaak gaat het vanzelf over als jongeren het werkend leven binnengaan: "Het houdt op, net als verstoppertje spelen." Jammer, vindt ze, "want waarom zouden we niet in het zorgcentrum nog een nieuwe taal bedenken?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden