Moet Nederland weer gidsland zijn?

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele vraag. Vandaag: Paul van Tongeren en Hans Achterhuis over de vraag of Nederland weer 'gidsland' moet worden, als het vanaf januari voorzitter is van de Europese Unie.

Vanaf 1 januari 2016 is Nederland een halfjaar lang voorzitter van de Europese Unie, een functie die tussen de lidstaten rouleert. Je kan zo'n voorzitterschap als corvee beschouwen, maar je zou er ook een kans in kunnen zien om internationaal politieke doorbraken mogelijk te maken, zoals Franse diplomaten daarin geslaagd zijn tijdens de klimaattop in Parijs.

Ooit zag Nederland zichzelf als 'gidsland', en wilde op het wereldtoneel het goede voorbeeld geven. Stilletjes is dit begrip uit het debat verdwenen. Moet Nederland weer gidsland worden en zo ja: wat is daarvoor nodig?

Paul van Tongeren, emeritus-hoogleraar wijsgerige ethiek in Nijmegen en Leuven: "Nederland zag zichzelf ooit, in de begindagen van de Europese Unie, als gidsland op het gebied van de Europese eenwording. En daarna onder meer op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland wilde in morele, ideologische zin vooroplopen, uit overtuiging over de juistheid van de richting.

"Op beide terreinen zullen we nu moeilijk zo'n rol kunnen vervullen. Ontwikkelingssamenwerking is zoals zoveel domeinen ontdaan van bijna elk ideaal en almaar verder afgekalfd. En wat betreft Europa zeggen nu ongeveer al onze politieke partijen: samen waar het moet, zelfstandig waar het kan. Met andere woorden: liefst zo min mogelijk Europa. Voorzitter zijn van een unie die je het liefst zo klein mogelijk houdt, dat is niet bepaald wat ik versta onder gidsland zijn."

Hans Achterhuis, emeritus-hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente: "Gelukkig maar! Als ik het woord gidsland hoor, denk ik vooral aan alle rampzalige gevolgen van deze hoogmoedige term. In de jaren zeventig en tachtig spraken de Amerikanen in dit verband weleens van 'Hollanditis'. Dat was een besmettelijke ziekte, die nauw samenhing met het begrip gidsland.

"Hollanditis hield in dat politici zich ongeveer opstelden zoals de mensen die meeliepen met de massademonstraties 'Tegen de Bom': links, pacifistisch, maar vooral fel gekant tegen compromissen en vol van het eigen gelijk. De patiënt was trots op zijn eigen ziekte en vond dat het virus door heel Europa moest gaan. Die domme Amerikanen die waren maar rechts en militaristisch, ze zouden een voorbeeld moeten nemen aan ons.

"In mijn ogen hebben twee grote decepties deze illusies definitief doorgeprikt. Ten eerste het feit dat het juist de Amerikaanse president Reagan was die met zijn consequente houding uiteindelijk compromissen met de Russen wist te sluiten en de atoomcrisis en de Koude Oorlog wist te beëindigen. Daar hebben onze demonstraties niets aan bijgedragen, in tegendeel.

"Ten tweede: onze rol in Srebrenica. Als wij ergens meenden gidsland te moeten zijn was het daar. Zoals blijkt uit reconstructies van het Niod, zei elk ander land al van tevoren: 'Nee, in deze situatie kunnen onze militairen hun werk niet doen. Er is te weinig steun van grote mogendheden'. Maar in Nederland was er - op grond van idealen - zo'n enorme morele druk. Wij moesten en zouden iets doen. En laten zien wie we zijn. Dat is gebeurd, met desastreuze gevolgen.

"Nee, een klein land als Nederland kan zich over idealen het best niet al te luidruchtig uitlaten. Je mag ze wel hebben, maar je moet slim, pragmatisch handelen. Je moet proberen te helpen om de problemen van deze tijd op te lossen in samenwerking met grote landen die een zwaardere stem hebben."

Van Tongeren: "Wat laten beide decepties nu precies zien? Dat je maar beter niet te veel idealen kan hebben in de politiek en vooral zo pragmatisch mogelijk moet zijn?

"Dat lijkt me een garantie voor nog eindeloos veel meer decepties. Dat zien we ook vrijwel dagelijks. Het huidige kabinet bestaat uit twee partijen die om samen te werken hun beider ideologieën tussen haakjes moeten zetten. Blijft over: pragmatisme. In feite is het dus een D66-kabinet. Daarom is D66 ook zo'n constructieve oppositiepartij gebleken.

"Vanouds gaat het in de politiek om het verwezenlijken van idealen, idealen die zijn gevormd tot een visie op mens en maatschappij, een ideologie. Om die idealen te realiseren heb je pragmatisme nodig, natuurlijk. Maar wat we sinds de no-nonsensekabinetten van Lubbers in de jaren tachtig zien gebeuren, is dat pragmatisme zelf een ideologische dimensie krijgt. Daardoor lijkt het alsof politiek enkel gaat om problemen oplossen. Dat is niet langer pragmatisch, maar pragmatistisch. Dogmatisch pragmatisch.

"Problemen oplossen zonder dat je te werk gaat vanuit een ideaal, betekent dat je de problemen enkel kan oplossen vanuit de heersende vanzelfsprekendheid. Als de gezondheidszorg bijvoorbeeld te duur blijkt te zijn, ga je kijken hoe je er het slimst op kunt bezuinigen. Maar je vraagt je niet af: wat is gezondheid eigenlijk? En zorg? Wat wil ik daar eigenlijk mee? Dat vereist namelijk een ideaal, een ideologie.

"Omdat de meeste partijen daar in de binnenlandse politiek al niet meer over beschikken, kunnen ze dat onmogelijk naar buiten toe gaan uitdragen. Want om een internationaal gidsland te kunnen zijn, zou je eerst nationaal een soort consensus moeten hebben over die idealen."

Achterhuis: "Natuurlijk heb je idealen nodig. In de politiek draait het om meer dan pragmatisme alleen, daar ben ik het mee eens. Ik koester alleen absoluut geen warme gevoelens bij de term 'Nederland gidsland'. Omdat daar waar idealen al te nadrukkelijk verschijnen zonder duidelijk plan over de realisatie, het risico bestaat dat de daden achterblijven bij de woorden.

"In de tijd dat het gidsland nog leefde, was ik zelf nauw betrokken bij ontwikkelingssamenwerking. Ik heb met eigen ogen gezien hoe wij meenden het goede te doen, terwijl de resultaten daar nogal pover bij afstaken.

"Nederland moet zijn plaats kennen. Ik denk dat we hierin een voorbeeld kunnen nemen aan iemand als Max van der Stoel, die onder andere minister van buitenlandse zaken en later VN-rapporteur mensenrechten en commissaris voor minderheden was. In een interview vroeg filosoof Bas Heijne hem eens naar zijn idealen. Zijn antwoord luidde dat hij een idealistisch machiavellist was.

"Van der Stoel wist dat het in de internationale politiek weinig zin heeft om hoog op te geven over je idealen. Je moet proberen ze waar te maken, door slim gebruik te maken van het krachtenveld - zeker wanneer je een klein land als Nederland vertegenwoordigt. Dat heeft hij met stille, ontzagwekkende vasthoudendheid gedaan. Zo'n rol lijkt mij zowel uit idealisme als pragmatisme verre te verkiezen boven die van gidsland.

"Daden kunnen daarbij overigens wel helpen. Premier Rutte liet blijken dat hij nogal enthousiast was over Parijs. Indien hij Nederland als EU-voorzitter een gidsfunctie wil geven, dan maakt hij op 1 januari bekend dat hij alle Nederlandse kolencentrales laat sluiten. Dat zou ik in deze tijd een zinnige vorm van idealisme vinden: zelf een lastig en concreet voorbeeld stellen."

Van Tongeren: "Om slim machiavellistisch te handelen zal je toch eerst moeten weten wat je idealen zijn. Het is veelzeggend dat klimaatbeleid nu het enige terrein is waarop we nog een vorm van idealisme ontwaren. Terwijl het eigenlijk de vraag is of zelfs het allergroenste beleid werkelijk een uitdrukking van idealisme is. Voorkomen dat je natte voeten krijgt is in de eerste plaats zelfbehoud. Idealisme heeft meer om het lijf dan louter een streven naar zelfbehoud.

"Politici zouden hun eigen ideologie moeten onderzoeken en uitdragen. Ze zouden op zoek moeten gaan naar de plaatsen waar ze hun idealen herkennen bij de bevolking, en deze dan proberen te versterken.

"In plaats daarvan stimuleren de populairste politici, de populisten, enkel de angsten die ze zien. En angst kan nooit leiden tot een ideaal, angst is altijd een uitdrukking van de behoefte tot zelfbehoud. Een behoefte die er sowieso is, en die dus niet gestimuleerd hoeft te worden, voortleven willen we immers altijd wel. Idealen kunnen pas ontstaan op het moment dat je afstand neemt van die behoeftigheid en je gaat afvragen waarom je eigenlijk wilt voortleven. Als je daar niet eens aan toekomt, is gidsland zijn wel heel ver weg."

filosofisch elftal

Haring

Achterhuis

Roeser

Ankersmit

Van Tongeren

Baudet

Groot

Van Brederode

Huijer

Noordegraaf

Gescinska

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden