Moet kunst een groot publiek trekken?

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele vraag. Is het goed dat kunstenaars worden afgerekend op de omvang van het publiek dat ze bereiken, zoals de regering wil?

De Raad voor Cultuur sleutelt momenteel aan het kunst- en cultuurbeleid voor de komende jaren. Het recentste advies aan staatssecretaris Jet Bussemaker baart de kunstsector zorgen.

Want de Raad voor Cultuur spreekt meermaals van 'het publiek' als einddoel van de kunsten. Platform Beeldende Kunst (Platform BK), een belangenvereniging die zich nadrukkelijk manifesteert sinds de drastische cultuurbezuinigingen onder Rutte I, vindt dat bedenkelijk. "'Kijkcijfers' lijken de meetlat te zijn van de kwaliteit, en de 'kunst-ervaring' van de toeschouwer staat vaak centraler dan het kunstwerk zelf," schrijft het platform in een reactie.

Volgens de vereniging is het winnen van publiek niet de hoofdverantwoordelijkheid van de sector en is het ontbreken daarvan voornamelijk een gevolg van gebrekkige cultuureducatie en -participatie. "Juist dáár zou meer in geïnvesteerd moeten worden."

Heeft het Platform BK gelijk, of is de grootte van het publiek een goed criterium om de relevantie van kunst te beoordelen?

Liesbeth Noordegraaf-Eelens, econoom en filosoof, hoofddocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: "Er wordt vaak over kunst en publiek gedacht in termen van vraag en aanbod. In economische termen dus. Als een culturele instelling of gezelschap maar veel mensen trekt, dan is het goed. Maar de publieke waarde van kunst schuilt niet in het aantal mensen dat in een zaal zit.

"Het begrip 'publieke waarde' gaat uit van waarden die gedeeld worden door een gemeenschap. Waarden die voor een gemeenschap van belang zijn. Het probleem is dan al snel dat politici en beleidsmakers vastlopen bij het formuleren van die waarden. Terwijl je de vraag ook open zou kunnen houden. Je zou het onderzoek naar de vraag als criterium kunnen nemen. Dus: laat kunstenaars samen met kijkers en bezoekers een antwoord zoeken op de vraag naar de waarden die wij als gemeenschap delen. Dan creëer je ook een nieuw, kritisch publiek."

Robin van den Akker, docent cultuurfilosofie aan Erasmus University College Rotterdam, debutant in het Filosofisch Elftal: "Dat zou mooi zijn, maar het is zeer de vraag of de politiek wel geld wil vrijmaken voor het creëren van publiek dat zich kritisch kan verhouden tot diezelfde politiek. De afgelopen jaren is het overheidsbeleid toch vooral aangejaagd door een neoliberaal economisme, gericht op kwantificering en rendement. Als je deze lijn doordenkt, ligt de nadruk nu dus vooral op het creëren van individualistisch ingestelde 'idioten'. Zo noemden de oude Grieken diegenen die zich bovenal richtten op de private economische belangen van de oikos en niet, zoals het een goede burger betaamt, op gemeenschappelijke belangen of de besluitvorming over het wel en wee van de polis."

Noordegraaf-Eelens: "Niet alleen de politiek, ook veel kunstenaars zelf hebben moeite met dit soort normen. Kunstenaars hameren op het belang van hun artistieke vrijheid, het atelier als vrije ruimte. Maar ik denk dat - op het moment dat een kunstenaar steun wil krijgen uit publieke middelen - het atelier ook een verhouding moet hebben tot de publieke ruimte. Kunst kan ons bijvoorbeeld wijzen op ethische grenzen waar wij als maatschappij tegenaan lopen. Het laten zien van 'de onmaat der dingen', zoals het in een recente studie heet. Geen enkele andere partij in onze samenleving is daar zo goed toe in staat als de kunst.

"Het mag natuurlijk ook om andere waarden gaan, maar het is wel belangrijk dat de kunstenaar zijn logica uit kan leggen aan een publiek. Dat is iets anders dan zeggen: de kunstenaar moet doen wat het publiek wil. Net als bijvoorbeeld een met publiek geld gesteunde wetenschapper moet de kunstenaar kunnen uitleggen binnen welke grenzen hij opereert, en welke grenzen hij wil onderzoeken."

Van den Akker: "Tegelijkertijd zijn grenzen tussen kunstzinnige waarden en economisch nut nog nooit zo vaag geweest als in deze tijd. De culturele industrie van blockbuster-tentoonstellingen en miljoenenveilingen bestaat naast de opkomende en toonaangevende creatieve klasse die het artistieke en het commerciële samenbrengt onder vaak zeer precaire arbeidsomstandigheden.

"Het Platform Beeldende Kunst hecht aan het artistieke belang van het behouden van de zogeheten 'humuslaag', bestaande uit de grote groep van beginnende - en dus zichzelf nog niet bedruipende - kunstenaars met een klein publiek. Maar deze groep vormt net zo goed een composthoop voor de grootstedelijke creatieve economie waarin het draait om de uitwisseling van ideeën, praktijken en sensibiliteiten. De politiek zou dus ook uit puur economische overwegingen kunnen besluiten om deze groep te steunen.

"De sociologische én economische analyses van de Amerikaanse hoogleraar Richard Florida van de relatie tussen een florerend kunstklimaat en een innovatieve economie laten dat duidelijk zien. Zelfs binnen de logica van het economisme zijn er argumenten voor het subsidiëren van de kunsten uit publieke middelen.

"De ironie is dat de omstandigheden om die humuslaag of composthoop in stand te houden er al waren voordat ze zo belangrijk werden in economische zin. En nu ze in economische zin belangrijk zijn geworden, worden ze afgebroken op zogenaamd economische gronden."

Noordegraaf-Eelens: "Het probleem is volgens mij dat beleidsmakers denken dat een economisch mechanisme zoals vraag en aanbod die humuslaag in stand zal houden, als maar blijkt dat kunst economische waarde heeft. Dat klopt niet.

"Om de humuslaag in stand te houden moet het publiek niet naar de kunst, maar moet de kunst naar het publiek. Dat kan bijvoorbeeld door waarden en vaardigheden uit de kunst in het onderwijs te gebruiken. Denk hierbij aan: 'anders' denken - hoe zou de wereld er uit kunnen zien? Of aan een kritische en creatieve houding ten opzichte van beelden, want we leven in een beeldcultuur. Of aan het acteren in verschillende contexten - hoe gaan we om met een wereld die we niet kennen?

"Op die manier wordt een groot publiek in kleine projecten vertrouwd gemaakt met de publieke waarden van kunst en van de samenleving. Dat deze waarden daarna economisch profijt opleveren, zoals in de creatieve industrie, doet niets af aan de noodzaak ervan en aan de noodzaak om kunstenaars op te leiden die deze waarden en vaardigheden bij kunnen brengen."

Dit is het laatste optreden van Liesbeth Noordegraaf-Eelens in het Filosofisch Elftal. Zij stelde zelf haar collega Robin van den Akker voor als nieuwe elftalspeler. Van den Akker (1982) is als docent cultuurfilosofie verbonden aan het Rotterdamse Erasmus University College. Hij doet onderzoek naar urbane cultuur, nieuwe media en hedendaagse kunsten en is oprichtend redacteur van onderzoeksplatform Notes on Metamodernism.

Kunstsector vreest 'rendementsdenken'

Columnist Jan Kuitenbrouwer omschreef de houding van de overheid tegenover kunstenaars als volgt in NRC Handelsblad: "Wij kunnen jullie alleen gedogen als jullie je richten op de klasse die niet geïnteresseerd is in wat jullie te melden hebben' - dat is eigenlijk wat de politiek de artistieke en intellectuele elite voortdurend voorhoudt. 'Dat jullie dingen maken die je eigenlijk niet wíl maken, waar wij dan het 'rendement' van gaan meten en daar gaan wij jullie dan op 'afrekenen'."

Belangenvereniging Platform Beeldende Kunst citeert Kuitenbrouwer met instemming. "De Raad voor Cultuur lijkt weinig verbinding te hebben met de dagelijkse realiteit en wensen van de sector, en ook de effecten van de ingrijpende bezuinigingen van uw voorganger."

Het Platform schrijft verder: "De gedachte dat alle uitingen controleerbaar moeten zijn volgens een economische of maatschappelijke meetlat, lijkt ingegeven door een overmaat aan geïnternaliseerd rendementsdenken en een angst voor het populistische sentiment, dat opgewekt werd door politici en media een aantal jaren geleden.

"Wij vinden het belangrijk dat er vanuit de overheid vertrouwen in de sector wordt getoond, door de sector zelf te laten beslissen over wat 'het rendement' van kunst is. Pas dan ontstaat de vrijheid die nodig is voor echt experiment, dat een voorwaarde is voor innovatie en talentontwikkeling, en kritisch vermogen, dat weer een voorwaarde is voor een open samenleving."

filosofisch elftal

Haring

Achterhuis

Roeser

Ankersmit

Van Tongeren

Baudet

Groot

Van Brederode

Huijer

Noordegraaf Gescinska

Van den Akker

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden