Móet ik voor mijn moeder zorgen?

interview | Mensen kunnen best veel aan, maar 'zelfmanagement in de zorg' moet geen hol mantra worden. Dat zegt Pauline Meurs, die het kabinet adviseert over volksgezondheid.

Pauline Meurs spreekt de twee zinnen nog eens nadrukkelijk uit. Ik kán voor mijn moeder zorgen, ik móet voor mijn moeder zorgen. "De scheidslijn is dun. Maar er is wel verschil. Hoe dwingend wil je zijn?"

De beoogde eerste voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving houdt van hardnekkige problemen. Dat de geneeskunst dertig jaar na de opening van het eerste vrouwengezondheidscentrum nog steeds te veel gericht is op een blanke man van 35. Dat arme mensen gemiddeld zeven jaar eerder sterven dan rijke. Dat de tolerantie voor psychische aandoeningen uiterst beperkt is. "Ik collecteer er wel eens voor - dat is echt niet gezellig. Je kunt beter voor de Nierstichting langs de deuren gaan."

Deze middag, op de 28ste verdieping van de Haagse Hoftoren, gaat de aandacht vooral naar een actuele kwestie: de decentralisatie van de langdurige zorg en de jeugdzorg naar gemeenten. Het Rijk vraagt ook van de omgeving een bijdrage bij de zorg voor hulpbehoevende kinderen, partners of ouders. Dat aspect intrigeert Pauline Meurs, een vrouw die geen vastomlijnde stellingen poneert, maar haar opvattingen en kanttekeningen liever verpakt in kritische vragen.

Meurs: "Anders dan in Engeland richt dit debat in Nederland zich erg op het morele appèl aan burgers om voor elkaar te zorgen. Dat hoort bij je burgerschapsplicht, is de redenering. Bij mij raakt dat wel een snaar, ik ken het verhaal van de barmhartige Samaritaan, die klaarstond voor de gewonde man langs de kant van de weg. Kun je je aan dat appèl om voor je moeder te zorgen onttrekken, ben je een slechter mens als je het niet doet, een slechtere burger? Van de overheid verwacht je een neutrale opstelling, de zorg moet goed geregeld zijn, en geen normatieve oproep hoe je als burger je leven moet leiden."

Slaat het ook op u persoonlijk, wordt u gezegd dat u voor uw moeder moet zorgen?

"Nou, mijn moeder zegt altijd: Ik wil jullie niet tot last zijn. Ze heeft pas geleden, op 92-jarige leeftijd, een iPad aangeschaft, ze praat mee over alles, van Syrië tot de gemeentelijke decentralisatie. Ze woont in een appartement bij een verpleeghuis. Dat had ze geregeld zonder dat wij het wisten. Ze doet alles zelf, maar als het nodig is, krijgt ze zorg uit het verpleeghuis, dat pakket kan ze opplussen. Die wetenschap stelt mensen enorm gerust, heb ik gemerkt. Maar ik zeg erbij: Zij kan zich dat veroorloven, anderen niet. Daar komen de overheid en de omgeving in beeld."

Wat als uw moeder zo meteen intensieve hulp nodig heeft?

"In mijn eentje zou ik dat niet redden. Maar we zijn met zijn vieren. We redden dat makkelijk, we hebben alle vier partners, ik heb geen kinderen, maar de anderen wel. De familie is het vangnet. Ik reken op mijn broers, maar in het algemeen komt de mantelzorg vaak bij vrouwen terecht. Hoezeer mannen ook hun best doen, het zijn toch de vrouwen die zorgen. Het vraagstuk dat zij de lusten en de lasten dragen, komt te weinig op tafel. Mensen moeten meer en langer werken, de verzorgingsstaat wordt afgebouwd. Daar zijn ook best goede redenen voor, maar we moeten wel uitzoeken wat de stapeling van maatregelen met name voor vrouwen betekent. Als dat slecht uitpakt - ik vermoed van wel - moet je daar iets aan doen."

Is dat wat u bedoelt met uw aankondiging dat u in uw nieuwe functie aandacht gaat vragen voor wat u noemt de dominantie van het masculiene denken?

"Kennelijk is dat toch verrassend, of nieuwswaardig. In de gezondheidszorg is er weinig aandacht voor de specifieke behoeften van vrouwen. Terwijl zij andere doses medicijnen nodig hebben, bij hen manifesteren cardiologische klachten zich bijvoorbeeld anders. Er is al helemaal weinig oog voor de vrouw na haar reproductieve periode. Terwijl die steeds langer wordt. En we willen dat de kwaliteit van leven goed blijft. Vrouwen leven dan wel langer dan mannen, ze worden ook zieker. In de samenleving zie je dat dominante, masculiene denken terug. De nadruk op daadkracht, op resultaat, op leiderschap, op de personalisering van gezag: dat heeft iets masculiens, zonder dat je dat trouwens meteen koppelt aan mannen en vrouwen. Aan de andere kant zie je wel de tendens om meer samen te doen, nieuwe gemeenschappen te vormen."

Maar voor onze gezondheid willen we toch graag zelf de regie houden?

"Er is een sterke nadruk op het heft in eigen handen nemen, zelf oplossingen zoeken, op zelfmanagement, wat dat dan ook mag zijn. Je moet er zelf aan gaan staan, er is een verminderde afhankelijkheid van anderen, en van de overheid. Het is goed om dat terrein te verkennen. Wat bedoelen we met die eigen regie, of zelfmanagement? Iedereen gaat ermee op de loop, maar zit er geen grens aan?

"Als ik doodziek ben, wil ik geholpen worden. Ik wil dat de dokter een pilletje geeft, of zegt dat ik rust moet houden. Bij een chronische ziekte ligt dat vermoedelijk anders, dan is het prettig om zelf keuzes te kunnen maken in de behandeling. Ik ben kritisch over het gemak waarmee zo'n nieuw begrip over ons heen wordt gelegd met het vanzelfsprekende idee dat dat positief is. Ik wil weten onder welke omstandigheden dat het geval is. Wat is de keerzijde ervan, dat we aan ons lot worden overgelaten, dat we het zelf maar moeten uitzoeken? Het is heel verstandig een nieuwe balans te zoeken."

Organisaties die de decentralisatie moeten uitvoeren, roepen dat het niet lukt.

"Het is een enorme operatie, en het komt allemaal tegelijk: jeugdzorg, langdurige zorg, participatie. Geleidelijk was misschien beter geweest, of één voor één. Maar dat is niet zo. Het kan niet anders of het wordt chaotisch, onzeker, verwarrend. Er komen verschillen tussen gemeenten, waarvan ik niet weet of het erg is trouwens. Mensen weten nu niet waar ze aan toe zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat het debat wel weer in rustiger vaarwater komt.

"Ik was zelf erg onder de indruk van René Gude, de denker des vaderlands die weet dat zijn einde snel nadert. Hij had het over pessimisme, en de kracht die je daaruit kan halen, om je daar al handelend toe te verhouden. Ik kom daarop, omdat ik denk dat het met dit gigantische vraagstuk ook zo kan gaan. Er is een enorm pessimisme, het wordt allemaal heel moeilijk, denkt men.

"Maar er kan ook iets op gang komen waardoor we er juist tegenin gaan, dat we dit niet laten gebeuren. De omstandigheden maken dat je soms andere dingen gaat doen. Je kunt jezelf verrassen, dat je meer kunt dan je eerst dacht. Ik zie dat bij mensen met een chronische aandoening. Ze hadden niet gedacht dat ze zoveel konden, dat ze lol zouden maken, dat ze zoveel kwaliteit van leven zouden hebben. Ik geloof in de veerkracht van mensen om wat van hun leven te maken.

"Maar het zal niet overal goed gaan. Er zullen onderdelen gerepareerd moeten worden. Ik maak me echt druk over de jeugdpsychiatrie: of kinderen die gespecialiseerde zorg nodig hebben, die nog wel krijgen. Dat zou mij de eerste reparatie lijken."

Wat wordt de rol van de nieuwe raad?

"Het zou mooi zijn als we mensen kunnen inspireren. Als dit de context is, wat zijn dan de mogelijkheden, hoe kan je het goed doen, het werk aantrekkelijk houden voor het personeel? Ik hoop dat we een steen in de vijver gooien, dat we mensen een ander perspectief geven.

"Ik maakte het laatst nog mee: bij een presentatie over ouderenzorg op afstand klonk vooral afkeuring: het directe contact moet je toch niet verloren laten gaan? Totdat ouderen zelf aan het woord kwamen, die juist graag via de computer communiceerden. Zo hielden ze meer tijd over voor hun vrienden.

"Ik zie voor ons ook een taak in het oppikken van wat ik noem de onderstroom van de samenleving, de dingen die daar leven en die nog niet direct door de politiek of het veld worden opgepakt en die ook niet per se passen in de politieke prioriteiten. Daarvoor haal je ook inspiratie uit het buitenland. Ik was laatst in Kopenhagen. Daar gaat ongeveer 75 procent van de belastingen naar de gemeente, tegen nog geen 10 procent in Nederland. Kijk, dan krijg je ineens een heel andere decentralisatie. Dan kan de gemeente keuzes gaan maken, en voelt de lokale laag zich echt gehoord."

Zien we u in alle praatprogramma's op televisie terug om tegenwicht te bieden aan al die mannelijke sprekers? Om net als hen daadkracht te tonen?

"Haha, nou ja, je kunt als vrouw natuurlijk ook altijd je charme inzetten. Ik ben niet zo van de quota, voor mij gaat het er meer om de inhoudelijke punten op de agenda te krijgen, en minder over de vraag of wij als vrouwen wel gezien worden. Ik zal toch vooral proberen de goede argumenten te zoeken en het podium dat daarbij past. Dat ik dan ergens aan het woord kom als vrouw is mooi meegenomen. Ik ga niet bij Jeroen Pauw zitten alleen om hem aan zijn vrouwenquotum te helpen."

Wie is Pauline Meurs?

In de gezondheidszorg en in bredere Haagse kringen is Pauline Louise Meurs (61) een begrip: oud-hoogleraar bestuur van de gezondheidszorg, lid van tal van adviesraden en -commissies. Ze is nog net voorzitter van de invloedrijke onderzoeksclub ZonMw - in die hoedanigheid kreeg ze vorige week de 'anti-kwakzalversprijs' van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. ZonMw riep eerder dit jaar op te onderzoeken welke vormen van 'alternatieve therapie' effectief zijn. Koning Willem-Alexander lijkt anders over Meurs te denken, want die benoemde haar vrijdag tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Voor het grote publiek is de innemende ambassadeursdochter met Surinaamse roots, geboren in de regio Parijs, minder bekend; tv-optredens zijn tot nu toe schaars. Zes jaar geleden adviseerde ze de speechschrijver van toenmalig premier Balkenende over de toespraak van - toen nog - prinses Máxima. De prinses van Argentijnse afkomst zei toen dat ze de Nederlandse identiteit niet had gevonden. Een rel volgde - Meurs kan zich nu nog verwonderen over hoe die zich in de media ontvouwde. Haar betrokkenheid was een uitvloeisel van haar lidmaatschap van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De sociologe was eerder een van de opstellers van een rapport over integratie. Ze stelde in 2001 dat integratie niet moet worden geproblematiseerd en tegelijkertijd dat een stevig debat over botsende waarden erbij hoort.

Van 2007 tot 2013 zat Meurs voor de PvdA in de Eerste Kamer, waar ze zich onder meer beijverde voor verhoging van de minimumleeftijd voor alcoholverkoop tot 18 jaar. Een ander thema van Meurs is de overdaad aan regels, die goede zorg in de weg staat. Sinds vorige maand is ze voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RvZ) en tevens beoogd voorzitter van de nieuwe Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), waarin de RvZ fuseert samen met de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Pauline Meurs is gehuwd en heeft geen kinderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden