Moet ik dit nú lezen?

Veel musea worstelen met hun tekstbordjes. Conservatoren etaleren te graag hun kennis, maar het publiek wil korte, heldere teksten zonder vakjargon. Vandaag is er een symposium over.

Eén van de eerste dingen die Wim Pijbes deed toen hij zes jaar geleden directeur werd van het Rijksmuseum in Amsterdam, was het veranderen van de tekstbordjes. "Ik heb extra teksten gemaakt naast een aantal bestaande bordjes. Om te laten zien dat het anders moest." Hij somt in het kort zijn ingrepen op: "Korte teksten van maximaal zestig tot tachtig woorden, hooguit tien woorden per zin. Geen vakjargon. Meteen met de deur in huis vallen. To the point, op de kijker geschreven. Actief taalgebruik, dus niet: Rembrandt heeft dit geschilderd. Nee, Rembrandt schilderde dit."

Pijbes' initiatief werd met scepsis ontvangen, maar inmiddels is iedereen om. Pijbes: "Conservatoren etaleren nu eenmaal graag hun kennis. De tekstborden waren te veel geschreven vanuit het idee: ik schrijf wat ik weet. In plaats van: ik schrijf wat ik zie."

Alle 8000 objecten in de zalen van het Rijksmuseum hebben een tekstbordje in het Nederlands en Engels. Pijbes heeft ze allemaal nagelezen om te checken of ze geschikt zijn voor het diverse bezoek dat het museum trekt, van kinderen en mensen zonder kennis van kunst tot buitenlanders, ervaren museumbezoekers en kunstkenners. Het is niet gemakkelijk om voor zo'n breed publiek teksten te maken. Een woord als perspectief kan bijvoorbeeld nog wel, vindt hij. "Maar Renaissance? Dat is een dilemma, want niet iedereen weet wat dat is."

En waar een museum zich ook bewust van moet zijn, is dat lezen een 'zittende activiteit' is. "Lopen door een museum en ondertussen teksten lezen, daar zit een spanning tussen. Daarom moet je mensen ook niet vermoeien met overbodige teksten als: Rembrandt is een tijdgenoot van Ferdinand Bol. Interessant hoor, maar waarom moet de museumbezoeker dat nú lezen? Die wil meer weten over dat schilderij. Wij hebben de taak om vooral te verklaren wat mensen zien, zodat ze het beter begrijpen."

Dat lijkt simpel, maar dat is het niet voor mensen die dagelijks bezig zijn met kunst en er veel van weten. Trucje van Pijbes: denk aan je tante of iemand anders die geen verstand heeft van kunst en schrijf daar de tekst voor, zonder te vervallen in kleutertaal. "Want je mag wel veronderstellen dat mensen die naar het museum komen, geïnteresseerd zijn."

Pijbes is tevreden over de tekstbordjes in het Rijks. Toch nodigde hij de filosoof Alain de Botton uit om bij tweehonderd kunstwerken nieuwe bijschriften te maken. Tot en met 7 september hangen verspreid door het museum gele post-it-velletjes geplakt waarop De Botton ingaat op de therapeutische waarde van het betreffende object. De filosoof vindt dat musea vooral 'dorre feiten' vermelden die de kunstelite en academische kunstwereld belangrijk vinden. Ze gaan eraan voorbij dat kunst ook troost en inspiratie kan bieden, goed kan zijn voor de ziel en oplossingen kan aandragen voor tal van levensvragen.

Melkmeisje

Pijbes: "Ik heb hem voorgesteld: laat maar zien hoe het anders moet. Zijn interventie is dus niet een exercitie om onze tekstborden te veranderen, maar om iets toe te voegen: een andere kijk op de betekenis van kunst."

Pijbes is tevreden over de ingreep van de filosoof. "Om voor mezelf te spreken: hij dwingt me om anders te kijken naar bijvoorbeeld het Melkmeisje van Vermeer door de vraag op te roepen wat in haar hoofd omgaat. Dat schilderij is onderdeel van ons collectieve geheugen. We denken dat we het kennen en er alles over weten. De Botton slaagt erin om me er toch weer met andere ogen naar te laten kijken."

Dat ook het publiek de toevoegingen van De Botton waardeert, is volgens Pijbes op te maken uit het aantal verkochte boeken waarin zijn teksten zijn opgenomen. Wekelijks worden er bijna 500 van verkocht. "Het behoort tot onze best verkochte producten. Natuurlijk weet ik ook wel dat De Botton een beroemdheid is, maar bezoekers kopen geen catalogus als ze ontevreden zijn."

De reacties van kunstrecensenten waren verdeeld. Sommigen oordeelden vernietigend: de Volkskrant vond de teksten van De Botton een belediging voor de kunst, het museum en de bezoeker die als een 'infantiel slachtoffer' wordt toegesproken. Ook The Guardian was negatief. The Financial Times daarentegen was enthousiast en dat gold ook voor de Neue Zürcher Zeitung. Ook Trouw oordeelde positief over het experiment, omdat het museumdirecteuren en conservatoren laat nadenken over de rol van musea en betekenis van kunst en hen prikkelt om niet alleen uit te gaan van hun eigen kennis en belevingswereld.

Extra laag

Pijbes: "Wat mij opvalt is dat men voor of tegen is, een tussenweg is er niet. De felheid van de toon van de tegenstanders heeft me wel verbaasd. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat wij een controversiële figuur als De Botton toegelaten hebben in het gevestigde instituut en de veilige burcht die het Rijksmuseum is. Wij zijn de tempel van de goede smaak. Ik denk dat de reacties minder heftig zouden zijn geweest als De Botton was gevraagd door een experimenteel kunstcentrum."

Het was Pijbes niet alleen te doen om de reuring en publiciteit, wat hem ook is verweten, al is het natuurlijk mooi meegenomen als de internationale pers zich meldt. "Musea hebben ook de taak om debatten aan te jagen. We hebben dat al eerder gedaan door de met diamanten bezette schedel van Damien Hirst tentoon te stellen, ook zo'n controversiële figuur."

Toch krijgt het experiment geen vervolg in de zin dat Pijbes tekstbordjes op z'n De Bottons gaat aanpassen. "Maar het heeft ons wel op het idee gebracht om vaker buitenstaanders in huis te halen. Het is heel verfrissend om een extra laag te laten toevoegen aan kunstwerken. De teksten van De Botton vind ik te lang, maar hij is erin geslaagd om onze iconen in een nieuw licht te plaatsen."

Pijbes pakt de catalogus - ook in de vorm van een post-it - om één van zijn favoriete teksten van De Botton voor te lezen. Bij het Straatje van Vermeer schrijft de filosoof: 'Dit schilderij laat zien dat het doodgewone toch speciaal kan zijn. Het vertelt ons dat de zorg voor een eenvoudig maar mooi huis, het vegen van de binnenplaats, de kinderen in de gaten houden, kleding repareren, het doel van het leven is. Dit is een antiheroïsch schilderij (...) het betoogt dat het voldoende is om de bescheiden taken uit te voeren die van ons allemaal worden verwacht'. Met stemverheffing: 'Als Nederlanders hun normen en waarden in een kernachtig beeld willen vangen, dan is één blik op dit schilderijtje voldoende. Het is de Nederlandse bijdrage aan het universele begrip geluk, en die boodschap hoort niet alleen in een museum thuis'. Pijbes: "Dat heeft geen kunsthistoricus ooit geschreven. Fantastisch, daar ga je wel over nadenken."

Ook kan Pijbes nooit meer naar aardbeien kijken, zonder te denken aan De Bottons tekst bij het schilderij van Adriaen Coorte van een bakje aardbeien. 'Aardbeien vinden we best leuk om te zien. Maar Coorte wijst ons op hun buitengewone schoonheid. Hij herinnert ons eraan dat we sommige dingen te snel als vanzelfsprekend beschouwen. Wat Coorte deed met zijn bakje bosaardbeitjes, moeten wij op veel meer dingen in ons leven toepassen. Om te beginnen op onze geliefden'.

Kan kunst inderdaad helpen om ons leven beter te maken? Pijbes: "Musea hebben wel degelijk een therapeutische werking. Niet in de zin van lachen, gieren, brullen, maar het is wel de plek waar je leert relativeren. Ik heb al de grap gemaakt dat een bezoek aan het Rijksmuseum in de basisverzekering hoort, omdat het bijdraagt aan het bruto nationaal geluk."

Tegen dorre feiten

Tekstbordjes in musea: het lijkt zoiets simpels, maar veel musea worstelen ermee. Conservatoren willen te graag hun kennis etaleren of vervallen in vakjargon. Terwijl het publiek vooral wil weten wat het zíet en waar het werk over gaat, en dat in korte en begrijpelijke teksten.

De Nederlandse Museumvereniging houdt er vandaag een symposium over. Eén van de sprekers is directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum in Amsterdam, die zich persoonlijk bemoeit met de 8000 tekstbordjes in 'zijn' museum. Ook aanwezig (via Skype) is de filosoof Alain de Botton. Hij heeft kritiek op de manier waarop musea kunst verduidelijken voor het publiek. De zaalteksten bevatten volgens hem vooral dorre feiten en informatie die de kunstelite belangrijk vindt. De filosoof mocht naar aanleiding van zijn kritiek in het Rijksmuseum bij 200 objecten nieuwe tekstbordjes hangen.

Prikkelen

In veel musea bepalen de conservatoren wat er op de tekstbordjes komt. Maar die hebben de neiging daar 'kleine kunsthistorische colleges' van te maken, zegt hoofd publiekszaken Liesbeth van Noortwijk van Dordrechts Museum. In dit museum ging het roer een paar jaar geleden om. Er werd een externe adviseur bij gehaald om alle teksten onder de loep nemen. Uitgangspunt werd dat tekstbordjes vooral moeten prikkelen om goed te kijken.

Van Noortwijk: "Dat kan bijvoorbeeld door een vraag te stellen, al moet je er wel voor waken dat het niet te flauw of te geforceerd wordt." De energie die het museum stak in de teksten, betaalt zich uit. In de museumwereld geldt het Dordtse museum als een van de meest toegankelijke musea als het gaat om de leesbaarheid van de teksten. Ook het publiek waardeert het. Van Noortwijk: "We krijgen nu voor het eerst opmerkingen over de zaalteksten en 99 procent is positief."

Jip en Janneke-taal

Het Van Abbe Museum in Eindhoven hanteert een ¿poldermodel' als het gaat om de zaalteksten. De conservator levert ze aan, waarna de afdeling educatie ernaar kijkt. "Soms gaat dat goed, soms ook niet", zegt woordvoerder Ilse Cornelis. Het ging dit jaar mis bij de tentoonstelling van Hito Steyerl. Aan de introductietekst op zaal (zie kader hieronder) was geen touw vast te knopen. Cornelis: "Ook niet voor vakmensen, bleek uit een kritische recensie in de Volkskrant. We hebben de tekst aangepast. Het was erdoorheen geglipt." Het Van Abbe Museum (moderne en hedendaagse kunst) is al niet het gemakkelijkste museum, zegt Cornelis. "Des te belangrijker dat de teksten toegankelijk zijn. Het onderwerp leeft hier beslist, maar we zijn nog zoekende. Conservatoren hebben vaak hun vakgenoten op het oog. Dat zaalteksten leesbaar moeten zijn, begrijpen ze wel. Maar ze zijn bang voor Jip en Janneke-taal."

Een passage uit de oorspronkelijke zaaltekst in het Van Abbe Museum bij de tentoonstelling van Hito Steyerl. De tekst werd later aangepast, omdat zelfs vakmensen struikelden over de ondoorgrondelijke woordenbrij.

'Hito Steyerl speculeert over de invloed van het internet en de digitalisering op ons dagelijks leven. De tentoonstelling reflecteert op beelden en de voorwaarden van hun zichtbaarheid en circulatie. Startpunt is het aan diggelen slaan van een lcd tv-beeldscherm - waarmee deze constructie zichtbaar wordt op het moment van de vernietiging.'

De aangepaste tekst:

'Steyerl reflecteert op beelden en de manieren waarop deze zichtbaar worden en zich verspreiden. De tentoonstelling begint met het werk Strike, waarin Steyerl een lcd tv-scherm aan diggelen slaat. Door het vernietigen van deze fysieke drager van beeldmateriaal, legt ze een link tussen de echte wereld en de digitale wereld.

Zo moet het dus

Dordrechts Museum wordt geprezen om zijn leesbare zaalteksten. Zoals deze bij stillevens:

'Tienduizenden stillevens moeten er in de 17de eeuw zijn gemaakt. Vanwaar die fascinatie? Had het te maken met de perfecte illusie, die net echtheid? Ongetwijfeld, het stilleven prikkelt de zintuigen en je lijkt alles te kunnen pakken. Er zijn verschillende types stilleven: bloemstuk, fruitstuk, visstuk, jachtstuk. Een genre apart is het 'trompe l'óeil' stilleven, met als spectaculair voorbeeld het brievenbord. Oogbedrieglijk echt. Geldt dat ook voor de moderne stillevens in deze zaal?'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden