Column

Moet God nog wel meespreken op het Binnenhof?

Fractievoorzitter van de SGP Kees van der Staaij (R) en Elbert Dijkgraaf. Beeld ANP

Over enkele weken verschijnt er een boek onder de titel 'Hoe God verdween uit de Tweede Kamer'. De theoloog en historicus Eginhard Meijering beschrijft hierin 'de ondergang van de christelijke politiek'.

Ik heb het boek nog niet gelezen, maar het lijdt geen twijfel dat het de nodige discussie zal losmaken, al was het maar vanwege de stelligheid die uit de titel en ondertitel spreekt. Alsof het met de partijen die zich christelijk noemen al afgelopen is. Dat is niet zo. Niettemin, er zijn redenen genoeg het proces van achteruitgang te dramatiseren.

In de eerste plaats omdat de christelijke partijen een sterk stempel hebben gedrukt op de Nederlandse politiek in de 20ste eeuw, in de tweede plaats omdat nog onduidelijk is wat er voor in de plaats zal komen, mochten zij zoals Meijering veronderstelt 'geruisloos verdwijnen'. Wat ten minste kan worden vastgesteld is dat de dominantie van katholieken en protestanten, verenigd in het CDA, niet meer vanzelfsprekend is. In de jaren negentig stonden ze voor het eerst lange tijd buitenspel, maar in het eerste decennium van de 21ste eeuw heroverden ze hun spilpositie. Het bracht de conservatief Heldring in 2009 tot de waarneming dat de christelijke partijen 'meer bestand zijn tegen de nood der tijden dan de partijen wier aardse doelen al grotendeels zijn bereikt'.

Zoals de doodsvoorspellingen telkens weer voorbarig bleken, gold dat nu ook voor Heldrings waarneming. Het CDA verloor bij de verkiezingen van 2010 twintig zetels en niet een van die zetels kwam terecht bij de twee andere christelijke partijen, de ChristenUnie (die zelf een zetel verloor) en de SGP. De uitslag leek een perfecte uitdrukking van het overwegend seculiere karakter van Nederland. Al in de jaren negentig peilde het Sociaal en Cultureel Planbureau dat nog maar twintig procent van de bevolking vond dat God op het Binnenhof moest kunnen meespreken. Dat nu twee van de christelijke partijen ondanks hun geringe getal meer of minder invloed hebben op het regeringsbeleid zou dan ook als een ironie kunnen worden opgevat.

Voor de SGP is het zelfs voor het eerst dat zij een voet in het machtscentrum heeft sinds ze in 1918 werd opgericht om het anti-papisme stem te geven. Vergaande politiek-ideologische conclusies kunnen daar niet aan worden verbonden, in de zin dat op de rechterflank een conservatief-christelijk blok zou ontstaan met de kans op een tweedeling in Nederlandse politiek. Een jaar geleden opperde ik die mogelijkheid, maar de feiten tonen dat de heterogeniteit groter is dan de homogeniteit. Zoals zo vaak is ook deze coalitie er een van redderen, en veeleer de uitdrukking van strategische overwegingen dan van een weloverwogen of zelfs intuïtieve ideologische afslag.

Het kabinet-Rutte past in het beeld van de patstelling waarin de westerse democratieën verkeren nu de opbouw van de materiële welvaart blokkeert en door de globalisering stappen terug nodig zijn. De populistische partijen die deze realiteit ontkennen, doen het goed; de traditionele partijen hebben het moeilijk, omdat zij niet weten welke kant het op moet. Niet alleen het CDA gaat het slecht af, maar ook de PvdA en zelfs de VVD, die lang niet zo groot is geworden als zij tien jaar terug nog verwachtte.

In de op- en neergang van de christen-democratie zit dus ook een conjunctureel element, maar door de secularisatie is de ijzeren voorraad aan kiezers wel structureel slinkend, waardoor de terugval steeds groter wordt. Is dat proces te keren? Vooral de protestanten kijken nog altijd met afgunst en hoop naar de Verenigde Staten, waar de naoorlogse sprong naar welvaart en moderniteit niet gepaard is gegaan met ontkerkelijking en secularisatie. In de jaren zestig, toen deze processen hier in een stroomversnelling raakten, was er in Amerika zelfs sprake van groeiende religiositeit, vooral van evangelische bewegingen. Maar blijven de VS nog lang uit de pas bij Europa?

In het jongste nummer van het blad Foreign Affairs beschrijven de politicologen David Campbell en Robert Putnam op basis van onderzoeken hoe vooral onder jonge Amerikanen de secularisatie de laatste jaren spectaculair toeneemt. Het aandeel van de onkerkelijken was decennialang stabiel tussen de vijf en zeven procent. In de jaren negentig steeg het naar twaalf procent, vorig jaar liep het verder op naar negentien procent. Van de Amerikanen onder de dertig jaar, de millenniumgeneratie, geeft op dit moment een derde op zich niet aan een religie te willen binden.

Deze generatie is niet anders gewend dan dat religie en politiek nauw verknoopt zijn. Dit proces kwam in de jaren tachtig sterk op als reactie op de moderniteit van abortusvrijheid, vrije seks en afwijzing van het gezin. Voor veel twintigers, schrijven Campbell en Putnam, staat religie gelijk aan republikeins, intolerant en homofoob. De wetenschappers trekken hieruit de conclusie dat vermenging van godsdienst en politiek voor beide slecht uitpakt. In de politiek treft dit verschijnsel vooral de Republikeinse partij, die de afgelopen jaren een conservatief-christelijke partij is geworden.

Deze uitkomsten hebben voor de Nederlandse politiek een beperkte betekenis, al lijkt het erop dat het effect dat Campbell en Putnam beschrijven bij de laatste verkiezingen vooral de ChristenUnie parten heeft gespeeld. Door het problematiseren van homoseksualiteit lukte het de partij niet in te breken in de sociale vleugel van het CDA. Van breder belang is het gegeven dat ook in Amerika, vijftig jaar later, de secularisatie lijkt ingezet. Een voorname oorzaak daarvan, het binnenvoeren van God in de politiek, biedt zowel de kerken hier als de christelijke partijen stof tot nadenken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden