Moet een kind meteen onderzocht worden als het even niet mee kan komen?

De zesjarige heeft moeite zich te concentreren op haar schoolwerk. De intern begeleider wil een onderzoek. Maar haar ouders vinden dat te snel. Doen ze hun kind tekort?

Op de crèche viel het meisje al op: ondernemend, bijdehand, een druktemaker. Als kleuter ontstonden er gedragsproblemen en werd zij aangemeld voor 'vroeghulp'. Maar eenmaal op de wachtlijst ging het gedrag juist de goede kant op. Haar ouders zagen hun dochter kalmeren, ze bloeide op, haar drukte werd haar charme, ze kon van de wachtlijst af. Maar nu ze zes jaar is en in groep 3 zit, blijkt ze zich niet zo goed te kunnen concentreren op haar werk. Ze haalt de laagste Citoscores. De juf en haar ouders maken zich geen zorgen: zij is slim genoeg en komt er wel. Maar de intern begeleider van de school denkt daar anders over. Zij wil een onderzoek naar de concentratieproblemen van de zesjarige.

Gemakzuchtig, vinden haar ouders: gaat het even niet goed, doen we een onderzoek en klaar. Terwijl ze weten dat hun dochter nu eenmaal niet gemiddeld is, maar zich op haar eigen wijze er wel doorheen slaat. Is het zó erg als je kind even niet mee kan komen? Verdient het niet wat meer tijd en ruimte om te leren wat leren is? Of doen deze ouders hun dochter juist tekort door haar weg te houden bij onderzoekers met etiketjes?

Een dilemma dat jeugdarts Lucy Smit, voorzitter van Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland, zich goed kan voorstellen. "Helaas eist ons zorgsysteem diagnoses en etiketten, daarmee komt er geld om een kind (tijdelijk) extra te ondersteunen", legt Smit uit. "Maar ik vind wel dat we met z'n allen beter moeten nadenken over hoe lang we die etiketten op kinderen geplakt laten. Een mens is nu eenmaal niet een statisch iets."

De werkelijkheid is helaas anders: eenmaal opgeplakt lijkt een etiket niet verwijderbaar. Dus wat te doen? "Probeer samen met de leerkracht, de intern begeleider (IB'er) en de jeugdarts eerst te analyseren waar de concentratieproblemen vandaan komen, zónder meteen een etiket te plakken, adviseert Smit. "Kijk daarbij breed: ligt de oorzaak in gedrag of is er misschien iets anders aan de hand? En maak dan samen een plan: hoe kunnen we haar de komende tijd helpen? Wat voor rol heeft de juf, de ouder en de IB'er?"

De ontwikkeling van jonge kinderen verloopt grillig, met sprongen in plaats van in een rechte lijn, legt school- en kinderpsycholoog Noëlle Pameijer uit, auteur van het boek 'Samen Sterk: Ouders en School!'. "Onderzoek heeft nu dan ook niet zoveel zin. Ze is nog jong en het gaat er niet zozeer om wat ze heeft, maar om wat ze nodig heeft om met plezier te leren."

Ook Pameijer adviseert een goed gesprek. "Wat maakt het dat het in groep 2 goed ging? Wat heeft dit meisje nodig om zich beter/langer te kunnen concentreren? Misschien wat beweging tussen opdrachtjes door? En om de toetsen beter te maken; wat extra uitleg, kortere opdrachtjes en meer structuur? Als er doelen zijn gesteld, en na meerdere rondes blijkt dat de concentratie nog te zwak is, dan kan er altijd nog onderzoek worden gedaan."

Vergeet ook niet om het kind erbij te betrekken, besluit Pameijer. "Misschien kan het meisje zelf vertellen wat ze nodig heeft om langer aan een opdrachtje te werken. Benut ook die kennis!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden