Moet een journalist privézaken delen met zijn werkgever?

Journaliste Ans Boersma. Beeld ANP

Een kleine week na de uitzetting van journalist Ans Boersma door Turkije, blijft veel onduidelijk over de omstandigheden, en over haar ex-vriend Aziz.

Na een week van speculatie blijkt de woordvoerder van de Turkse president Erdogan het dichtst bij de waarheid te zitten. Nederland heeft geen enkel officieel rechtshulpverzoek bij de Turken ingediend over informatie over correspondent Ans Boersma, maar via de liaison op de Nederlandse ambassade in Ankara slechts gevraagd haar bewegingen in de gaten te houden. Een woordvoerder van het Nederlandse Landelijk Parket bevestigt dat hier géén formeel rechtshulpverzoek aan ten grondslag ligt.

De woordvoerder van Erdogan verwoordde deze gang van zaken begin deze week als volgt: “De Turkse autoriteiten hebben onlangs van de Nederlandse politie vernomen dat mevrouw Boersma banden had met een terroristische organisatie en een verzoek gekregen om informatie te geven over haar verplaatsingen in en buiten uit Turkije.” En: “De deportatie van mevrouw Boersma was op geen enkele wijze gerelateerd aan haar journalistieke activiteiten tijdens haar verblijf in Turkije.”

Geschaduwd

In de tekst vallen twee dingen op. Nederland is in zijn contact met de Turkse overheid dus niet zozeer geïnteresseerd in Boersma’s contacten met haar toenmalige vriend in het verleden. Daarover had zij immers ook zelf een verklaring kunnen afleggen in Nederland. Maar Nederland vroeg Turkije om haar huídige bewegingen in kaart te brengen. Ze moest geschaduwd worden, digitaal of fysiek. En dat in kader van een onderzoek naar een terroristisch groepering.

Zowel Turkije als Nederland verklaren verder dat het onderzoek op geen enkele wijze heeft te maken met haar journalistieke werk. Maar juist die dubbele ontkenning onderstreept de dunne lijn waarover Justitie thans loopt. Kun je juist aan een land als Turkije (dat het niet zo nauw neemt met de persvrijheid) vragen om een Nederlandse journalist in de gaten te houden?

Volgens Nederlandse juristen zal Nederland in de internationale samenwerking niet snel tegen wettelijke grenzen aanlopen. Volgens universitair hoofddocent straf- en procesrecht Pim Geelhoed van de Rijksuniversiteit Groningen is Turkije aangesloten bij het Europees Rechtshulp Verdrag (ERV). Dat regelt vooral de uitvoering rechtshulpverzoeken, niet zozeer de grond waarop dat gebeurt. 

Geelhoed: “Er is amper een drempel. Op diefstal staat al een maximumstraf van vier jaar, maar als in het verzoek het woord terrorisme voorkomt, staat niets samenwerking tussen Europese landen in de weg.” 

Vlieger gaat niet op

Dan is er nog wel het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarmee rekening moet worden gehouden, aldus strafrechtadvocaat Caroline de Sitter, gespecialiseerd in rechtshulpverzoeken. “Dat speelt als landen waarmee samengewerkt wordt geen humane detentie kennen, maar door de uitzetting van Boersma naar Nederland gaat die vlieger niet op.”

In de zaak Boersma speelt dat rechtshulpverzoek geen rol, eerder is er sprake van uitwisselen van informatie door politie- of inlichtingendiensten. Die uitwisseling kent nog minder voorwaarden. Dat gebeurt volgens de deskundigen op alle gebied, overal, en voortdurend. Zeker als er vermeende terreur in het spel is, kruipen de diensten dicht tegen elkaar aan, en wisselen voortdurend gegevens uit.

Moet een journalist privézaken delen met zijn werkgever?

Nadat bleek dat ze Turkije zou worden uitgezet, zegde Het Financieele Dagblad (FD) journalist Ans Boersma vorige week de wacht aan. Als reden voert de krant aan dat de freelance correspondent het FD onder meer heeft nagelaten te vertellen over haar Syrische ex-partner, die in Nederland is aangehouden op verdenking van deelname aan de terreurorganisatie Jabhat al-Nusra. Is dat fair?

Marcel Broersma, hoogleraar journalistieke cultuur en media aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt van wel. “In het algemeen zijn journalisten natuurlijk niet verplicht om werkgevers over hun privélevens te vertellen. De meeste hoofdredacteuren zullen geen idee hebben van de relaties van hun verslaggevers, laat staan van hun exen. En waarmee journalisten zich in hun vrije tijd bezighouden, gaat het hoofd van de krant ook niks aan.”

Maar er zijn uitzonderingen, bepaalde ongeschreven ethische regels die de journalistieke onafhankelijkheid moeten waarborgen. “Als een beursjournalist aandelen in bepaalde bedrijven bezit, kan ik me voorstellen dat een hoofdredacteur dat wil weten. Net als wanneer een politiek verslaggever een familielid heeft in hoge criminele kringen. Of in het geval van Boersma.” Zodra een privézaak relevant is voor de uitoefening van het beroep, stelt Broersma, moeten journalisten die delen met hun werkgever.

Hoofdredacteur van NOS Nieuws Marcel Gelauff is het met zijn naamgenoot eens. “Een extreem voorbeeld: je bent getrouwd met een burgemeester en wilt politiek duider worden. Dan hoeft het een het ander nog niet eens te beïnvloeden, maar alleen al de suggestie dat het je werk zou kunnen kleuren, is voldoende om het te moeten aankaarten.” Maar in het geval van Boersma ging het niet om een echtgenoot, maar om een ex-geliefde. Waar ligt de grens? Gelauff : “Daar kan ik geen uitspraak over doen.” 

Het verschilt per geval, vindt ook Marcel Broersma. “Maar Boersma had er hoe dan ook goed aan gedaan het FD in te lichten. Al helemaal toen ze zag dat er rumoer ontstond en hij werd gearresteerd. Wel kan ik me indenken dat haar positie als freelancer van invloed is geweest op haar keuze. Ze kan gedacht hebben: brengt dit mijn inkomen in gevaar? Aan de andere kant is die man niet haar huidige partner, maar haar ex. Dat zou het zelfs iets makkelijker moeten maken om te delen. Misschien had ze bij openheid voor de krant kunnen blijven werken.” 

Broersma én Gelauff vinden dat de verantwoordelijkheid voor het delen van mogelijk relevante privé-informatie altijd bij de journalist ligt. Broersma: “De hoofdredacteur weet immers niet met wie jij omgaat. Gebruik je gezonde verstand. Bij twijfel is het slim de zaak aan te kaarten.”

Aziz zit vast in Vught

De uit Raqqa afkomstige Abdelaziz H. (Aziz), alias de ‘Balie-jihadi’, nam volgens de veiligheidsdiensten deel aan de gewapende strijd in Syrië. Hij zou deel hebben uitgemaakt van de terroristische organisatie Jabat al-Nusra. Uit het strafrechtelijk onderzoek blijkt dat hij mogelijk ook betrokken was bij aanslagen met vele dodelijke slachtoffers. Na zijn aanhouding in oktober 2018 is zijn woning in Amsterdam doorzocht waarbij digitale en financiële gegevens in beslag zijn genomen. Ook zijn reisdocumenten gingen voor onderzoek mee. In september 2017 herkenden bezoekers van het Amsterdamse debatcentrum De Balie de man als IS-strijder. Hij bekeek daar in het publiek de documentaire City of Ghosts, over de gevolgen van de Syrische burgeroorlog voor de stad Raqqa. Sinds zijn arrestatie verblijft Aziz op de terroristenafdeling van de zwaar beveiligde strafinrichting te Vught.  Hij moet op 12 februari voor de rechter verschijnen.

Lees ook:

Ans Boersma: ‘Ik pak ze allemaal terug’

Van journalist werd ze van de ene op de andere dag verdachte in een terrorismezaak. Ans Boersma, tot voor kort Turkije-correspondent van het Financieele Dagblad, doet haar verhaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden