Moet de kerk haar liturgie meer door MTV laten stempelen?

ZEIST - Toen men tachtig jaar geleden de katholieke kerkmuziekschool dreigde op te richten in Tilburg wees de beoogde pater-directeur dr. Caecilianus Huigens dat pertinent af. Want: “Sinds de fabrieken in die stad zijn gekomen verdween het natuurlijke onder het volk. Een onmuzikalere stad dan Tilburg is er in ons land niet.” De Bossche bisschop Diepen was pijnlijk getroffen: “En ze hebben nog wel zunne sjoone harmonie.”

Deze anekdote bracht dr. Anton Vernooij gisteren in herinnering toen hij in Tilburg zijn bijzondere leerstoel liturgische muziek aanvaardde. Vernooij (57) is rk priester en musicus; van dichtbij maakte hij de grote veranderingen mee in de liturgie en de katholieke kerkmuziek. Ongeveer de helft van zijn leven was Vernooij als docent verbonden aan het Nederlands instituut voor kerkmuziek, dat dus niet in het onmuzikale Tilburg, maar in Utrecht is gekomen en daar inmiddels afgekalfd tot een kleine onderafdeling van de Hogeschool voor de kunsten. Nu bezet hij voor vijf jaar de nieuwe leerstoel van de Sint Gregoriusvereniging aan het Liturgisch Instituut in Tilburg, verbonden aan de theologische faculteit.

“Ik zal de Heer hoog prijzen, als ik studenten zover krijg dat zij naast hun wetenschappelijke studie serieus een muziekinstrument leren bespelen, fluit bijvoorbeeld,” hield Vernooij zijn gehoor gisteren voor. Maar in zijn flat in Zeist maakt hij duidelijk dat het hem er absoluut niet om gaat aanstaande pastoraal werkenden op te kweken tot vrome rattenvangers van Hamelen, die met flemend fluitspel de mensen weer terug de kerk inlokken.

Vernooij toont trouwens opvallende onthechting als het gaat om alles wat er in de laatste dertig jaar in zijn kerk is veranderd en verdwenen. “Vroeger ergerde ik mij aan de teloorgang, nu verwonder ik mij vooral dat alles zolang is blijven bestaan.” Terugloop van kerkbezoek, niet meer biechten, de lege kloosters: het moet in deze tijd kennelijk zo wezen, denkt hij en hij schudt meewarig het hoofd over vergeefse moeite het tij te keren, zoals bisschoppen die op last van de paus de biecht weer willen invoeren. Dat komt als de tijd er rijp voor is en anders komt het niet, gelooft hij stellig.

Waarom dan toch een fluitspelende pastor? Vernooij ziet het als zijn opdracht zijn studenten te leren muzisch te denken. In hun studie leren ze vooral te denken met en vanuit teksten, maar er is meer en zeker in de liturgie is er meer. Er is klank, toonhoogte, harmonie, ritme, dynamiek, contactmiddelen waarin iets van het onzegbare valt te zeggen en te horen. Daarover wil Vernooij zijn studenten wijzer maken; een goed begin (wel in hun eigen tijd) zou zijn dat zij aan den lijve, met hun adem in zang- of fluitles leren ervaren wat de muze met je doet.

Maar Vernooijs opdracht behelst naast onderwijs ook onderzoek. Daarin zal hij zich profileren als man van wetenschap, niet als iemand die praktische oplossingen zoekt om de kerk weer vol te krijgen. Hij spreekt van een antropologische benadering van liturgische muziek, de betekenis die mensen hechten aan de muziek in het 'kunstwerk liturgie'. Dat is een spel van niet-voorgegeven betekenissen, van wisselwerking tussen uitvoerders en luisteraars, afhankelijk van gemeenschap en conventies en aan verandering onderhevig. “Het gaat mij dus niet om de liturgie, maar om de mensen die liturgie vieren: wat doet de muziek met hen daar? Daar wil ik de vinger achter.”

Vernooij wijst op de grote verschuiving in onze muziekcultuur. Mensen zingen en spelen niet, maar muziek is als een product altijd om hen heen en ze horen - onachtzaam. Voor jongeren doen tekst en melodie niet meer ter zake, maar gaat het alleen nog om de juiste beat. Videoclips mogen niet langer dan drie minuten duren, dan moet er iets anders komen - snel, suggestief, fantasievol, flitsend. Voor liturgisch musicus en de muziek-liturgist Vernooij een heerlijk uitgangspunt voor antropologische analyse van liturgie. “Wat gebeurt er als die innerlijke wekker van drie minuten wordt overschreden met meer van hetzelfde?

Opnieuw ziet hij het niet als zijn taak om te bedenken of en in hoeverre de kerk haar liturgie meer door MTV moet laten stempelen. Er moet van hem niks en verbieden wil hij ook weinig. Maar hij wil graag onderzoeken hoe het kunstwerk liturgie zich verhoudt tot mensen in onze 'oraal-auditieve' cultuur. In de kerk moet je stilzitten (denkt men), maar we wiegen met ons hele lijf met onze walkman mee en gaan collectief uit ons dak in de disco. Allemaal stof voor Vernooij bij het denken over liturgie en lichamelijkheid, liturgie en emotie, om niet te zeggen sensualiteit. “Er is in de kerk een eeuwenoude huiver voor de sensualiteit van Vrouwe Musica; ik wil laten zien dat liturgie een en al emotie is,” zegt hij.

In zijn rede ging Vernooij nog een stap verder. Er is een 'buitenkerkelijke ritualiteit' deze kan wel eens bepalend zijn voor ritueel gedrag van een kerkgemeenschap. Vernooij heeft onder meer moeten denken aan de opening destijds van Ajax' Arena in Amsterdam - een en al liturgie, compleet met zang en voorgangster en liturgische kleuren, gewaden, theater. Priesteres-van-dienst Trijntje Oosterhuis mocht dan als priester-dochter van huis uit iets hebben meegekregen, het was onwaarschijnlijk dat de schare zijn onmiskenbare gevoel voor dit ritueel in kerkelijk verband had opgedaan. Voer voor liturgische antropologie.

Menig pastoor of dominee weet hoe moeilijk het is om het iedereen naar de zin te maken en de schapen bijeen te houden, of elkaars muzikale smaak te ontzien en te gedogen. Vernooij weet het als vaste zondags-assistent in de parochie van Hooglanderveen. Voor de pastor zijn zulke tegenstellingen een kopzorg, maar voor het onderzoek van Vernooij zijn ze bovenal ontzettend interessant.

Bij zijn eerste college in 's lands meest onmuzikale stad tekende Vernooij vijf horizontale lijnen op het bord, een G-sleutel en op de juiste plekken noten: G-A-G-E G-A-G-E D-D-B. “Wat staat hier?” Niemand. Hij pingelde het op de piano. Oh ja: 'Stille nacht...' Muzikaal voorstellingsvermogen nul, stelde hij vast, maar ook dat is dan voor hem een nuchter gegeven. Een organist die kreupelend het Gloria begeleidt? Vernooij zal hem niet van het bankje duwen, hij is geboeid door de vraag wat zulk geklungel voor mensen betekent, wat hen in godsnaam beweegt dat ze er vrede mee hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden