Moerads ontvoering was er eentje te veel

Leger Algerije laat islamisten in regio Kabylië bewust onrust zaaien, zegt Berberbevolking

Van Moerad Bilek ontbreekt nog steeds ieder spoor. De stemming onder de Algerijnse dorpsoudsten is er niet minder strijdbaar om. Tegelijk moeten ze vaststellen dat, zoals Belkacem Bilek het formuleert, "de grenzen van wat we met normale middelen kunnen uitrichten zijn bereikt".

Belkacem is de oudere broer van Moerad, een 18-jarige jongen die op 11 mei werd ontvoerd. Trefzeker en schijnbaar onaangedaan leidt Belkacem de bijeenkomst in het zaaltje van Aït Aissi, een stadje hoog in de onherbergzame streek Kabylië, zo'n 130 kilometer ten oosten van de Algerijnse hoofdstad Algiers. De ontvoering van Moerad staat niet op zichzelf. De afgelopen vijf jaar trof 64 bewoners van de streek hetzelfde lot. De meesten kwamen na betaling van een flinke zak losgeld met de schrik vrij.

Wie er achter de ontvoeringen zit, valt niet met zekerheid te zeggen. Volgens sommigen zijn het islamistische groeperingen die er hun gewapende strijd mee financieren. Naar verluidt houdt Abdelmalek Droekdel, de leider van Al-Kaida in de Islamitische Maghreb, zich in Kabylië schuil. Anderen houden het op ordinair banditisme.

Hoe dan ook: voor de lokale Berberbevolking was de ontvoering van Moerad er eentje te veel. Een brede protestbeweging kwam op gang. Bewoners van provinciehoofdstad Tizi Oezoe besloten uit solidariteit een dag te 'staken'. Winkelluiken bleven dicht; het openbare leven kwam tot stilstand. Maar behalve veel media-aandacht leverden de acties weinig concreets op.

Daarom beraden Belkacem en de dertig (mannelijke) aanwezigen zich nu op alternatieve mogelijkheden. Een 'bezoekje' aan de moeder van de vermoedelijke dader bijvoorbeeld. "We hebben geen keus", zegt Berniche Hajoeni na afloop van het crisisberaad. De burgemeester van Aït Aissi wijst erop dat zaken van openbare orde en veiligheid sinds de burgeroorlog van de jaren negentig onder verantwoordelijkheid van het centrale gezag in Algiers vallen. "Maar dat verroert geen vin."

In die opvatting staat Hajoeni niet alleen. Wanneer de bewoners van Tizi Oezoe hun stad een dag plat gooien, dan doen zij dat om een vuist te maken naar de ontvoerders van Moerad, maar geven zij tegelijk ook een signaal af aan de Algerijnse overheid. Volgens Salah, een zakenman van begin veertig, vinden zij dat die te weinig doet om de veiligheid van de Kabyliërs te waarborgen. "Kabylië is altijd een opstandige streek geweest", zegt hij terwijl hij zijn pick-up truck over de slingerende bergweg stuurt. "De overheid laat ons moedwillig verrotten. Zo proberen ze ons klein te krijgen."

Masin Ferkal onderschrijft dat. "Neem nou die islamisten die zich in Kabylië verschuilen. Oké, het terrein leent zich daarvoor. Maar tegelijk heeft het leger overal kazernes in het gebied en beschikt het over een uitstekend geïnformeerde veiligheidsdienst." Toch gebeurt er niets, zegt Ferkal, die een in Frankrijk gebaseerde organisatie (Tamazagh) leidt die zich sterk maakt voor de belangen van Berbers in Noord-Afrika. "Als het leger er serieus werk van zou maken, hebben ze die islamisten binnen de kortste keren opgerold."

Dat dit niet gebeurt, vloeit volgens Ferkal voort uit het feit dat de bewoners van Kabylië zich traditioneel sterk maken voor het behoud van hun Berber-identiteit. "Daar moeten de Arabieren in Algiers niets van hebben. Een kans om de regio te destabiliseren laten ze zich dan ook niet ontgaan, want het verzwakt tegelijk de strijdbaarheid van de bevolking."

Berbers strijden al jaren voor erkenning
De animositeit tussen de Berberbevolking van Kabylië en het staatsgezag in Algiers is niet van vandaag of gisteren. "Ze gaat terug tot de onafhankelijkheid van Algerije in 1962, toen de regio zich opwierp als democratisch bastion tegen het autoritaire regime in de hoofdstad", zegt Salim Chaker, een aan het Parijse onderzoeksinstituut Inalco verbonden hoogleraar Berberse taal en cultuur.

Drie thema's keren sindsdien telkens terug: verzet tegen de repressie, de eis tot erkenning van de Berberse taal en de roep om sociaal-economische steunmaatregelen. In 2001 werd een volksopstand in Kabylië hard neergeslagen door het leger. Tijdens deze 'Zwarte Lente' kwamen 125 mensen om en raakten er zo'n 5.000 gewond.

Het jaar daarop werd het Berbers weliswaar als 'nationale taal' erkend, maar volgens Chaker was dat louter een politieke manoeuvre zonder enige werkelijke impact. "Het onderwijs van het Berbers is nog steeds marginaal; Arabisch is de enig officiële taal." Het aantal Berbers in Algerije wordt geschat op 25-35 procent van de bevolking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden