Moeilijke herbieding

Een moeilijk onderwerp om bij verenigingen te behandelen is altijd reverse bieden. Hoewel iedere bridger ervan gehoord heeft, is het nog niet zo makkelijk om te vertellen wat het inhoudt en wat de consequenties zijn. Hoe zou uw definitie luiden?

Een mooie is: een reverse is een herbieding op 2-niveau (zonder sprong) in een nieuwe kleur die door partner is overgeslagen. Maar ook deze is prima: een herbieding in een nieuwe kleur op 2-niveau (zonder sprong) boven de openingskleur. Tot slot zou je ook het volgende kunnen stellen: een herbieding waarbij partner op 3-niveau moet bieden als hij wil corrigeren naar de eerste kleur van de openaar.

Wat mij betreft zijn alle drie de definities bruikbaar, maar Theo Holtwijk, een begrip in Eindhoven en omstreken, is een purist en vindt de laatste de meest bruikbare.

De laatste definitie is in ieder geval de reden dat een reversebod extra kracht aan moet geven – je komt anders te snel te hoog (3-niveau). Een voorbeeld:

Het eerste bod, 2, is niet reverse, en geeft dus geen extra kracht aan. Het belooft minimaal een vijfkaart ruiten en minimaal een vierkaart klaveren en 12-16 punten.

Het tweede bod, 2, is wel reverse en belooft extra kracht (16-20, ronde forcing) alsmede minimaal een vijfkaart ruiten en minimaal een vierkaart harten.

Een interessante vraag is waar de term reverse op slaat. Letterlijk betekent het iets als omgekeerd, maar Sint/Schipperheyn vertalen in hun boekjes reverse eerder als oneconomisch of oneconomische volgorde. Als u naar de derde definitie kijkt, begrijpt u waarom. Holtwijk merkt in zijn boekje ’Theo Holtwijk in bijna 15 jaar docenten wijzer’ (een uitgave van de Vereniging van Bridge Docenten) op dat dit ook niet helemaal de lading dekt, als je naar reverse bieden van de antwoordende hand kijkt:

Of je het 2-bod nu reverse noemt of niet, het is wel sterk en ook economisch! Tot zover de definitiekwestie.

Het grootste probleem is in de praktijk: wat te doen als je wel de verdeling van een reverse hebt, maar niet de kracht? Je moet dan de natuurlijke neiging om je tweede kleur te bieden onderdrukken, en iets anders verzinnen. Globaal zijn er drie mogelijkheden. Even een paar voorbeeldhanden:

Elk van deze drie handen bevat 13 honneurpunten (twee azen, twee vrouwen en een boer), derhalve zal er geen enkele bridger moeite mee hebben om 1 te openen. Maar wat als partner nu 1 antwoordt? Hoe ga je dan verder?

Voor 2, een reverse, zijn alle drie de handen (veel) te zwak, dus het wordt improviseren.

Met hand a) zou ik 1SA herbieden; dat doe je liever niet met een singleton, maar het is de minste leugen. Met hand b) zou ik kiezen voor 2 (belooft eigenlijk een zeskaart ruiten). Met hand c) zou ik 2 bieden (belooft eigenlijk een vierkaart).

Misschien is het uw pakkie-an niet, maar kijkt u wat er gebeurde op dit oefenspel (zie diagram 1 ). Zuid had hier hand c). Aan de eerste tafel opende zuid met 1 en herbood, na 1 van noord, argeloos 2. Noord kon niet anders doen dan 2SA bieden, waarop iedereen paste. Oost kwam uit met klaveren voor de aas van west en speelde V na. Hierna maakte de verdediging vier klaverenslagen, een schoppen-, een harten- en een ruitenslag, twee down. Geen fraai resultaat voor NZ.

Aan de tweede tafel meende west een doublet te moeten geven op de 1-opening van zuid, waarna het eindigde in 2 te spelen door oost. Dat ging kansloos één down (NZ maakten twee schoppenslagen, A, A, H en een aftroever in de ruiten), +50, een redelijk resultaat voor NZ. Het beste resultaat voor NZ werd aan de derde tafel bereikt. Hier opende zuid 1, OW pasten, noord 1, zuid 2! Daar bleef het bij. Weliswaar in de 4-3 fit, maar ondanks dat is het zelfs met glazen kaarten niet down te spelen, +110 voor NZ.

Het volgende spel zorgde ook voor veel problemen (zie diagram 2).

Noord zat een beetje klem – hoe moest hij verder na het reverse 2-bod van zuid? Hij besloot tot het niet onredelijke bod van 3SA. Oost kwam uit met een kleine klaveren voor boer en heer. Een kleine klaveren na, die liep naar de aas. Er zijn pas acht slagen. Toen de leider uit armoede maar een hartensnit probeerde, ging hij zelfs twee down, west kwam aan slag met V en kon klaveren naspelen voor de vrouw van oost, gevolgd door twee vrije klaveren en A.

Het had beter gekund. Om met 10-derde zelf 3SA te bieden, is nogal link, want partner kan best een doubleton hebben in klaveren met de vrouw of de boer, en dan is 3SA bij een klaverenuitkomst al in groot gevaar. Noord had hier mooi 3, vierde kleur, kunnen bieden. Hierna zal zuid wel 3SA bieden. „Dan wordt het alsnog 3SA, dus wat maakt het uit?”, hoor ik u zeggen.

De grap is dat als west uitkomt met klaveren, de leider altijd een dubbele klaverenstop heeft. Als zuid dus maar leider wordt in 3SA, is het contract niet te verbranden. Zo ziet u maar weer hoe belangrijk het is dat het spel vanuit de juiste hand gespeeld wordt.

Zuid gever, niemand kwetsbaar

HB75

B76

104

H742

963

H1082

H96

AV10

A104

95

V83

B9653

V82

AV43

AB752

8

Zuid gever, allen kwetsbaar

H9652

A43

H3

1076

V1087

V1086

65

H54

A4

75

10972

V9832

B3

HB92

AVB84

AB

Diagram 1

Diagram 2

Diagram 3

Diagram 4

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden