MOEILIJK LERENDE KINDEREN

De scholen voor voortgezet onderwijs aan moeilijk lerende kinderen (MLK) gaan verdwijnen. Het worden 'scholen voor praktijkonderwijs' die de leerlingen direct gaan klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Maar voor het 1 augustus 1998 is, moet nog veel worden uitgezocht. Hoe moet het onderwijs worden ingericht en: werkt de arbeidsmarkt wel mee?

De lessen arbeidstraining zijn bedoeld om leerlingen te laten kennismaken met arbeidsdiscipline. Een paar uur achter elkaar aan de gang blijven, geen fouten maken, geconcentreerd blijven, dat is voor leerlingen in het voortgezet MLK-onderwijs een hele opgave. Maar om een goede stage te kunnen doen en later een baan te kunnen krijgen en te houden, is het noodzakelijk. Vandaar dat de Hofstede sinds dit schooljaar speciale lessen arbeidstraining heeft opgezet. Die zijn bedoeld voor de vierde klas, het stage-voorbereidende jaar. Het hele vijfde jaar lopen de leerlingen stage in een bedrijf.

De leerlingen hebben erg aan de lessen arbeidstraining moeten wennen. Badar (16): “In het begin vond ik er geen bal aan. Maar na een tijdje werd het wel interessanter. Het lijkt heel makkelijk werk, je moet schroefjes indraaien enzo, maar het is heel vermoeiend. Je moet goed opletten. Je kan wel praten, maar je mag geen fouten maken en je moet doorgaan. Ik heb er veel van geleerd. Dat je zelfstandig moet werken en dat je anderen moet helpen.”

De leerlingen vinden het idee dat ze later in dit soort banen terecht komen, niet allemaal even aantrekkelijk. Chris (16) moet er ronduit niet aan denken. “Je doet steeds hetzelfde. Boutjes indraaien, dozen inpakken, stickers plakken. Dat vind ik niet leuk. Ik wil liever bij een technisch onderhoudsbedrijf werken waar je ramen kan plaatsen enzo.” Maar Badar is een realist. “Wij zitten op een laag niveau. Dan kan je niet alles, dus is het moeilijk om een baan te vinden. Maar je moet toch werken. Dus als ik een baan kan vinden waar je dit soort werk doet, dan ben ik daar best tevreden mee.”

Een baan voor elke leerling, dat is het doel dat de Hofstedeschool voor ogen heeft. Vandaar dat de school zich met overgave in het stedelijke project 'arbeidsmarktgerichte leerweg' heeft gestort. Het project moet duidelijk maken voor wie de arbeidsmarktgerichte leerweg geschikt is en wat er voor nodig is het tot een succes te maken. Hetzelfde gebeurt in nog drie andere steden, op verzoek van het ministerie van onderwijs. De gebundelde ervaringen zullen worden omgezet in een wet, die erop gericht is dat de speciale scholen voor voortgezet MLK-onderwijs, kinderen met leer- en opvoedingsproblemen (LOM) en zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK), tot het reguliere onderwijs gaan behoren. Een soort 'Weer samen naar school' voor het voortgezet onderwijs, dus. Op 1 augustus 1998 wordt de wet van kracht.

Scholen voor moeilijk lerende kinderen zijn er altijd al op gericht geweest leerlingen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Dat is op zichzelf niets nieuws. Wel nieuw is de inbedding van dat streven in een onderwijsprogramma. Nu wordt er, als het zo uitkomt, in een les Nederlands geoefend in het schrijven van een curriculum vitae. In de toekomst moet deze oefening een onderdeel worden van een samenhangend arbeidsmarktgericht leerstofplan, dat zo is opgebouwd dat de leerlingen alles leren wat voor het werknemerschap nodig is. De lessen arbeidstraining, waar de school vroeger geen afgeleide van had, horen daar ook bij.

H. Mulder, directeur van de Hofstede, heeft meer voorbeelden. “We willen de lessen taal, rekenen en schrijven, in totaal zes uur per week, in de vierde klas gaan omzetten in praktische vaardigheidstraining. Dan worden die uren benut om giraal te leren betalen, met geld om te leren gaan en sollicitatiebrieven te leren schrijven. De leerlingen moeten hun persoonsgegevens, naam en adres, foutloos kunnen schrijven. Dat klinkt raar, maar het niveau van MLK-leerlingen zit zo op groep 4, 5, 6 van de basisschool. Foutloos adresgegevens schrijven is voor deze leerlingen niet altijd vanzelfsprekend. Dat is voor de meeste mensen en dus ook voor werkgevers, moeilijk voorstelbaar. Om aan werk te komen is het dus uiterst belangrijk dat ze dat wel kunnen.”

Een ander voorbeeld is dat bedrijfsstages moeten passen bij de mogelijkheden van een leerling. Dus niet zomaar een weekje sfeer proeven, nee, het moet om werk gaan dat een leerling later zou kunnen doen. Pas dan is het een echte oriëntatie en kan de leerling zijn ervaring gebruiken om een keuze voor een bepaalde bedrijfstak te maken. Als de stage tenminste degelijk wordt voorbereid en achteraf grondig wordt geëvalueerd. Ook daar moet het onderwijsprogramma dus in voorzien.

De arbeidsmarktgerichte leerweg is eveneens bedoeld voor leerlingen in het individueel voorbereidend beroepsonderwijs (IVBO), die niet in staat zijn een diploma op het laagste niveau te halen. En voor leerlingen op scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) voor wie een diploma een stap te ver is. Alle andere leerlingen, ook al hebben ze leer- of opvoedingsproblemen, zijn in de toekomst aangewezen op VBO en mavo. Daar wordt een zogenaamde 'hulpstructuur' met extra begeleiding, zodat de leerlingen van de juiste zorg kunnen worden voorzien.

In de arbeidsmarktgerichte leerweg kunnen moeilijk lerende MLK'ers en moeilijk opvoedbare ZMOK'ers niet bij elkaar in de klas worden gezet, vindt Mulder. “Dat is pedagogische zelfmoord.” Een ZMOK-leerling moet heel anders worden aangepakt dan een MLK'er. In het algemeen is een MLK-leerling rustig en introvert en moet worden gestimuleerd zich te uiten. Een ZMOK-leerling is juist heel expressief, soms ook agressief en dat moet in banen worden geleid. Vandaar dat de klassen op een ZMOK-school niet meer dan acht leerlingen tellen, terwijl een klas MLK'ers rustig veertien leerlingen groot kan zijn.

Ook vindt Mulder dat de arbeidsmarktgerichte leerweg niet open mag staan voor kinderen van scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK), zoals leerlingen met het Down-syndroom. “Bedrijven nemen deze leerlingen hooguit aan uit sociale overwegingen, maar niet omdat ze er echt wat aan hebben. Ik vind dat de arbeidsmarktgerichte leerweg wel dat positieve imago moet krijgen.”

Of Mulder zijn zin krijgt hangt af van twee partijen, vertelt beleidsmedewerker A. M. Klinkhamer die vanuit de gemeente Den Haag het project begeleidt. Er komt een regionaal bestuur, waarin alle scholen voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in vertegenwoordigd zijn. Dat bestuur wordt verantwoordelijk voor de besteding van al het extra geld dat scholen nu nog rechtstreeks krijgen voor kinderen met problemen. De tweede partij is de gemeente, die beslist welke school een arbeidsmarktgerichte leerweg mag beginnen.

Sinds augustus vorig jaar, toen de ministerraad instemde met de verbouwing van het voortgezet speciaal onderwijs, is de arbeidsmarktgerichte leerweg omgedoopt tot 'praktijkonderwijs'. Volgens Klinkhamer “om te voorkomen dat leerlingen denken dat een baan gegarandeerd is”. Want dat is niet zo. Om toch zoveel mogelijk leerlingen aan werk te helpen is het van belang dat er niet te véél leerlingen in het praktijkonderwijs worden geplaatst, zo waarschuwt A. van der Horst van Christelijk pedagogisch studiecentrum, die het project begeleidt. Wie ook maar even kan, moet een diploma halen en verder leren. De komende jaren zijn in de regio Den Haag 2 060 arbeidsplaatsen op een laag niveau beschikbaar, deels parttime en deels tijdelijk, in onder andere de schoonmaak, de horeca, de bouwnijverheid en het onderwijs. En er zullen zo'n 1200 tot 2 000 MLK'ers zijn die werk zoeken. In theorie sluiten vraag en aanbod dus redelijk op elkaar aan. Maar er moet rekening worden gehouden met concurrentie van andere schoolverlaters, aldus Van der Horst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden