Moedige drager van lijden

Kees Lambers 1945-2017

ROB VELTHUIS

Flauwekul, dat was zijn stopwoord. Als scherpzinnig jurist keek hij dwars door onzin heen, dan kwam met die vaststelling een spottende grijns op zijn lippen. Persoonlijke sores kon hij er tot op het bot mee relativeren. Zeker tijdens het halve leven waarin zijn ziekte hem uitdaagde tot het nemen van steeds grotere hindernissen.

Kees Lambers liet zich niet temmen, hij bleef joviaal zijn dingen doen, tot ze echt niet meer konden. En zelfs dan: amper in staat zichzelf nog voort te bewegen, liet hij zich op een paard hijsen. Tijdens het rijden worden vanzelf de spieren geactiveerd, had hij in een documentaire gezien. Eens gleed hij machteloos weg en hing lachend ondersteboven onder het paard.

Mensen bewonderden hem om dat doorzettingsvermogen, zijn wil om het maximale uit het leven te halen. Dat hij ondanks tegenslagen nooit zijn positieve kijk op het leven verloor en onverminderd betrokken bleef bij alles wat hem in de maatschappij bezighield. Als een waardevolle les in het moedig dragen van lijden.

Zijn vrouw Ineke was in 1982 door de leden van hun partij D66 als lijsttrekker voorgedragen toen bij Kees multiple sclerose werd vastgesteld. Met de hem kenmerkende jongensachtige branie reageerde hij zich af met de aankoop van de droomauto uit zijn jeugd, een 'tiendehands' Jaguar. De flauwekul daarvan zag hij in toen een paar maanden later de knalpot er onderuit viel en een nieuwe 2000 gulden bleek te kosten.

Tot dan had het leven hem toegelachen. Hij nam met zijn verbeeldingskracht mensen voor zich in en ontpopte zich al vroeg als een natuurlijke leider. Kees realiseerde zich goed dat hij de kwaliteiten had om veel te bereiken. Over wat hij uiteindelijk bereikte, was hij bescheiden. Dat hij als jonge jurist met hersenen de kans kreeg om vorm te geven aan het milieurecht in Nederland, beschouwde hij als een gift. Op het eerste boek dat hij over dat onderwerp schreef hoefde hij niet trots te zijn, het was een vanzelfsprekendheid.

Jeugd in de haven

Kees was als zoon van een hoogleraar economie in Rotterdam in de nabijheid van de havens opgegroeid. In die omgeving raakte hij via de zeeverkenners verslingerd aan zeilen. Bij zijn grootmoeder in Zwartewaal leerde hij de natuur van het platteland waarderen. En in Leiden vond hij in Ineke Hacquebard niet alleen een medestudent rechten, maar vooral een gelijkgezinde op gebied van mensenrechten, milieu en de opvatting dat gemeenschapsbelang boven individueel belang gaat.

Zijn idealisme kreeg hij van huis uit mee. Zijn ouders waren sterke, opgewekte mensen die midden in het leven stonden. Het waren in Rotterdam de naoorlogse jaren van de wederopbouw. Opgestroopte mouwen en een positieve levensinstelling waren sterke motieven in zijn jeugd. Die vonden in de idealistische geest van de jaren zestig en zeventig een vruchtbare voedingsbodem.

De zorg om het milieu was een nieuw, sterk groeiend begrip. Samen met Ineke ging hij daar ambitieus mee aan de slag. Kees uiteindelijk als hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ineke onder andere als staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne in de kabinetten Van Agt II en III.

Kees was in die laatste periode gestopt als voorzitter van de Landelijke Vereniging tot behoud van de Waddenzee om te werken aan zijn proefschrift over de effectiviteit van de milieuwetgeving. Dat gaf thuis discussies op het scherpst van de snede, met aan de ene kant zijn recht, en aan de andere haar politiek met de noodzakelijke compromissen.

Kees onderzocht met de Milieu Effect Rapportage (MER) de gevolgen voor het milieu na ingrepen van de mens. Daarmee nam hij het nieuwe wetsontwerp van zijn vrouw verbaal onder vuur. Hij zou in milieukwesties nooit letterlijk de wapens opnemen, daarvoor ging de democratie hem te zeer aan het hart.

Wel maakte hij zich zorgen over de verregaande individualisering van de maatschappij en de desastreuze gevolgen daarvan voor het milieu. En over convenanten tussen overheden en bedrijfsleven. Daar kwam dat spottende 'flauwekul' boven: wat heb je aan afspraken die niet bindend zijn? Formuleer goede basisnormen, sprak hij in zijn oratie, en leg die bij wet vast.

Al kende hij slechte wetten. Daarvan was de Deltawet zoals die na de overstromingen van de grote rivieren door de Kamer was gejaagd de slechtste. Kees noemde het uit democratisch oogpunt een aanfluiting dat provinciebesturen alle wetten en voorschriften mochten negeren in het belang van de aanleg en verhoging van dijken.

Nog voordat de officiële toezegging van zijn baan aan de Rijksuniversiteit Groningen binnen was, hadden Kees en Ineke een boerderij in Opende gekocht. Ook dat hoorde bij de tijdgeest, naar het platteland trekken en zo'n krakkemikkig pand opknappen.

Ze woonden op een idyllische plek omringd door honden, katten, een bok, wat lammeren, een moestuin, bloemen en een kleine boomgaard. De woning lag aan een weg eindigend in een zandpad met de toepasselijke naam Ontginningsweg. Jarenlang werd er verbouwd, en later nogmaals vanwege die rolstoel.

De gewenste kinderen kwamen niet. Ook met zijn tweeën waren ze gelukkig op het boerenland. Kees had de ruimte voor zijn onstuitbare verzameldrift: strips, geschiedenisboeken, biografieën, sciencefiction en alles wat met treinen te maken had. Van perronkaartjes tot een op zolder immer uitdijende modelspoorbaan.

De buren uitgraven

Hij genoot ervan als hij 's winters werd gebeld en kon helpen om ingesneeuwde buren uit te graven. En dat hij er de theorie van het recht in de praktijk kon toetsen. Bijvoorbeeld door een boer te helpen met een Hinderwetvergunning.

De MS zette op dat alles voorlopig geen rem.

Kees vond dat hij geluk had. Als havenarbeider was hij klaar geweest. Als jurist kon hij in zijn rolstoel als voorzitter van de vakgroep gewoon meer dan fulltime doorlullen.

Met dat zes kilo lichte karretje van titanium, Zweeds fabricaat, kon hij alles. Op de Marieje, het monumentale Deense zeilschip waarvan het echtpaar medeaandeelhouder was, liet hij zich in zijn rolstoel achter het roer vastzetten. In de havens waar ze aanlegden wijdde hij zich aan rolstoeldansen op jazzmuziek.

Vervoer was geen probleem. Kon er op een station zo snel geen voorziening worden gevonden, dan slingerde hij dat ding de trein in en trok zichzelf er achteraan naar binnen. In zijn aangepaste bus kon Kees in de rolstoel tot achter het stuur rijden.

Natuurlijk was de ziekte confronterend. Zoals die keer dat hij tijdens een college door zijn benen zakte. Of op de Grote Markt van Groningen een natte broek kreeg. "Ik werd incontinent, het was de eerste keer, je schaamt je rot. Maar niemand ziet het, hoor", zei hij in 1995 in de Volkskrant.

Bij die gelegenheid presenteerde het echtpaar zich met veel zelfspot als 'het duo Kreuk en Deuk, firmanten in aandoening en ongemak'. Want ook Ineke had het voor de kiezen gekregen. De pijn van haar hernia en littekenweefsel van een operatie was af en toe ondraaglijk. Van een slachtofferrol wilden zij niet weten, integendeel.

Wat werkelijk pijn deed was in 2002 het noodgedwongen verlaten van hun Groningse paradijs. In Roden betrokken ze een bungalow bij een verzorgingshuis. Mede vanwege de toenemende gezondheidproblemen van Ineke stopte Kees op zijn 62e met werken. Maar ook toen hij zonder hulp niet meer uit bed kon komen, bleef hij actief. Met dat paardrijden bijvoorbeeld, waarbij hij zich als een ridder in harnas van een helling op zijn cowboyzadel liet zakken.

En niets is voor een invalide makkelijker dan boodschappen doen. Iedereen helpt je, was zijn ervaring. Er zat dan ook geen zielig mannetje in die rolstoel, hij bleef de innemende, charismatische man met humor. Zelfs toen Ineke in 2014 stierf aan een longziekte en hij alleen in de bungalow achterbleef.

De laatste anderhalf jaar kwam hij in de gespecialiseerde MS-kliniek Nieuw Unicum in Zandvoort terecht, dichter bij zijn broer en zus. In het gesprek met de arts sneed hij het onderwerp levensbeëindiging niet aan. Zelfs niet toen de arts vroeg waar het voor hem ophield, misschien als hij niet meer kon praten?

Kees vond dat hij een goed leven had gehad, maar volhardde in zijn motto: je doet het met wat je hebt, opgeven is geen optie. "Ik heb leren leven met mijn lichamelijke beperkingen en zolang ik denk, besta ik. Laat mij maar langzaam wegglijden."

Cornelis Lambers werd op 10 mei 1945 geboren in Rotterdam en overleed op 25 januari 2017 in Zandvoort.

Een half leven lang kreeg zijn progressieve ziekte geen vat op zijn levenslust.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden