Moeders theewater en de nieuwe stad door Jan Sloothaak

UTRECHT - “Een mens moet ook geluk hebben”, zegt Riek Bakker. Háár geluk was dat ze net op het goeie moment te maken kreeg met Leidsche Rijn, de nieuwe stad die bij Utrecht wordt gebouwd. “Het was net in de tijd van de gemeenteraadsverkiezingen.”

JAN SLOOTHAAK

Er lijkt zich een wondertje te hebben voltrokken, maar een feit is dat de strijdbijl werd begraven. Utrecht vlast op uitbreiding en bakkelijt al jarenlang met de aangrenzende plattelandsgemeente Vleuten-De Meern over de plek voor een nieuwe stadsuitleg met tegen de 100 000 inwoners. Veel steden zullen er jaloers op zijn. Er worden overal gewichtige discussies gehouden over stadsprovincies, die dè remedie zouden zijn om eigenzinnige randgemeenten te dwingen hun grenzen voor de grote stad open te stellen. Utrecht bewijst dat het ook best zonder die stadsprovincie gaat.

Riek Bakker staat bekend als een kordate vrouw, een doordouwer. Ze heeft met haar in Utrecht gevestigde bureau BVR (Bakker Van Rijs) de grootste stedebouwkundige opdracht van Nederland in de wacht gesleept.

Ze weert alle lof wat af. Er was vooral dat moment: in de tijd na de gemeenteraadsverkiezingen, toen de nieuwe gemeentebesturen zich nog moesten uitkristalliseren, stapte de burgemeester van Vleuten-De Meern naar zijn collega in Utrecht om er nog eens over te praten.

Desgevraagd: “Nee, het gaat niet om het uitschakelen van een democratisch proces. Het gaat om een ogenblik dat de toon net eventjes anders kan worden gezet, er even afstand kan worden genomen. De gemeenten waren elkaars gevangene. Het ging er om zo'n moment te vinden, dat noem ik geluk hebben, in combinatie met wijsheid van de burgemeesters.”

Toen moest het plan voor die nieuwe stad nog worden gemaakt. “Ik kreeg de opdracht de grote lijnen daarvoor uit te zetten. Binnen een half jaar. Dat is bijna niet te doen, heb ik gezegd.” Het is echter gelukt. Bakker deed het op haar eigen manier: niet praten, maar doen. Ze deed dat door haar medewerkers met rust te laten tot het ei was uitgebroed. En ze wilde rechtstreeks rapporteren aan de politieke bestuurders. Geen tussenrapportages en overleg met allerlei ambtelijke instanties en externe deskundigen.

Omzeilde ze daarmee geen wettelijke inspraak-procedures? “Nee, zo'n masterplan, een heren- of damesakkoord heeft geen juridische status. In de verdere uitwerking, bestemmingsplannen van beide gemeenten, is er wel formeel inspraak vereist. Ik heb allerlei partijen en instanties overigens wel om commentaar gevraagd. Inspraak, zonder het formeel zo te bestempelen, om voldoende draagvlak te krijgen.”

Het resultaat van dat jaar 'pendelen' en in de luwte werken aan het masterplan heeft inmiddels alom de aandacht getrokken. Is ze er trots op? Even een flikkering in haar ogen: “Ja, dat ben ik. Wethouders van twee gemeenten die eerst op voet van oorlog met elkaar stonden, verdedigen nu samen dit plan.”

En ze vertelt, met ingehouden enthousiasme, over hoe het wordt. De gemeentegrens van Utrecht, die iets in de richting van Vleuten-De Meern opschuift. Maar dat die gemeente zijn landelijke karakter houdt. Althans in haar ogen. Heeft ze begrip voor de inwoners die bang zijn voor het oprukken van de grote stad? Zeker, maar ze gelooft in de mogelijkheden van haar plan. Met in het midden een enorm groot park, waar omheen de nieuwe bouw zich schikt. In harmonieuze samenhang met de bestaande bouw en de natuurlijke omgeving. De kassen van de glastuinbouw moeten weg, maar bestaande wegen kunnen blijven. Van de boerderij kan het voorhuis blijven, alleen het bedrijfsgedeelte moet weg.

Aan de éne kant grenzen Vleuten en De Meern aan het groen van het park. Twee dorpen in een 'meerkernige gemeente'. Daar willen ze van af, want meerkernigheid wil ook zeggen dat je alles dubbel moet hebben, brandweer, bibliotheek, noem maar op. Daarom laat Bakker beide dorpen aan elkaar groeien door ertussen een nieuw centrum te ontwikkelen. Op grondgebied van Vleuten-De Meern komen 10 000 van de 30 000 nieuwe woningen.

Aan de andere kant van het centrale park ligt het Utrechtse deel van de nieuwe stad. Utrecht wil geen satellietstad. Er moet een natuurlijke verbondenheid zijn met de oude stad en dus mag er geen niemandsland ontstaan. Bakker: “Ze willen in Utrecht niet hetzelfde effect als met Nieuwegein en Houten. Zo van: we hebben plek voor onze woningzoekenden, maar we zijn ze ook kwijt.”

Dat kun je alleen voorkomen als er geen barrière ligt tussen de stad en het nieuwe stadsdeel. Een probleem dus, want er ligt letterlijk een waterscheiding tussen: het Amsterdam-Rijnkanaal en vooral ook de A 2, de drukke rijksweg die het westen met het zuiden verbindt.

Overkapping

Zo druk dat hij verdubbeld moet worden tot een 8- en wellicht zelfs 12-baans weg. Bakker heeft veel aandacht getrokken met haar oplossing. Naast de drie bruggen die er al over het kanaal liggen, moeten er twee nieuwe bij komen. Helemaal mooi kan het worden als de bocht in de A 2 nog wat meer wordt afgesneden dan Rijkswaterstaat toch al van plan was. En vooral: pak die weg in in een overkapping.

Het rijk ziet er wel wat in. Maar het kost veel geld. “Veel mensen hebben ons aangeraden toch maar een alternatief achter de hand te houden, voor het geval het tè duur wordt. Dat doen we niet. Dit plan biedt zo veel voordelen, het is de enig juiste oplossing dat de meerkosten er altijd tegen opwegen.” Die voordelen zijn bovendien makkelijk aantoonbaar. Bij een overkapte weg hoef je niet een enorme grondstrook te reserveren wegens milieuhinder. Dat geeft enorm veel winst aan (kostbare) grond. Door de overkapping de vorm te geven van een taluud, kun je er woningbouw en kantoren inpassen, parkeergarares inbouwen, groen en zelfs parken op de glooiïng aanleggen. En bovendien maak je de weg vrij om aan het Amsterdam-Rijnkanaal te bouwen.

“Net als aan de Amstel in Amsterdam. Het Amsterdam-Rijnkanaal kun je zo van een onappetijtelijk kanaal opkrikken tot een gewilde woonomgeving met uitzicht op de bedrijvigheid van het water. En tegelijk biedt die aanpak de kans om Utrecht en de nieuwe stad natuurlijk op elkaar te laten aansluiten.”

Riek Bakker gelooft in haar plan, al beseft ze dat zo'n nieuwe stad eerst moet groeien om tot leven te komen, dat je eerst door een fase heen moet die nu ook een polderstad als Almere doormaakt. De geschiedenis heeft zijn stempel er nog niet op gezet. Daar is tijd voor nodig. “Maar dit plan bergt alle voorwaarden voor een aantrekkelijke woonomgeving in zich”, zegt ze overtuigd.

Bakker kan het wellicht weten. Zelf ziet ze het als een groot voordeel dat ze door haar carrière een woonomgeving van verschillende invalshoeken kan beoordelen. Opgeleid als landschapsarchitect, kwam ze met haar aanvankelijk in Amsterdam gevestigde bureau, vooral in aanraking met veel kleine gemeenten. Landschapsarchitectuur vloeide daar over in dorp- en stedebouw. In Rotterdam leerde ze het klappen van de zweep kennen in een grote stad. Ze maakte naam als directeur Stadsontwikkeling met het vorm geven van de 'Kop van Zuid'.

Theewater

Haar leerproces begon al in haar jeugd. Bijvoorbeeld de manier waarop haar moeder thee zette. “Niet met leidingwater, maar met regenwater. Dat leidde ze eerst door een pot met zand en andere natuurlijke materialen die als een filter werkten. Heerlijke thee kreeg je dan.”

Dat principe past ze toe in Leidsche Rijn. Afval- en regenwater worden niet allemaal afgevoerd naar het riool. “Zonde toch, je maakt schoon regenwater vies door het te mengen met vuil water.” Daarom gaat alleen afvalwater nog het riool in. Het regenwater wordt gebruikt als voeding van een systeem met veel waterpartijen. “Water maakt een wijk levendig en je kunt er recreatieve toepassingen voor vinden.”

In Leidsche Rijn, dat zijn naam ontleent aan het stukje rivier dat overgaat in de Oude Rijn, die via Leiden naar Katwijk loopt, worden 30 000 huizen gebouwd volgens het principe van de compacte stad. Compact, dat riekt naar alle huizen op een kluitje. Maar zo ziet Bakker dat niet. “Mijn definitie voor compact is: bereikbaarheid; voor de fiets, het openbaar vervoer, hoe lang duurt het voor je ergens bent. Dat verkeerssysteem is een belangrijk onderdeel van het plan. Het hele gebied is goed te doorkruisen met de fiets. Bovendien ligt het plan helemaal open naar het groene hart. Over de hele oppervlakte kom je uit op 30 huizen per hectare (75 procent laagbouw tegen 25 procent gestapelde bouw) en dat is veel minder dan de laatste tijd gebruikelijk.

Utrecht houdt zijn naam als 'kantoren- en vergaderstad' ook in Leidsche Rijn hoog, want het plan biedt ook nog plaats voor 700 000 hectare m2 kantoorruimte. Goed bereikbaar bovendien, want er komen spoorverbindingen en twee stations. Aantrekkelijk voor projectontwikkelaars. De plannen moeten nu worden uitgewerkt en de stad moet in de komende 20 jaar worden gebouwd. Wat gaat Bakker zelf doen, blijft ze na het maken van het masterplan betrokken bij Leidsche Rijn? “Ik wil dat graag. We zijn er over in gesprek. Het zal wel goed komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden