Dagboek

‘Moeder verwoordt de pijn die zoveel verzetsgezinnen moesten dragen’

Vader en moeder Te Rietstap met zoon Gerrit en dochter Aly.Beeld Derk Te Rietstap

Pas jaren na haar dood ontdekten de kinderen van Pietertje te Rietstap het dagboek dat ze bijhield in 1945, het jaar waarin haar man door de nazi’s werd opgepakt en gefusilleerd. Nu is dat dagboek uitgegeven. ‘Moeder verwoordt de pijn die zoveel verzetsgezinnen moesten dragen.’

Aan de keukentafel in zijn boerderij zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog geregeld mensen van het illegale verzetsblad Trouw in het diepste geheim te vergaderen, weet de 74-jarige Derk te Rietstap. Zijn eigen vader was een van hen. “Er schuilden ook geregeld mannen en vrouwen uit de Trouw-leiding op deze boerderij, er zaten Joodse onderduikers en de krant werd vanuit hier verspreid in de buurt.”

De gepensioneerde akkerbouwer Te Rietstap woont nog altijd in hetzelfde huis in het Overijsselse Kloosterhaar dat zijn ouders, beiden verzetsmensen, aan de van Roijensweg naar Bergentheim in 1938 bouwden. Ze runden er, op deze afgelegen plek dicht bij de Duitse grens, een akkerbouwbedrijf en hielden wat vee. Zijn vader was geen man die zelf met wapens liep of overvallen pleegde, heeft de zoon veel later begrepen uit gesprekken met betrokkenen. Maar hij steunde en faciliteerde het Trouw-verzet tegen de Duitse bezetters met volle overtuiging.

De boerderij van de familie Te Rietstap, waar zoon Derk nu nog woont.Beeld Derk Te Rietstap

Hier voltrok zich 75 jaar geleden een drama voor het gezin Te Rietstap. In januari 1945 verschenen de nazi’s op het erf en namen vader Derk mee. Hij keerde nooit meer terug. Op 2 maart 1945 is hij met 45 anderen, onder wie twaalf leden van de Trouw-verzetsgroep uit de buurt, gefusilleerd. Als represaille voor de dood van een aantal Duitse militairen bij Varsseveld.

Het hele jaar 1945

Wat dit betekende voor zijn vrouw, die alleen verder moest en ook nog maar net zwanger was van haar derde kind, staat beschreven in haar recent uitgegeven dagboek dat het hele jaar 1945 beslaat. Aan het papier vertrouwde Pietertje haar gevoelens van eerst angst en hoop, later verlies en verdriet toe. Het gezin telde in januari 1945 twee kinderen, Gerrit van vier en Aly van twee. Zelf heeft Derk te Rietstap zijn vader nooit gekend. Hij werd in juli 1945 geboren en vernoemd naar zijn vermoorde vader.

Na de oorlog zette zijn moeder het boerenbedrijf voort, later deed Derk dat zelf. Inmiddels is de meeste grond verkocht, maar Derk en zijn vrouw Hennie wonen nog altijd in de boerderij.

Pas jaren na de dood van Pietertje in 2003 dook haar dagboek op, tussen de spullen die dochter Aly bewaarde. Aly en oudste zoon Gerrit begonnen de handgeschreven teksten te scannen en uit te typen. De nacht in 2015 nadat hij meldde ‘het is klaar’ overleed hij, volkomen onverwacht, vertelt Te Rietstap. Derk en Aly zetten zijn werk voort en vorige maand verscheen het dagboek ‘Dat jullie weten wat oorlog is’.

Te Rietstap: “Het dagboek heeft mij erg aangegrepen. Zelf ben ik nooit met mijn moeder gaan zitten om eens door te vragen over die tijd. Achteraf vind ik dat jammer. Maar ik besef ook dat het waarschijnlijk niet gelukt was. Ik had diep respect voor mijn moeder. Ze sprak weinig over de oorlog. Het was te emotioneel voor haar. Wij vielen haar niet met vragen lastig, we wilden haar geen pijn doen.”

Hij heeft toch vooral een onbezorgde jeugd gehad, zegt hij. “We hadden geen vader, maar we accepteerden dat. Pas in de puberteit toen ik bij vriendjes kwam die wel gewoon een vader hadden, realiseerde ik me: zij wel en ik niet. Maar mijn moeder was een sterke vrouw, ze was voor ons moeder en vader tegelijk.”

‘De oorlog is voor ons niet voorbijgegaan’

Het is ook pas achteraf, vooral nu hij dit dagboek gelezen heeft, dat hij inziet dat de oorlog op het gezin wel degelijk een heel grote impact heeft gehad. “De oorlog is voor ons niet voorbijgegaan. Wij waren een gebroken gezin en je proefde de eenzaamheid van mijn moeder. De radeloosheid, het verdriet dat uit haar dagboek spreekt, die leverde druk op ons gezin. Je merkte dat aan kleine dingen, bijvoorbeeld dat ze snel ongerust was, als je wegging. Ik vond dat als kind wel lastig, maar ik had er ook begrip voor.”

Al is het een zeer persoonlijk relaas, toch staat haar verhaal niet op zich, geeft Te Rietstap als reden dat ze het dagboek niet in de familie hebben gehouden, maar hebben uitgegeven. “Dit gaat niet alleen over ons gezin. Dit gaat over allen die in vergelijkbare omstandigheden hebben gezeten na de oorlog. Moeder verwoordt de pijn die zoveel verzetsgezinnen moesten dragen.”

Stil verdriet

Volgens schattingen van het instituut voor oorlogsonderzoek Niod zijn tweeduizend verzetsmensen en gevangenen in de oorlog omgekomen door een vuurpeloton. “De hoeveelheid leed die dit duivelse systeem van de bezetter heeft veroorzaakt is onvoorstelbaar”, schrijft het instituut in een nieuwe publicatie over het jaar 1945, geschreven door historicus Ad van Liempt.

Het dagboek van Pietertje te Rietstap is een van de bronnen voor dit nieuwe boek. Dit dagboek beschrijft volgens Van Liempt wat een grote groep mensen, vooral vrouwen, hebben meegemaakt na de oorlog, vrouwen die hun mannen verloren hadden. “Ze droegen hun verdriet in stilte, ze waren druk en ze praatten niet graag over het verleden. In onze tijd lijkt elk verdrietje de moeite waard om uit te vergroten, maar in die tijd was er juist geen plaats voor.”

Zijn moeder moest als vrouw alleen een boerderij draaiende houden in een mannenmaatschappij. “Er was niet altijd begrip voor haar positie. Ook bijvoorbeeld in de kerk niet. Er was geen man in huis en dus telde ze niet mee. Pas nadat mijn broer belijdenis deed, kreeg ons gezin in de kerk weer een stem. Dat was pijnlijk voor haar.”

Ze was tegelijk ondernemend en ging met haar tijd mee, vindt Te Rietstap. “Ze had al een auto, nog voordat ze haar rijbewijs had gehaald.”

Hun christelijke geloof stond centraal in hun strijd

Het dagboek is ook een waarschuwing, denkt Te Rietstap, aan een moderne tijd waarin de waan van de dag nogal eens op de voorgrond treedt. Maak bewust keuzes in het leven, laat niet alles vanzelfsprekend zijn, is de boodschap. “Mijn ouders verdiepten zich in maatschappelijke ontwikkelingen en bepaalden vervolgens hun eigen koers. Zo zagen zij al in een vroeg stadium dat Hitler de godsdienstvrijheid wilde inperken. Hoe hij vond dat mensen in een nationaal-socialistische maatschappij moesten functioneren, daar waren ze fel tegen. En daar handelden ze naar.”

Hun diep gevoelde christelijke geloof stond centraal in de strijd die ze geleverd hebben. “Mijn vader schreef een brief aan mijn moeder vanuit het huis van bewaring in Almelo toen hij al wist dat zijn situatie zeer ernstig was. ‘Och Pietie, wat is de Heere toch goed voor ons.’ Ik zeg u eerlijk: daar heb ik erg mee geworsteld. Maar nu ik dit dagboek en de brieven van mijn vader goed gelezen heb, is mijn eigen geloof gegroeid. Ik begrijp het nu. Kijk, wij bidden: ‘Onze vader, uw wil geschiedde’. Dus welke weg de Heere ook gaat met ons, vertrouw erop dat je die weg ook kúnt gaan en dat de Heere die weg met ons gaat. Die genade van God, daar doelde mijn vader op.”

Moeder Te Rietstap en haar drie kinderen.Beeld Derk Te Rietstap

Te Rietstap heeft zeker weleens gedacht: hadden ze maar geen verzet gepleegd, dan had ik een vader gekend. “Maar ik zie nu in, ook door het dagboek, dat ze ons het leven hebben voorgeleefd. Het geloof was hun instrument tegen de overheersing. En Trouw, de krant en de mensen eromheen, waren daarin cruciaal. Ze stonden voor die christelijke levensovertuiging. Het was echt hun geestelijk lijfblad, de betrokkenheid was enorm. De krant is ook vanuit deze boerderij verspreid. Er zijn zelfs plannen geweest hier een drukpers neer te zetten, maar dat was vlak voor 12 januari 1945 en toen is vader opgepakt. Daarna is het er niet meer van gekomen.”

Hoezeer de krant zijn moeder aan het hart ging, bleek wel toen die bovengronds kwam en Pietertje besloot op een telefoonpaal een oproep te prikken: word abonnee van Trouw. “Zij was actief leden aan het werven, zij kon die moed al opbrengen nog maar enkele weken na de dood van mijn vader.”

Hij is trots op zijn ouders. Beiden ontvingen na de oorlog, zijn vader postuum, onderscheidingen voor hun dappere verzetswerk, onder meer de Yad Vashem-onderscheiding voor hulp aan Joodse onderduikers.

“Mijn ouders hadden ook een gemakkelijke keuze kunnen maken, gewoon de boerderij runnen. Ze hadden hun handen heus vol met twee kleine kinderen. Maar nee, ze namen vanuit hun geloofsovertuiging hun verantwoordelijkheid en kwamen in verzet. Dat vind ik ontroerend mooi.”

Enkele fragmenten uit : ‘Dat jullie weten wat oorlog is. Het dagboek van verzetsweduwe Pietertje te Rietstap’.

Vrijdag 12 januari 1945

“We zitten ’s middags rustig aan tafel te eten en zijn aan het Bijbellezen, als er druk gebeld wordt. Tussen het lezen en danken gaat Derk eerst even naar de voordeur, maar ze zijn inmiddels al rond gelopen en lopen hier voor het raam langs. Twee Duitsers met het geweer onder de arm. ‘Vooruit,’ zeg ik, ‘daar zal ik wel even naartoe gaan, zeker weer een paar om eieren of zoiets.’ Aan de Hollandse spraak te oordelen schijnen het geen Duitsers, maar Hollanders in uniform te zijn.”

...

“M’n innig geliefde, nog kan ik het haast niet geloven, ook niet als hij mij een kus ten afscheid geeft. Daar meende die grote man dat we ons gingen aanstellen. Z’n laatste woorden waren tegen mij: ‘Pietie, de Heere is bij jou hier even goed als ginds bij mij’. Hij kust Gerrit en Aly en dan gaat hij heen, zonder weer om te kijken.”

Derk wordt eerst naar concentratiekamp Ommen gebracht waar hij onder meer difterie oploopt. Na een week belandt hij in het huis van bewaring in Almelo. Pietertje, drie maanden zwanger, fietst er geregeld met pakjes heen. Samen met haar zus en buurvrouw, van wie de man Gerrit Ormel eveneens is opgepakt vanwege zijn verzetswerk.

Maandag 22 januari

“Nadat we aan de SD ( bij het huis van bewaring in Almelo, red.) hadden gevraagd of jullie pakjes mochten ontvangen, gaven we die af. We zijn blijven wachten tot we jullie vuile was weer terugkregen. Och, wat was ik er blij mee. Ik kon wel huilen van blijdschap alléén om het idee dat jij wist dat we jullie wisten te zitten.”

Derk wordt overgebracht van Almelo naar de politieke gevangenis De Kruisberg in Doetinchem. Op 2 maart wordt hij met vele anderen uit de Trouw-groep, onder wie Ormel, gefusilleerd, Pietertje is op 2 maart nog in onzekerheid over zijn lot.

Vrijdag 2 maart

“Toen zijn we naar de Kruisberg gaan kijken. O, wat een somber gebouw, zo dicht erbij en niet bij jullie te mogen. We hebben het van alle kanten geprobeerd en iedereen aangeklampt en nogal snauwen opgelopen. (...) Wij weer naar de SD en gevraagd of jullie er nog wel zaten, anders konden we beter die pakjes weer meenemen. Na lang wachten kwam hij eindelijk weer. Op mijn vraag of ze ’s morgens waren weggegaan, zei hij: ‘Ik weet het niet.’ ‘Zijn ze er dan wel geweest?’, vroeg ik. ‘Ja, dat wel maar nu zijn ze weg.’

...

Toen we thuiskwamen was het donker. Bernard kwam direct bij ons in de schuur en zei: ‘Hebben jullie ’t ook gehoord in Varsseveld?’ ‘Wat?’, vroeg ik. ‘Nou, dat weet je toch wel.’ Maar ik wist van niets. ‘Nou’, zei hij, ‘er zijn er 46 doodgeschoten in Varsseveld uit de Kruisberg vandaan.’ ‘O,’ kreunde ik, ‘en Derk zit er niet meer.’ Ik kon het wel uitschreeuwen van angst en zorg en smart.

Een week nadat ze over de dood van Derk gehoord heeft, pakt ze de pen weer op.

Donderdag 8 maart

“De slag is gevallen, en hoe. ’t Is nu bijna een week later, ik kan niet onder woorden brengen hoe diep, hoe fel de smart is.

O liefste, liefste! Mijn tedere, trouwe, zorgzame man, nooit meer hier te aanschouwen, dat dierbare gezicht nooit meer tussen mijn handen te kunnen nemen, en hem dan in zijn lieve, grote ogen te blikken.”

In haar dagboek richt Pietertje zich nu vooral tot haar kinderen

Zondag 25 maart

“Vader was Nederlander in hart en nieren, en dan kon het ook bij hem weleens stormen in z’n binnenste, om alles wat ze ons als Nederlanders aandeden, de smaad, de hoon. Hij was een Nederlander, maar bovenal ook een calvinist. Hij zag Nederland als vaderland bedreigd, maar bovenal ook als calvinist, als gereformeerde, ons geloof bedreigd. Dat deed hem ook naar de geestelijke wapenen grijpen, hetgeen in Trouw steeds vertolkt werd. Hiermee was hij het van harte eens.”

Lees ook:

Het bezielende verzet van Dietrich Bonhoeffer

75 jaar geleden werd de Duitse theoloog en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer opgehangen wegens zijn verzet tegen het nazi-regime. Trouw belicht zijn leven, aan de hand van een wandeling door Berlijn.

Biografie legt geweld in nazibajes ‘Oranjehotel’ bloot

Zo’n 25.000 mensen zaten er vast tijdens de Tweede Wereldoorlog, naast verzetsmensen onder meer honderden kinderen, ontdekte historicus Bas von Benda-Beckmann. Hij schreef een boek over het Oranjehotel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden