Moeder valt, zoon vangt op

Ernst Timmer schrijft liefdevol en scherp over zijn moeders gang door onze zorginstituties

Falende, vallende, vergeetachtige schrijversmoeders zijn in de mode de laatste tijd. Er kwamen er al diverse voorbij ('Ma' van Hugo Borst, 'Moeder doen' van F. Starik, 'Ik kom terug' van Adriaan van Dis) en er staan er nog op stapel van Arnon Grunberg en Marion Bloem.

Die trend zal schrijver Ernst Timmer niet zijn ontgaan. Geestig zijn in zijn autobiografisch getinte, tiende boek 'De val van mijn moeder' de verwijzingen naar 'Tonio', het boek van A.F.Th. van der Heijden over zijn overleden zoon. De 88-jarige moeder van Joost Beekman, Timmers alter ego, neemt het dikke rode boek mee als zij met een gebroken arm in het ziekenhuis wordt opgenomen, maar ze schiet er maar niet in op. De zoon registreert bij zijn bezoekjes dat de boekenlegger steeds maar een paar pagina's verschuift en op bladzijde 35 definitief blijft steken. De toenemend vergeetachtige patiënte was ooit een gretig lezer en samen met haar zoon lid van de door hen zelf opgerichte 'Joost mag het lezen' leesclub. Nu herhaalt ze werktuiglijk dat 'Tonio' zo'n mooi boek is - om maar niet toe te hoeven geven dat lezen eigenlijk niet meer lukt.

De vaak geprezen, maar nooit tot het grote publiek doorgedrongen schrijver Ernst Timmer schiet nu wel in de roos, met dit scherpe maar toch ook berustende relaas over de ervaringen van en met zijn moeder, die na haar val eerst in het ziekenhuis en dan in een verzorgingstehuis belandt. Timmer, die zelf deels werkt als ambulant gehandicaptenbegeleider, schreef vaker over de zorg, zo ook in zijn voorlaatste roman 'Florijn', maar daarin lag het perspectief bij de hulpverleners. De geest van de chagrijnige tachtiger Henny Florijn keert in dit nieuwe boek terug in een kamergenote van Joosts moeder, die in de revalidatiekliniek haar medepatiënte voor zich laat rennen en vliegen, ondertussen almaar klagend over 'de ondergrondse dictatuur' in het verzorgingstehuis.

Maar het hart van deze roman is de moeder, liefdevol getekend door verteller Joost, de dromerige, snel afgeleide, zorgzame zoon, die zijn moeder observeert in humeuren en dwalingen. 'Een blanke bolster met een ruwe pit' noemt hij haar. Enerzijds een traditionele moeder die opgewektheid tot haar missie heeft gemaakt, ieder eigen ongemak verbloemt en haar ontreddering bestrijdt door zich bijna dwangmatig aan de bedden van anderen te scharen. Maar ook een complexe, eigengereide vrouw, die de zwakte van haar tweede zoon, Joosts broer, die na een hersentumor geestelijk achterblijft, nauwelijks kon verdragen.

Scherp en geestig tekent Timmer ook bureaucratie en jargon in de gezondheidszorg die de mens nogal eens over het hoofd ziet in het gegoochel met termen als 'valgevaarlijk' en zzp (zorgzwaartepakket) 4 en 5, met leefplannen en zorgdossiers die 'ingeklopt moeten worden', met GPS-apparaatjes die niet kunnen worden aangereikt omdat ze 'alleen op de afdeling Meerzorg aan Middelen en Maatregelen doen'.

In bedaardheid, gedetailleerdheid en ironie herinnert 'De val van mijn moeder' wel aan 'De moeder van Nicolien', het boek van J. J. Voskuil over zijn dementerende schoonmoeder. In Joosts ongeduldige vrouw Judith, die geen blad voor de mond neemt, duikt ook wel iets van de geest van Nicolien op. Maar Voskuil is de strakkere stilist, Timmer is rommeliger, zo bevatten deze '60 brokstukken' nogal wat herhalingen, al kan dat ook expres zijn.

En Timmer is milder, minder de buitenstaander. Er klinkt nauwelijks weerzin in dit boek. De zoon komt wel in opstand soms, maar aanvaardt ook dat tegen het verval geen kruid is gewassen. "Behoud is in strijd met het wezen van de natuur. Panta rhei, wat we kunnen doen is meebewegen." Zeldzaam is de scène waarin hij zijn door haar arm gehandicapte moeder verschoont: "Naakt zat mijn moeder nu voor me, ze keek naar me en lachte. Ze bracht haar linkerarm naar mijn gezicht en drukte de palm van haar hand tegen mijn wang. Ze genoot van ons samenzijn, terwijl ik dacht: hoelang geleden heb ik mijn moeder bloot gezien? [...] Nu was haar huid niet meer lelieblank, maar onregelmatig gevlekt bruin. Haar borsten vond ik nog steeds mooi, ik herkende de stevige tepels. Ik legde mijn hand op de rug van de hare. Het voelde als een mooie haast verboden intimiteit." Roerender had de schrijver de kringloop van de zorg niet kunnen verwoorden.

Ernst Timmer: De val van mijn moeder Prometheus; 220 blz. euro 18,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden