'Moeder praat altijd, maar vanavond was ze wel érg stil'

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Het is avond. Op tv presenteert Linda de Mol 'Ik hou van Holland'. Er klinkt een melodie. Onderuitgezakt op de bank probeer ik, net als de kandidaten, te raden om welk nummer het gaat. Met een schuin oog kijk ik op de klok. Het is bijna negen uur. Ik kan me gaan omkleden. Mijn nette kleren omruilen voor gemakkelijke vrijetijdskleding. Na negen uur doe ik meestal geen bezoeken meer, omdat je dan toch niets meer kunt regelen. Het crematorium is dan niet meer bereikbaar.

In het reclameblok sta ik op. Als ik voor mijn kledingkast sta, gaat mijn diensttelefoon. "Er is een familie die je à la minute nodig heeft", zegt mijn collega. "Er is een acuut sterfgeval en de familie is nogal in de war. Het is niet duidelijk wie precies is gestorven." Ik schrijf het adres op. Buiten kondigt het weer de komst van Sinterklaas aan. De wind waait door de bomen.

Op het bewuste adres in een wijk met laagbouw, word ik binnengelaten door een meneer, een keurige door zijn vrouw geklede vijftiger. Voor het raam hangt een valletje. Mijn vermoeden is dat het om een ouder iemand gaat. De man neemt mijn jas aan en gaat me voor naar de woonkamer. Aan een ronde tafel zit een tiental vijftigers en twintigers. De tafel is gedekt voor een broodmaaltijd. Een mandje ligt vol met zachte kadetjes, in een botervloot steekt een sierlijk mesje, her en der liggen gebruikte papieren servetjes. Op tafel staat een hoge soeppan. "We eten op pakjesavond altijd met de hele familie. Oma maakt dan haar beroemde tomatensoep met ballen." Aan tafel wordt geglimlacht. Ik zie soepkommen met rode randen. In een hoek steken cadeaus boven drie jutezakken uit.

Ik begin mijn voorstelrondje. Eén voor één staan de mensen aan tafel op, ze geven me een hand.

"Ik ben de oudste kleindochter."

"Ik ben de middelste zoon."

"Ik ben de oudste dochter."

Mijn vermoeden is dat opa degene is die plotseling is gestorven. Oma herken ik even verderop aan haar watergolf en zilverspoeling.

"Ik ben het jongste kleinkind", zegt een knap studentikoos type. Ik condoleer iedereen. De laatste aan tafel is oma. Op haar schoot ligt een ontbijtbordje met daarop een broodje kaas waar een hap uit is. Ze zit wat voorover, ze knikkebolt. "Dit is uw moeder en die is een beetje in slaap gezakt?" zeg ik vragend. "Ja, dat is moeder", antwoordt de man.

"Maar die is dood", zegt de oudste dochter. Totaal verbouwereerd zeg ik: "O... wat is er gebeurd?"

"Moeder praat altijd honderduit, maar vanavond was ze wel erg stil. Plotseling kwamen we erachter dat ze niet meer bewoog. We hebben de huisarts gebeld en die heeft een natuurlijke dood geconstateerd."

Het bordje ligt nog steeds op haar schoot, haar rechterhand houdt het met één enkele vinger vast. "Hoe lang is dat geleden?"

"Een paar uur. Daarom moest u snel komen, want wat moeten we nu?"

"Moet ze thuis worden opgebaard?" vraag ik. Nog steeds sta ik naast de tafel en zit de hele familie eromheen.

"Nee... liever niet."

Even later komen mijn collega's van de algemene dienst binnen met een brancard. De familie staat op. "Wij wachten buiten." Ze trekken hun winterjassen aan.

Ik haal het bordje van oma's schoot. De mannen tillen haar zorgzaam op, leggen haar op de brancard en trekken de rits dicht van de hoes waarin ze ligt.

Terwijl bij de buren Zwarte Piet aanklopt, wordt oma de auto in geschoven.

De familie zwaait haar na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden