Review

Moeder is een zeemeermin, daarom ging ze weg

Keizer heeft twee vergroeide tenen aan elke voet. Zwemtenen noemt zijn vader ze. En dat komt, zegt hij, omdat Keizers moeder een zeemeermin was. Op een goede dag dook ze op uit de zee, waar ze niet lang na Keizers geboorte weer in zou verdwijnen. Over de dromerige, achtjarige Keizer, die met zijn verhalen vertellende vader, een hoedenmaker, vlak bij zee woont en over de afwezige zeemeerminmoeder, heeft Koos Meinderts een prachtig, poëtisch boek geschreven.

Net zoals in 'Leen' (1994), waar de gelijknamige hoofdpersoon in een pleeggezin woont omdat zijn moeder is opgenomen, vertelt Meinderts in dit verhaal hoe het is om zonder moeder op te groeien. Over het gekke verlangen naar iets dat je eigenlijk niet kent, maar dat je zoals Keizer er wel toe drijft om bij een vreemde mevrouw op kraamvisite te gaan. (Overigens een van de grappigste scènes uit het boek.) Maar het is misschien nog meer een verhaal over de macht van de verbeelding.

Verhalen kunnen de harde realiteit verteerbaar maken, ook het onverklaarbare feit dat je moeder zomaar uit je leven is weggelopen. Op een lenteavond, lezen we, ging ze de deur uit voor een wandeling en een duik in de zee, om nooit meer terug te komen. Wilde ze haar vrijheid terug, of verdronk ze? Het verhaal over de zeemeerminmoeder laat het open. Keizer kan daarmee leven. Want iedereen weet dat zeemeerminnen niet kunnen aarden op land. Zij blijven altijd terugverlangen naar de zee.

Maar het verhaal is hier ook een manier om de werkelijkheid minder alledaags te maken. Dat dat kan bewijzen de verhalen van Keizers vader, waar het vertelplezier vanaf spat. Die verhalen gaan bijvoorbeeld over de zee, die zich op gezette tijden terugtrekt, omdat de zeerovers die in de duinen wonen haar dan met hun emmertjes proberen leeg te scheppen. Of over de haringvisser die een kunstbeen had van rozenhout dat elk jaar bloeide.

Keizer verzint zelf ook verhalen op zijn eigen geheime plek in de duinen. Want ook al weet je dat het niet waar is, het is toch prachtig om te bedenken dat je moeder in de zee leeft? Op de brief die hij haar per flessenpost stuurt, geeft hijzelf ook maar antwoord. Dat heeft Keizer afgekeken van de oude weduwe van de haringvisser die brieven schrijft aan haar Jan, op wie ze al jaren wacht. De fantasievolle dankwoorden die hij zijn moeder in de mond legt voor zijn kushandjes aan zee leveren een van de meest ontroerende passages van het boek op : ,,Nog bedankt voor al je geheime zoenen. Ik weet wanneer er een onderweg is, dan hoor ik een plons boven me en dan dwarrelt je zoen naar beneden en vang ik hem op in mijn handen en druk ik hem heel zacht op mijn mond.''

Zoals deze waterpostscène illustreert, denkt Keizer in beelden, als een dichter. Daarvan geeft Meinderts nog tal van andere mooie voorbeelden. Na een ruzie met zijn vriendinnetje Roos vertelt Keizer hoe hij vroeger zijn verdrietige geheimen toevertrouwde aan de aarde. Hij groef dan een kuil, sprak het geheim uit en gooide daarna het gat dicht. Een graf voor een geheim met andere woorden.

Dat Keizer zo beeldend denkt en veel letterlijk neemt wat figuurlijk bedoeld is, levert hem ook problemen op. Zou het kunnen, zo peinst hij, dat het hart van Roos echt zal breken, zoals Roos' vriendin zei na de ruzie? Daarom vraagt Keizer aan zijn vader of die iemand kent met een gebroken hart. Zijn lange antwoord op die vraag, waarmee 'Keizer en de verhalen vader' besluit, is eigenlijk ook een verhaal. Het is het verhaal over hoe het leven langzaam weer op gang kwam na het verdwijnen van Keizers moeder. Een hart heeft iemand of iets nodig om voor te kloppen, vertelt vader. Zijn hart klopte na haar verdwijning nog wel, maar was vergeten voor wie of waarvoor. Op een dag veranderde dat plotseling. Het hart kreeg zijn geheugen terug en klopte weer 'voor de dingen waarvoor het altijd had geklopt' en natuurlijk het meest voor Keizer.

Later in zijn bed bedenkt Keizer voor wie en wat zijn hart klopt, en dan volgt er een lange rij namen: zijn verhalenvader en zijn zeemeerminmoeder, de weduwe en haar Jan, Roos en anderen. Maar Keizers hart klopt ook voor de zee en zijn lievelingsplekje in de duinen en de meeuwen en de wind, zijn geheimen en natuurlijk ook voor hemzelf. ,,Het lijkt of zijn hart hem heeft gehoord'', schrijft Meinderts aan het slot. ,,Keizer...Keizer...Keizer...klopt zijn hart.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden