MOEDER INDIA IS ZIEK

Afgelopen week vielen er bij onlusten tussen moslims en hindoes in India honderden doden. Radicale hindoes verwoestten de eeuwenoude Babar-moskee in de stad Ayodhya. De grond onder het gebouw wordt door beide religies beschouwd als hun heiligdom. Volgens de indoloog Corstiaan van der Burg zijn de oorzaken van het conflict vooral economisch van aard. Maar de religie leent zich beter voor strijdlustige leuzen. "En welke groep kwam meer in aanmerking om de rol van zondebok te spelen dan de moslims, de andersdenkende groep van tweederangs burgers?" Corstiaan van der Burg, indoloog, is belast met de coordinatie van de studierichting religie en levensbeschouwing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

CORSTIAAN VAN DER BURG

Hij vertelde mij zijn verhaal zonder enige gene, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. En dat was het voor hem kennelijk ook. Aan hem moest ik denken toen hindoes en moslims elkaar dezer dagen in India voor de zoveelste maal naar het leven stonden. Het is een schrale troost dat - ondanks dit geweld - het merendeel van de hindoes en moslims in vrede met elkaar tracht te leven, en dat het aantal extreme godsdienstfanaten bij de hindoes vooralsnog verre in de minderheid is.

Het is treffend hoe weinig publiciteit India in de media krijgt, behalve wanneer het over onlusten gaat. India heeft een slechte pers of geen pers, lijkt het wel. Dit lot deelt ook de dominante godsdienst in India, het hindoeisme. Beide staan bekend om hun nauwelijks te vatten onoverzichtelijkheid, en wat er ook over geschreven wordt, het zal toch nooit een helder beeld oproepen.

In tegenstelling tot de islam, waarmee het Westen al jaren een liefde-haat relatie onderhoudt, is het hindoeisme echter op tamelijk vriendelijke manier doorgedrongen in het hart van onze beschaving. Veel thema's uit het hindoeisme zijn in het Westen min of meer gemeengoed geworden. Denk maar aan de begrippen als karma, mantra, cakra die nu al blijvend een plaats schijnen gevonden te hebben in het religieus/therapeutische vocabulaire. Ook de belangstelling voor reincarnatie lijkt deels ontleend aan het hindoeisme, al heeft het begrip daar geen levensbevestigende lading. Deze hindoeistische begrippen zijn gebleven, ook al zijn de meeste goeroes en swami's, die ons er jarenlang mee vertrouwd maakten, allang uit onze gezichtskring verdwenen.

Toch hebben voornamelijk deze Indiers ons een beeld van hun cultuur bijgebracht dat niet lijkt te passen bij wat er nu plaats vindt. Nu lijken ze niet langer meer te bestaan: de vreedzame, beschaafde hindoes, tolerant, met een groot vermogen tot aanpassing, en gericht op persoonlijke verlossing. Het is de onverhoedse confrontatie met een ander aspect van land en volk dat ons kennelijk zo schokt. De bevolking blijkt in staat tot massale gruweldaden, in beweging gebracht door een religieus verpakte ideologie die verre van tolerant is.

Dit 'andere' gezicht van India bestaat al langer dan men in het algemeen denkt. Het is steeds aanwezig geweest, zij het verhuld, maar heeft zich nooit zo prominent en afschuwwekkend getoond als nu.

Om de recente geweldsuitbarstingen te kunnen verklaren moeten we de min of meer directe aanleidingen onderscheiden van de dieperliggende oorzaken. Wat de laatste betreft worden vaak twee begrippen gebruikt: communalisme en fundamentalisme. Fundamentalisme behoeft voorlopig geen toelichting. Communalisme, neutraal omschreven als: de zorg voor het welzijn van een gemeenschap, en bij uitbreiding: het politiek uitspelen van de identiteit (vooral de religieuze identiteit) van een gemeenschap, is al eeuwenlang een kenmerk van de Indiase samenleving geweest en is dat kennelijk nog meer geworden in het moderne, democratische India.

Dat het Indiase communalisme etnische en religieuze trekken heeft gekregen (en bijvoorbeeld geen stands- of klasseonderscheid als basis heeft) is verklaarbaar uit een samenhang van factoren. Het is belangrijk vast te stellen dat de moslims als groep in India niet alleen numeriek (110 miljoen moslims tegenover zo'n 700 miljoen hindoes) maar vooral sociaal-economisch op het tweede plan staan. Dat lot was hun sinds de ondergang van de Moghulrijken beschoren.

Onder de Britse koloniale overheersing, ruwweg tussen eind achttiende eeuw en 1947, zijn hindoes en moslims veelvuldig als groepen tegen elkaar uitgespeeld, ten gevolge van de Engelse verdeel-en-heers-politiek. Het politieke hindoeisme, ontstaan uit een behoefte aan een eigen identiteit als een reactie op de dreigende Westerse koloniale dominantie, werd daardoor extra gesterkt in zijn streven, zich te ontdoen van alle overblijfselen van islamitische aanwezigheid in het subcontinent.

Hoewel er niet een gedenkwaardige historische gebeurtenis aan te wijzen is die de opkomst van het hindoe nationalisme en communalisme in het begin van deze eeuw markeert, heeft de golf van religieuze hervormingsbewegingen in de tweede helft van de vorige eeuw ongetwijfeld de kiemen aangedragen die in latere decennia zo overdadig zijn uitgegroeid. Het communalisme werd steeds religieuzer van karakter.

Het Indian National Congress, samen met moslimvertegenwoordigers in 1885 gesticht op zuiver seculiere basis, werd gaandeweg een Hindoe renaissancebeweging met uitgesproken nationalistische trekken. De voormannen van het eerste uur, Tilak en Aurobindo, en later in mindere mate Mahatma Gandhi, verpakten hun nationalistische ideeen bij voorkeur in Hindoeistische religieuze symboliek met fundamentalistische trekken. Dit leidde er al ras toe dat de moslims zich uit het Congress terugtrokken en in 1906 de Muslim League stichtten.

De kloof tussen hindoes en moslims werd groter naarmate de strijd tegen de Britse overheerser meer hindoeistisch van inhoud werd, waardoor de moslims een apart kiezerskorps gingen vormen, tegenover de hindoes. Weliswaar heeft Mahatma Gandhi later gepoogd het Congress een gematigder koers te laten varen, maar hij was voor beide bevolkingsgroepen op dit punt niet meer geloofwaardig en kon niet verhinderen dat Pakistan in 1947 als aparte moslimstaat ontstond.

Dit heeft ertoe geleid dat de in India achtergebleven moslims niet alleen religieus, maar ook sociaal-economisch op het tweede plan zijn komen staan. Achtergesteld, of achtergebleven, dat doet er niet zoveel toe - een feit is, dat de moslims als groep nooit een sociaal-economisch bedreiging voor de hindoes zijn geweest en alleen daarom al geen object van agressie verdienen te zijn.

Uit de jaren twintig en dertig - om daar weer naar terug te keren - stamt ook het grootste deel van de hindoeistische ideologie en bijbehorende symboliek, die nog steeds gehanteerd wordt, zij het in militantere vorm. In 1923 publiceert Vir Sarvarkar zijn boek 'Hindutva' ('Hindoedom'). Het is een van de geschriften die het meest heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de communalistische ideologie. Het is een verheerlijking van een 'Blut und Boden' nationalisme met als doel het herstel van de hindoe natie die eens in de 'Gouden Eeuw' van koning Rama bestaan heeft. Deze natie zal zich weer uitstrekken over geheel 'Bharat', het vaderland India, waar een volk zal wonen, homogeen in bloed, geschiedenis, religie, cultuur en taal.

'Moeder India', 'Bharat Mata' werd de goddelijke verpersoonlijking van het ideaal van een eigen staat. Om deze hindoe natie te helpen verwezenlijken werd in 1925 door Hedgewar de RSS, de 'Rashtriya Svayamsevak Sangh' opgericht. Binnen dit strak georganiseerde 'nationale vrijwilligerscorps', verdeeld in duizenden afdelingen over het hele land, worden meer dan 200 000 vrijwilligers op semi-militaire wijze opgevoed tot nuttige onderdanen van de toekomstige hindoe-staat.

De in 1964 opgerichte VHP, de Vishva Hindu Parishad, is de culturele tak van de RSS. Deze 'Wereld Hindoe Assemblee' heeft overal waar Indiers wonen afdelingen, ook in Nederland, en is werkzaam op religieus, cultureel en sociaal terrein. In India telt de VHP zo'n kwart miljoen leden. Ook bij de VHP staat de hindoe-ideologie centraal, zelf zo sterk, dat het hindoeisme als de oudste godsdienst ter wereld en het Sanskrit als de oertaal wordt beschouwd.

Wijzen we deze beweringen als pseudo-wetenschappelijk van de hand, dan onderkennen we de bedoelingen erachter niet. Hoewel de idealen van deze bewegingen uiteindelijk economisch en politiek zijn, dienen wetenschap en religie als dekmantel en rationalisatie van de eigenlijke doeleinden. Religie lijkt in dit verband slechts dienstig als organiserend principe en als instrument voor massa-mobilisering, terwijl religiositeit, de sterke emotionele betrokkenheid op religieuze zaken, op allerlei wijzen bespeeld wordt ten dienste van het doel: de her-hindoeisering van India.

Het is in deze optiek begrijpelijk dat het gehele religieuze geschut met name in stelling wordt gebracht tegen wat wordt gezien als de grootste bedreiging van het hindoeisme, en belemmering voor de vestiging van de hindoe heilstaat: de moslim minderheid. Uit de vorige eeuw stamt al de 'shuddhi', 'reiniging': de poging om nakomelingen van door de Moghols tot de islam bekeerde hindoes weer terug te brengen in de schoot van het hindoeisme.

Sinds jaar en dag wordt de moslims verweten samen te spannen tegen de hindoes en met hulp van buitenlandse contacten de ondergang van hindoe India te bewerken. In dit verband moet ook de recente poging van de 'Bharatiya Janata Party', de Vaderlandse Volkspartij, om de geboortegrond van de god-koning Rama, de ideale vorst uit het Ramayana-epos, te 'bevrijden' gezien worden als een zorgvuldig georkestreerde poging om de islam in India een slag toe te brengen, en niet als een uit de hand gelopen volksrel.

Dat de uitbarsting van religieus geweld juist in deze dagen plaats vindt, heeft maar ten dele te maken met het aarzelende beleid van de regering Rao ten aanzien van de kwestie-Ayodhya. Want ook al lijken de onlusten die India de laatste dagen beheersten de botsende religieuze belangen als aanleiding te hebben, de dieper liggende oorzaken zouden meer gezocht moeten worden in de sociaal-economische malaise die India al jaren verlamt. Juist in de jaren negentig, nu India hard toe is aan economische hervormingen, na de mislukte pogingen van de Gandhi-regeringen om het land uit het slop te halen, mist het de politieke stabiliteit om die hervormingen door te voeren.

Die economische stagnatie en de politieke onrust treffen met name de kwetsbare middenklasse. De middengroep had zich tot in de jaren tachtig economisch weliswaar flink ontwikkeld, maar daar schijnt nu een eind aan gekomen te zijn. Bedrijfsleven en dienstverlenende sector zijn hard aan sanering toe, waardoor massa-ontslagen dreigen. Inflatie en weifelende monetaire politiek maken banksaldo's en aandelen tot een onzeker bezit.

Daarbij komt dat het regeringsbeleid aangaande de reservering van arbeidsplaatsen voor de zogenaamde 'andere achtergebleven klassen' voor grote onrust zorgt. Dit beleid, hoe rechtvaardig ook, is er immers de oorzaak van dat de druk op de toch al krappe arbeidsmarkt voor de middenklassen alleen maar toeneemt.

Kortom, het is niet verwonderlijk dat juist de onzekere middenklassen zich in het zoeken naar een manier om zich te weer te stellen, aangesproken voelen door de agressieve boodschap van de hindoe fundamentalisten. Sociaal- economische tegenstellingen, zoals klasse, kaste en sexe, gereduceerd tot een allesoverstijgende tegenstelling: die van religie. En welke groep kwam meer in aanmerking om de rol van zondebok te spelen dan de moslims, de andersdenkende groep van duidelijk te onderscheiden tweederangs burgers? Religie is immers, naast etniciteit, een krachtige drijfveer om groepen mensen te mobiliseren; beide weten gemakkelijk extreme emoties op te wekken.

De bescherming die het onafhankelijke India als seculiere staat zijn niethindoeistische onderdanen bood tegen het bloeddorstige hindoefanatisme was in het verleden weliswaar beperkt, maar nooit helemaal afwezig. Nu de overheid de gebeurtenissen weer enigszins in de greep schijnt te hebben, zal moeten blijken of India als seculiere democratie overeind zal blijven in een tijd van economische onzekerheid, met alle extreme uitwassen die daarbij blijken te horen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden