Moeder, de diek is weg!

Het Watersnoodmuseum vertelt het verhaal van '1953' met alledaagse voorwerpen van de doden en ontroerende ervaringen.

Een heel enkele keer sprak ze erover, uiterlijk onbewogen. Maar de moeder van mijn Zeeuwse schoonzus hoefde op tv maar een glimp op te vangen van 'de ramp', zoals ze in Zeeland zeggen, of ze kreeg nachtmerries. Haar hele leven bleven de verschrikkingen haar achtervolgen, een niet-erkend trauma.


Net zo stoïcijns als zij doen overlevenden van de grote overstroming in het Watersnoodmuseum op camera hun verhaal. Zoals Greetje Stouten, 16 jaar ten tijde van de ramp. "De buren riepen vanaf hun zolder: 'kom ons helpen', maar dat konden we niet. Eerst ging de buurvrouw, ze was hoogzwanger, daarna een voor een de anderen." Alleen het amper zichtbare trekken van een mondhoek verraadt haar emoties.


De Watersnoodramp, in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, is in het collectieve Nederlandse geheugen geworteld. Bijna iedereen kent de feiten: de zware noordwesterstorm, het springtij, de doorbrekende dijken, de enorme schade, de 1836 doden. Het Watersnoodmuseum vertelt dat verhaal. Maar de echte kracht van het museum is dat het een lang onderbelicht aspect van de ramp invoelbaar maakt: het leed van de getroffenen.


Het museum ligt op een historische plek, bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het zwaarst getroffen eiland. Precies hier werd op 6 november 1953 het 'gat van Ouwerkerk' gedicht, het laatste gat in de dijken waardoor het zeewater via een honderden meters breed en tientallen meters diep gat het ondergelopen land binnenstroomde.


Met vier van Engeland gekochte oorlogscaissons werd het gat om zes minuten voor middernacht gedicht; het radioverslag van die riskante operatie, dat in het museum is te beluisteren, is nog altijd bloedstollend spannend.


Nadat het gat was gesloten en het land langzaam droogviel, bleven de afgezonken caissons liggen. Ze bieden nu huisvesting aan het museum. Schots en scheef in het landschap vormen de caissons sinds 2003 het Nationaal Monument Watersnood. Een beter onderkomen is niet denkbaar.


Elk van de vier caissons belicht een aspect van de Watersnood: de feiten, de emoties, de wederopbouw en de toekomst. Kaarten, maquettes, documenten, filmbeelden en radioverslagen brengen de oorzaken en gevolgen van de ramp helder en zakelijk in kaart.


Na de dijkdoorbraken was er aanvankelijk amper zicht op wat zich in Zeeland - maar ook in Brabant en Zuid-Holland - afspeelde. Verbindingen waren uitgevallen, de communicatie verliep moeizaam via zend- amateurs en de radio's van Urker vissers. Mede daardoor kwam de hulpverlening traag op gang, met grote gevolgen voor de getroffenen. Die moesten de eerste 24 uur op eigen kracht door zien te komen. Dat kostte tallozen alsnog het leven, want wie te water raakte wachtte een wisse dood. Het was februari, het water was ijskoud, de stroming sterk. Pas na dagen drong de omvang van de ramp tot de rest van het land door. Aan de krantenkoppen is de toenemende verbijstering daarover af te lezen.


Aan bod komt ook hoe de ramp de aanzet vormde tot de Deltawerken, een waterbouwkundig project van een omvang en complexiteit zoals niet eerder op aarde is vertoond en dat het beeld van Nederland in de wereld voorgoed veranderde.


Maar de ervaringen van de overlevenden kregen in de decennia na de ramp amper aandacht. Het waren de nuchtere jaren van de wederopbouw, publiekelijk emoties tonen was nog ongebruikelijk en Zeeland lag ver weg. Het zegt wat dat pas na bijna een halve eeuw (in 2001) een museum werd gewijd aan de grootste natuurramp uit de recente Nederlandse geschiedenis.


Aan de hand van op video opgenomen getuigenissen van de overlevenden en met persoonlijke voorwerpen van de doden wordt de ramp aangrijpend invoelbaar gemaakt. Het popje uit de kindertijd van de 19-jarige Jaantje van Eekelen, die samen met haar zus en nichtje verdronk, is zo'n stille getuige. Net als het gouden brilletje van de 73-jarige Aagje Los, die met haar man Jan om het leven kwam; er hangt een foto van het echtpaar gemaakt tijdens hun 50-jarig huwelijk, kort voor hun dood. Of de bakelieten vulpen met inscriptie van Johannes Schat van Veen (21), meegenomen door een onverwachte vloedgolf. Zijn pen werd pas in 1989 op een akker teruggevonden.


Op een tafel schriften met opstellen van Zeeuwse schoolkinderen over de ramp, veelal verluchtigd met tekeningen die niets aan de verbeelding overlaten. En helemaal onder in het museum stromen, als een riviertje van licht en letters, in het duister de namen van alle doden naar de einder. Kies een dorp en een naam op een scherm en je hoort een gesproken herinnering aan de betrokkene; die krijgt een gezicht, iemand met ouders, een gezin, kinderen, broers of zusters, en die node werd gemist.


Het Watersnoodmuseum draait vrijwel volledig op vrijwilligers, veelal ervaringsdeskundigen. Hun betrokkenheid bij het museum is óók een manier om hun ervaringen te verwerken. Ze delen hun verhalen graag met bezoekers. Zoals Marinus Kluit (77), die vandaag de kassa bemant. Op 1 februari 1953 was hij 13 jaar en woonde in het dorp Noordwelle op Schouwen-Duiveland.


's Ochtends trok hij de gordijnen open en zei verbaasd: "Moeder, de diek is weg!" Zijn hoger gelegen dorpje bleef gespaard voor het water, toch telde zijn familie slachtoffers: een oom en diens zwakbegaafde zoon. Beiden niet verdronken maar omgekomen door kou en ellende. "Mijn neef ging als eerste dood. Mijn oom was blijven waken op de trap, bij het lichaam van zijn zoon. Daar zijn ze gevonden."

Watersnoodmuseum

Het Watersnoodmuseum ligt aan de Weg van de Buitenlandse Pers in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Het museum is van 1 april tot 1 november alle dagen geopend. Van 1 november tot 1 april is het op maandag gesloten. Een toegangskaartje kost euro 9,50 voor volwassenen en euro 4,50 voor kinderen tot 12 jaar. Museumkaarthouders hebben gratis toegang. Er zijn speciale toegangsprijzen voor groepen. Bezoekers kunnen een (gratis) audiotoer volgen. Ook zijn rondleidingen voor scholen en andere groepen. In het museum zijn een koffiecorner en een museumwinkel gevestigd. watersnoodmuseum.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden