Moebdie zoekt Berberse bruid

Mohammed Benzakour mengt Gerard Reve met Duizend-en-een-nacht

Het wordt recensenten niet in dank afgenomen als ze zeggen dat diverse schrijvers van allochtone afkomst zich bij de keuze van hun thematiek en verteltrant oriënteren op hun culturele wortels. Daarmee, zo luidt de kritiek, zet je ze in een hoek, net zoals dat gebeurt met allochtonen in het algemeen. Toch is het onmiskenbaar dat Kader Abdolah ('Het huis van de moskee') en Hafid Bouazza ('Paravion'), om maar twee prominente voorbeelden te noemen, dankzij de bloemrijke stijl, breed uitgesponnen verhaallijnen en magische ambiance van hun werk affiniteit onderhouden met de oosterse verteltraditie die we kennen van 'Duizend-en-een-nacht'.

Wat voor Abdolah en Bouazza geldt, gaat ook op voor Mohammed Benzakour, al jaren actief als columnist en opiniemaker, maar met zijn moeder-zoonroman 'Yemma' (2013) doorgebroken als literair auteur. Speelde dat boek zich nog af in de Hollands verpleegtehuizen waar de bejaarde en doodzieke Yemma rondtrekt, in Benzakours nieuwe roman 'De koning komt' worden we meegenomen naar het Marokkaanse Rifgebergte, de habitat van de Berbergemeenschap waaruit hoofdpersoon Moebdie afkomstig is.

Moebdie, een ruim veertigjarige vrijgezel, is vanuit Nederland naar zijn geboortegrond gereisd om ernst te maken met zijn huwelijksplannen. In zijn zoektocht naar een bruid laat hij zich leiden door de voorvaderlijke smaak inzake de teeltkeus. De kandidaat-mevrouw Moebdie "geniet enige scholing, ze moet, als ik een ondeugende opmerking maak, het vermogen bezitten tot blozen, ik moet met haar kunnen grollen en dollen, alles uiteraard in het Berbers, ik bedoel, in mijn huis geen Arabisch geleuter! Daar krijg ik hoofdpijn van. Verder is ze van eenvoudige komaf, fris en fruitig; ze hecht niet te veel aan dure kleertjes en sieraden, dat verpest de geest en kost mij uitsluitend veel geld, en, niet als laatste, ze is gezegend met een smoel- en achterwerk die uitnodigen tot geslachtelijk verkeer. Tenminste, voor de eerste paar jaren. Verder, klein gebrek geen bezwaar."

De slotzin van het geciteerde fragment is door de belezen verteller geleend van Gerard Reve, wat ons zou kunnen stimuleren om zijn uitspraken, net als die van de legendarische Volksschrijver, met een paar flinke scheppen zout te nemen. Toch dringt Benzakour er niet echt op aan. Van hem mag Moebdie in zijn ruim driehonderd pagina's lange screening van mogelijke levensgezellinnen blijven focussen op billen, borsten en bereidwilligheid. Maar daarbij ziet hij zich ten slotte zo hevig gefrustreerd dat hij zich in navolging van Robinson Crusoë vestigt op een onbewoond eiland. Het enige gezelschap dat hij daarbij nog denkt te kunnen verdragen komt van een ezelin die (hier komen we andermaal uit bij Reve en diens erotische voorkeuren) dankzij onvrijwillige seks met twee Marokkaanse boerenkinkels begiftigd is met de menselijke spraak. De mogelijkheid om zijn geluk in Nederland te gaan beproeven en daar uit te kijken naar een plattelandsdeerne wordt door hem overwogen, maar even snel weer verworpen.

Met het sprookjesachtige motief van de sprekende ezelin zijn we definitief beland in de sfeer van Duizend-en-een-nacht. Die sfeer wordt ingekleurd door het optreden van schreeuwende straatventers, van achter de sluier lonkende schonen en een heuse toverkol, en werkt diep in op de zintuigen dankzij de plastische beschrijvingen van de drollen, keutels en vijgen die door mens en dier worden afgescheiden en door de verteller overduidelijk worden gewaardeerd als schakeltjes in de eeuwige cyclus van groei, bloei en verval. In die zin is deze roman naast het relaas van een mislukkende zoektocht naar een Berberse bruid ook een zinnelijke lofzang op de natuur. Het is alleen jammer dat zowel het een als het ander in een weinig gevarieerde opeenvolging aan ons wordt uitgeserveerd.

Benzakour heeft duidelijk schik in zijn sappige vertelling, maar weet van geen ophouden en laat ons derhalve gapend achter.

Mohammed Benzakour: De koning komt De Geus; 341 blz. euro 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden