Moderne meisjes en een clichébeeld van New York

SANDER HISKEMULLER

DANS
Moderne meisjes: Lucinda Childs/Twyla Tharp/Jennifer Muller Introdans HH
Met het programma 'Moderne meisjes' brengt Introdans werken van vrouwelijke choreografen die hun danstaal vanuit het avant-gardistische Judson Dance Theatre hebben vormgegeven. No to spectacle, no to virtuosity, no to style, luidde de kern van het manifest van de verzameling Amerikaanse (dans)kunstenaars in de jaren zestig. Dans werd gestript van theatraliteit, expressie en zelfs techniek.

Natuurlijk is er in de loop der jaren virtuositeit en zelfs wat spektakel in de choreografieën van Lucinda Childs gevaren, en er is als bij geen ander sprake van een eigen stijl. Toch kun je zien dat de 'no's' uit het manifest bij haar hebben kunnen leiden tot een nieuwe basis: een abstracte, vormgerichte danstaal met passen die de - meestal -minimal muziek 'zichtbaar' maken. Naast Childs' schitterende 'Chairman Dances' (2000) is dat het voor Introdans gemaakte 'Kilar', op muziek van de gelijknamige componist een prachtig voorbeeld van vormperfectie. Elke beweging klopt en leidt tot nieuwe bewegingsreeksen. In het middendeel gaat de dans op in een Robert Wilsoniaans beeldspel van contouren; scherp en met focus gedanst.

De 'no's' uit het Judson-manifest hebben bij Twyla Tharp geleid tot een sponseffect: zij verwerkt klassiek, jazz en zelfs aerobics tot een prettig relativerend, ultradynamisch dansfeestje. Haar 'Junk Duet', innemend uitgevoerd, is in de mal van een klassieke pas de deux gegoten, vol geestige en swingende twists.

Dit programma was een voltreffer geweest als Introdans het idee 'voor ieder wat wils' had losgelaten. Het 'ecoballet' 'Bench' (2009), van de door Judson beïnvloede Jennifer Muller naar Al Gore's 'An inconvenient truth', is zeer toegankelijk door de enerverende partnerdans van twaalf dansers, maar oogt gedateerd door de melodramatische new age-insteek en clichématige filmbeelden van de ongerepte, daarna verwoeste natuur. Er is zóveel interactie tussen de, op de zeven hoofdzonden gebaseerde 'danspersonages', dat door de bomen het omgekapte bos niet meer is te zien.

Sander Hiskemuller

Opera
Nabucco Vlaamse Opera HH
Actievoerders, politie, leger en beurskoersen: welkom bij 'Nabucco' in 2013. Verdi's kaskraker uit 1842 is bij de Vlaamse Opera omgetoverd tot hedendaags conflict.

De parallel is snel gelegd; macht en onderdrukking zijn van alle tijden, en zo kun je handelingen van zoveel honderd jaar voor Christus - de belegering van de Hebreeërs door de Babylonische koning Nabucco, de strijd tussen vader en dochter - tegen een moderne achtergrond plaatsen.

In de regie van Daniel Slater beheerst nu eens een straathoek, dan weer een kopergouden wand met tv-schermen het toneel. De Brit brengt de maatschappelijke onlusten en het grote geld samen. Op rolluiken is graffiti gespoten en tussen de occupytentjes lopen de opstandelingen in hun daagse kloffie; Nabucco draagt een glad pak, zijn dochters een parelketting, en ook de Charging Bull, de sculptuur vlakbij de New York Stock Exchange, vindt een plaats op de bühne.

Het decor van Robert Innes Hopkins is realistisch, maar niet bijzonder uitdagend: hekwerk, tentjes, stier, CNN en koerscijfers. Voor de eigen fantasie blijft er nauwelijks iets te raden over. Het grootste genot komt dan ook niet van wat er te zien is - maar des te meer van wat de equipe laat horen.

Indrukwekkend is de hogepriester Zaccaria, gezongen door Francesco Ellero d'Artegna. Zijn stem draagt machtig, net als die van Mikhail Agafonov (Ismaele). Een andere grote troef is de Georgische sopraan Iano Tamar, die zich in Nabucco's dochter Abigaille verplaatst met een timbre dat even expressief en kleurrijk is als haar lichaamstaal - de Antwerpse zaal is er bijna te klein voor. Dalibor Jenis is als Nabucco niet altijd optimaal te verstaan, maar wel evenwichtig.

Chef-dirigent Dmitri Jurowski schept ruimte voor de zangers, houdt de vaart erin en ontlokt het Symfonisch Orkest van de Vlaamse Opera een aantrekkelijk, geraffineerd geluid. Niet te vergeten: het Koor van de Vlaamse Opera, dat zijn rol als belangrijke protagonist met verve vertolkt.

Even opletten: in een aantal latere voorstellingen stappen andere zangers in de rollen van Zaccaria en Abigaille, en dirigeert Lanfranco Marcelletti.

Frederike Berntsen

Nog te zien t/m 21 februari in Antwerpen, daarna t/m 9 maart in Gent. www.vlaamseopera.be
Toneel
Speeldrift Toneelschuur Producties / Nationale Toneel HH
Een zee van houten stoelen, keurig in het gelid. Hoewel die stoelen samen een net systeem van rijen vormen, zijn ze allemaal net even anders: een beetje vierkant, wat ronder, wat kleiner of iets groter.

De veertienjarige Ada heeft weinig met systemen, of dingen die keurig in het gelid staan. En waarom zou je met je billen op een stoel gaan zitten, als je daar ook recalcitrant de leuning voor kunt gebruiken. Toch is Ada niet de standaard tegendraadse puber. Daarvoor is ze te slim en is haar recalcitrantie teveel op een goed doordacht nihilisme gestoeld. Waarom zou je je aan regels houden, als moraal vooral iets is wat gebaseerd is op de zinloze menselijke neiging om zin aan het leven te geven?

Het is een van de kernvragen in de voorstelling 'Speeldrift' van regisseur Casper Vandeputte. Hij bewerkte daarvoor het gelijknamige boek van de Duitse juriste Juli Zeh. Dat deed hij in een regiestijl die gemeengoed lijkt te zijn geworden bij boekbewerkingen: de spelers wisselen vertellen en spelen vaardig af. Ze zijn soms hun personage en soms acteurs die het verhaal vertellen. Met zijn vieren vertellen ze met verve hoe het schoolleven van Ada verandert als ze in de nieuwe leerling Alev een geestverwant ontdekt. Hij trekt haar mee in een chantagespel, waarin een leraar slachtoffer wordt van de zelfgekozen normloosheid van de twee leerlingen.

Het zijn interessante vragen die 'Speeldrift' oproept over moraal, recht en zingeving en over hoe wankel die mentale bouwwerkjes zijn als er op de juiste manier tegenaan wordt geschopt. Tegelijkertijd is de voorstelling wel erg braaf en keurig voor een onderzoek naar moraal. Dat roept ook de vraag op op welke manier de toneelbewerking een aanvulling is op het boek van Zeh. Dat verdient een gevaarlijker toneelverpakking dan een nette en goedgespeelde boekbewerking.

Robbert van Heuven

Te zien tot en met 8 maart. www.nationaletoneel.nl

Cabaret
NON STOP NEW YORK Wilfried de Jong en Ocobar. HH
Zodra het even kan steekt Wilfried de Jong de grote plas over. Op naar New York, zijn grote liefde. Zijn tweede liefde, want Rotterdam is er ook nog, natuurlijk. In NON STOP NEW YORK brengt De Jong samen met zijn vaste begeleidingsband Ocobar een ode aan de Big Apple. Dat doet hij door zichzelf en het publiek wijs te maken dat hij een etmaal te gaan heeft (eigenlijk 24 uur opgesloten zit) in de Amerikaanse metropool. Een subtiele verwijzing natuurlijk naar het interviewprogramma ' 24 uur met...' waar De Jong op tv furore mee maakte.

Een etmaal is te weinig in de stad die nooit slaapt. Toch haalt De Jong in de voorstelling alles uit de kast om te doen of de Leidse Schouwburg New York is. Hij vertoont foto's, schetst het nachtleven, vertelt verhalen, leest voor, speelt bas mee met zijn band en maakt zo kundig invoelbaar hoe het er in die grote stad zijn aan toe gaat. De Jong lijkt op die manier zijn publiek als het ware in zijn koffer te hebben meegenomen. Wie het ziet wil een vlucht boeken en wie dat al eens gedaan heeft zal vooral De Jongs beschrijving herkennen van de route vanaf luchthaven JFK naar Manhattan. Dat overweldigende gevoel als de stad dan eindelijk opdoemt: "Hoeken, strepen, blokken, flitsen."

Een verrassend New York trekt De Jong niet op. Peepshows, jazzkelders, honkbal, hiphop, misdaad, de pizza-bestelcultuur; het zijn clichés van jewelste die passeerden. Clichés zijn waar, zeker, maar de stad zal toch ook andere gezichten hebben. Als aanstekelijk verteller heeft De Jong het bovendien niet nodig om zo statisch uit een boek voor te dragen. Daar staat de loeistrakke driemansformatie Ocobar tegenover. Echt wel ietsje meer dan 'de vaste begeleidingsband van' .

Joost van Velzen

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden