Review

Moderne heksen zijn ongevaarlijk

Iedere generatie heeft haar eigen favoriete heksen. Voor de mijne is Eucalypta uit Paulus de boskabouter de moeder aller toverkollen. Zij was nog echt een ouderwets boos kreng met een afzichtelijk uiterlijk, wier toverkunsten en enge plannetjes voor ons kinderen alleen maar te verdragen waren doordat het slimme kaboutertje en de deftige Oehoe- boeroe er steevast de angel uit wisten te halen. Er ging ondanks de onderhuidse humor van de schrijver Jean Dulieu dreiging van haar uit, ook al wist je dat het ten slotte altijd goed met Paulus afliep.

Tegenwoordig zijn goed en kwaad minder duidelijk te onderscheiden en dat is het imago van heksen ten goede gekomen. De boze heks uit de boeken van Hanna Kraan bijvoorbeeld heeft nog wel een echte heksenkop, maar is naast de wanstaltige Eucalypta een elegante verschijning. Al vertrouwen de dieren in het bos haar maar half, ze gaan toch bijna vriendschappelijk met haar om. Onder opgroeiende meisjes lijken 'heksen' inmiddels zelfs een voorbeeldstatus te hebben. Dan moeten ze er wel net zo mooi uitzien als de drie actrices uit de tv-serie 'Charmed', die onlangs de cover sierden van het populaire meidenbiad Break Out! onder de kop: 'Kijk uit! Babes op bezemstelen'.

De twee heksen die Mary Schoon opvoert in haar debuut 'Heksenstreken' houden het midden tussen Eucalypta en de creatie van Hanna Kraan. Grizela en Ratja doen in lelijkheid niet voor de eerste onder en ze zijn nóg ongevaarlijker dan de laatste. Ondanks hun taalgebruik ('Houd je mombakkes eens') en hun voorkeur voor 'muizenstaartjesthee' en 'bruine muizensoep' gaat er niets griezeligs van hen uit.

Anderzijds worden ze, hoewel humoristische scènes niet ontbreken, ook niet overdreven komisch voorgesteld. Het boek schetst de belevenissen van twee heksen onder elkaar. Buiten Grizela en Ratja zelf treedt alleen nog de reus als personage op, maar die is slechts bijfiguur. Mensen doen niet mee en dieren zijn gewoon dieren: ze kunnen niet praten en nemen evenmin actief aan de handeling deel.

Het leuke van deze aanpak is dat de beide heksen bij ontstentenis van contrastpersonages een heel alledaags aanzien krijgen. Niets menselijks is hen vreemd. Als ze ziek zijn vragen ze om aandacht en als de lentekriebels toeslaan raken ze verliefd. Er zijn geen kabouters, mensen of dieren die de aandacht van hun goede en slechte trekjes en streken afleiden. Om die reden zijn de verhalen over Grizela en Ratja wel geslaagd, hoezeer ze onderling ook van kwaliteit verschillen en hoe vlak de stijl zo nu en dan ook is.

Het eerste verhaal, 'De gouden druppel', is meteen het beste. VIak voor de heksenhut in het bos staat een boom waarin een vogeltje nestelt dat prachtig kan zingen. Elke avond tjilpt het de heksen in slaap en 's morgens worden ze dankzij zijn getwinkeleer weer opgewekt wakker. Het zingt zo mooi omdat het dagelijks een 'honingzoet druppeltje' opvangt uit de kelk van een fraaie, goudgele bloem. Op een dag graven de heksen, die ook zo welluidend willen zingen, het plantje uit en zetten het in een pot in hun hut. Vanaf die dag hangt er niet één druppel meer aan de bloem en laat het vogeltje niets meer van zich horen. De heksen worden er chagrijnig van nu ze hun akoestische slaapmutsje en fluwelen wekker moeten missen. Dus zetten ze het plantje na korte tijd weer op zijn plaats in het bos terug en smeken het vogeltje om voortaan weer voor hen te zingen. En zo gebeurt het. Het is een eenvoudig en poëtisch loflied op de zang, dat ook zonder dat je je van enige symboolwaarde bewust bent iets heel aantrekkelijks heeft.

Erg aardig zijn verder de verhalen waarin Ratja en Grizela zich van hun gevoelige kant laten zien. Ze mogen hun kat dan een 'vlooienbaal' vinden, maar als het dier ziek is vliegen ze op hun bezem stad en land af om de juiste ingrediënten voor een geneeskrachtige toverdrank te vinden. Als de kat eindelijk opknapt is Ratja 'zo blij, dat er dikke tranen over haar pukkelige wangen lopen'.

Hun goelijkheid speelt hen eveneens parten wanneer ze een kikker willen oppeuzelen nadat ze hem eerst groter getoverd hebben. Als het erop aankomt zijn ze geen van beiden in staat het dier te slachten en ze gaan ten slotte met een lege maag naar bed. Op zijn beurt is de reus tot een soortgelijk offer in staat. Hij is niet dol op de heksen, maar wanneer hij ze op een ijskoude dag hongerig door het bos ziet dwalen omdat ze te lui zijn geweest om een goede wintervoorraad aan te leggen, biedt hij ze uit medelijden zijn eigen maaltijd aan. "En voor het eerst in zijn leven gaat de reus zonder eten naar bed."

Mary Schoon houdt het allemaal simpel en ze is wars van literair effectbejag. Op haar goede momenten is die eenvoud haar kracht. Waar zij minder in vorm is richt diezelfde eenvoud zich tegen haar en wordt het allemaal nogal flauw en nietszeggend. Het dieptepunt vond ik 'Het toverblokje', een niemendalletje waarin een stuk zeep tot een volkomen voorspelbaar soort slapstick leidt. Niettemin geloof ik dat kleuters en beginnende lezers voor haar al bij al o zo menselijke heksen veel sympathie zullen opbrengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden